time-out.reismee.nl

't Is weer voorbij

 

We zijn op honk. Donderdagmiddag om kwart voor drie stekenwe de sleutel in het slot van onze woning. Het is er niet eens zo heel erg warmen het ziet er perfect uit. Mooi zo.

Het waren nog een paar warme dagen, maar we hebben een leukeroute gevolgd. Weer schoon en voorzien van water, vertrekken we van de campingen al gauw zitten we op de grote weg richting Epinal. Het wordt vandaag alleenmaar grote weg rijden, want we willen graag snel op de plaats van bestemmingzijn, want het is alweer een zonovergoten dag. Lunchen doen we aan de oever vande Moezel op de CP van Pont a Mousson. Hier stonden we al eens en het is eenmooie plek om er even uit te zijn. Het reisdoel vandaag is Dudelange in hetuiterste zuiden van Luxemburg. De CP ligt aan de rand van de stad bij hetstation en heeft gelukkig een paar bomen. Er kunnen 8 campers staan en als wijkomen, staan er al vijf. Internationaal gezelschap: 2 Portugese, 1 Engelse, 1Duitse en 1 Luxemburgse. Later komen er nog 1 Belgische en 2 Duitse bij (diedelen samen 1 plaats). Het is een beetje lawaaierige plek, maar we slapen erniet minder om. Omdat we eigenlijk nog niet meteen naar huis willen rijden,maken we nog een ommetje naar Duitsland. Maarten wil graag nog een eindjefietsen op de Vennbahn, een fietspad aangelegd over een oude spoorbaan, die vanAken (Duitsland), via België naar Troisvierges (Luxemburg)loopt. We kiezen voorde CP in Roetgen en willen dan van daaruit naar Monschau gaan fietsen. Eerstgaan we goedkoop tanken in Luxemburg, want dat is altijd mooi meegenomen. Dedieselprijs in Nederland ligt op ongeveer € 1,28 en wij betalen vandaag € 0,97.Leuk toch? Daar kun je mee thuiskomen. Daarna via een omweg door de Eifel naarde CP. In Schleiden lukt het ons nog een garage te vinden, die de kapottekoplamp herstelt. Ook nog voor een koopje. (€ 10.50) Op de CP kunnen we evenbijkomen met een kopje thee en lopen dan een rondje dorp. Dan is de dag vol. Erzijn inmiddels wel wat wolken verschenen en af en toe valt er een beetje regen.Maarten voelt zich, als de ruiten van de camper goed nat zijn, meteen geroepenom te gaan poetsen. Want, zegt hij, Duc doet zo goed zijn best, dan moet ik ookgoed voor hem zorgen. De temperatuur is wat gedaald, maar we kunnen nog steedslekker buiten zijn. 

Woensdag komen de fietsen echt nog een keer van stal. Het isdroog, wolkenvelden met af en toe zon en weinig wind. We hebben er zin in.Welgemoed gaan we op pad om Monschau te bekijken. Het pad is prima en stijgt deeerste 10 kilometer gestaag, maar dat is goed te doen en belooft freewheelenbij de terugtocht. De volgende 8 kilometer gaat het weer iets naar beneden.Mooie tocht door de bossen en af en toe een dorp met bijbehorend oud station.Als station Monschau in zicht komt is er een tegenvaller. Het station ligt 3kilometer van het centrum en ook nog eens 100 meter hoger dan de stad. Je kunter ook naar toe wandelen, dan is het 1,5 kilometer. Daar hebben we niet zo’nzin in, dus eten we op ons gemak onze boterhammen op en keren Duc-waarts.Lekker uitgewaaid komen we op de CP aan en na een rustmoment pakken we alles inen vertrekken naar België. Daar willen we op een CP in Herk-de-Stad nog eennacht staan, zodat we ’s morgens alles nog kunnen lozen en schoon thuiskomen.Mooie CP bij een groot park met speeltuin en dierenboerderij. Lekker rustig,alleen de drie pauwen, die er rondlopen, maken flink lawaai. Gelukkig slapendie ’s nachts. 

Donderdagmorgen op ons gemak ingepakt, opgeruimd en koffiegedronken. En dan moeten we toch echt op pad voor de laatste loodjes. Het wordtgrote weg rijden en het is behoorlijk druk. Vooral voor Antwerpen is hetfilerijden. Zijn we niet meer zo gewend. Wat is het dan rustig op de grotewegen in Frankrijk en Spanje. Kun je toch wel merken dat het hier erg dichtbevolkt is. En zo is er dan, na zes en halve week een eind gekomen aan eenmooie reis. Voor de statistieken: We hebben 6850 km. gereden door zes Europeselanden. We hebben er erg van genoten en zijn blij dat we geen ziekte of andereproblemen hebben gehad. Natuurlijk zijn er nog heel veel plannen voor nieuwereizen, maar nog niet concreet. Als het zover is, melden we ons wel weer.Bedankt voor het meereizen en tot een volgende keer.

Ook Frankrijk is mooi

Na alweer een rustig weekend, dat houden we er maar in, vertrekken we op maandag richting Frankrijk. Deze keer hebben we gekozen voor de route over de Pyreneeën via de Vielhatunnel. Die route hebben we nog niet gereden en we houden van nieuwe dingen. De Zwitserse camperaar, die naast ons op de camping staat (hij kwam een praatje maken n.a.v. het visje achterop onze camper, heeft er zelf ook één) zegt, dat het heel druk is met vrachtverkeer door de tunnel. We gaan het zien. Al de wolken, die gisteren aanwezig waren en ons deden denken aan een komende onweersbui, zijn bijna weg en de zon komt er weer bij. We zijn bijtijds wakker en kunnen al vroeg gaan rijden. Het is een prachtige route door afwisselend landschap. Korenvelden met klaprozen, weiden met koeien, ruige rotsen en veel kleine tunnels, wisselen elkaar af. De grote tunnel door de bergen is 5,2 km. lang en heeft drie rijstroken. Eén aan onze kant en twee voor de tegenliggers. Dat komt, omdat de weg in de tunnel vanaf onze kant sterk daalt. Onverwacht, zo gaat het telkens anders dan je denkt. Van vrachtverkeer hebben we totaal geen last en druk is het er ook niet. Valt alles mee. Aan de andere kant van de tunnel komen we bij de stad Vielha. Een soort wintersportplaats, zoals je die ook in de Alpen zou kunnen zien. De huizen hebben daken gedekt met leisteen en breiden zich vanuit het dal uit tegen de bergen op. Even voorbij de stad vinden we een lunchplek langs een snel stromende rivier en daar besluiten we, dat we een bergweg nemen naar het dichtstbijzijnde dorp in Frankrijk: Bagneres-de-Luchon. Daar is een CP met veel plaatsen en we vinden het wel weer mooi voor vandaag. Het is broeiend warm en we willen nog een poosje buiten zijn. Het is een mooie, smalle bergweg, waar veel wielrenners hun krachten beproeven. Onderweg zien we nog een mooie waterval. In het dorp is het natuurlijk weer even zoeken, maar via een plattegrond vinden we de CP en een plek in de schaduw. Een lekker kopje thee gaat er dan wel in. Terwijl we daarvan genieten, betrekt de lucht snel en horen we het af en toe rommelen in de verte. En ja hoor, na een half uur begint het flink te regenen en te onweren. Dus toch weer binnen zitten. De bui duurt best lang en komt af en toe ook nog terug, zo lijkt het wel. Pas na het avondeten wagen we het erop nog een eind langs de rivier te lopen. We halen het niet helemaal droog over, maar zijn toch weer even uitgewaaid. De rivier stroomt wild en is helemaal bruin van de modder. Vanmiddag was hij nog schuimend wit.

Dinsdagmorgen hangen de wolken nog laag en zijn de besneeuwde toppen van de bergen niet te zien. Eerst gaan we naar de Lidl om verse voorraad te halen en dan op weg richting Toulouse. Het land wordt steeds vlakker en we komen vaker dorpen tegen. Ruim voor Toulouse gaan we de grote weg op en we ronden de stad via de grote rondweg. Wel druk, maar goed aangegeven en dus prima te doen. De route die we uitgestippeld hebben loopt via het oosten van Frankrijk, want we willen via Luxemburg terug. Na Toulouse verlaten we de grote weg weer en gaan over N-wegen verder. Dat betekent, dat we afwisselend 2- en 4-baanswegen hebben en door dorpen gaan. Als we ergens in een korte file terechtkomen, zien we in de weerspiegeling in de auto voor ons, dat ons rechter voorlicht het niet meer doet. Dat wordt op zoek naar een garage, maar dringend is het niet, we zijn niet van plan in het donker te rijden. Om een uur of vier vinden we een CP in Baraqueville. Een plek, speciaal voor campers, achter het gemeentehuis. Rustig plekje en we staan er met z’n vijven, dus niet eenzaam. Een rondje dorp levert ons nog wat ansichtkaarten op en Maarten vindt een warme bakker. Dat wordt croissants morgenochtend!

Nadat we uitgebreid van de croissants hebben genoten, rijden we vol goede moed het dorp uit. Ook vandaag moeten er wat kilometers gemaakt worden, maar wel via mooie wegen. Deze keer door bergachtig gebied bij Mende en dan langs de stad Puy en Velays, waarna we op zoek gaan naar een CP. Het is weer behoorlijk warm en we willen niet al te lang in de auto zitten. De stad Mende is een drukke stad, maar we komen er vrij soepel doorheen. Dat is in Puy en Velays wel anders. Vóór de stad is er al file en ook in de stad wordt stapvoets gereden. Er wordt gewerkt aan een rondweg en dat is volgens ons geen overbodige luxe. Wat een verkeer! Al snel na de stad zoeken we dan ook maar een kleine weg op naar het dorp Tence. Daar is een CP met tien plaatsen, dus dat moet lukken. Door een omleiding komen we op een andere weg uit en daardoor ook in een andere plaats met CP. Er is plek en we besluiten hier te blijven. Raucoules heet het dorp. Klein en rustig. Er staat al een camper en er komen er nog twee bij en daarmee is het vol. Naast de CP is een ambachtelijke slager, waar Maarten ham en een soort verse worst koopt. Dat is voor morgen, vandaag is er salade met omelet. We doen nog een rondje dorp, genietend van de stilte en het mooie weer. Het is jammer, dat er nogal veel wind is, want daardoor kunnen we niet lang buiten zitten.

Dan is het al weer donderdag. Hemelvaartsdag, dus alle winkels dicht, bijna geen vrachtverkeer, maar dubbel zoveel toeristische drukte. Vandaag gaan we eerst richting St. Etiene en dan nemen de rondweg om Lyon. Daarvan horen we altijd dat het er erg druk is, dus we zijn benieuwd. Voorlopig rijden we dus grote weg. Pas na Lyon gaan we weer over op de kleinere variant. We vinden de uitgestippelde route makkelijk en met de drukte valt het erg mee. Veel drukte zien we pas als we langs een vogelpark komen. Een overvolle parkeerplaats en voor de kassa een rij van minstens zestig mensen. Poeh, waar je zin in hebt met die warmte. Het is inmiddels wel weer ruim 25 graden en we zijn blij, dat we niet al te ver hoeven. Een smalle weg voert ons door landelijk gebied, met ineens als verrassing een kloof met snelstromende rivier en ruige rotsen. Leuk, die onverwachte mooie plekken. De CP die we uitgezocht hebben ligt in het dorp Orgelet en volgens zeggen onder de bomen.Dat komt ons goed van pas. Een klein dorp op een heuvel moet het zijn. Op de rotonde kun je vier verschillende kanten op en natuurlijk kiezen we de goede als laatste, dus het duurt even voor we de plek gevonden hebben. We zijn niet de enigen op deze plaats, maar er is een mooie plek onder de bomen. Op de plaats rust.

Ook de vrijdag belooft een warme dag te worden, dus vroeg vertrekken en niet te veel kilometers maken. De vorige dag hebben we een garage gezien aan de rand van het dorp en daar gaat Maarten proberen onze voorlamp te laten repareren. Dat willen ze niet doen, dus verder maar. We zien, dat ook vandaag nog veel winkels en andere bedrijven gesloten zijn. De reparatie is geen noodzaak, dus laat maar even zitten. We gaan vandaag richting Vogezen. Daar hebben we in Plombieres-les-Bains een kleine camping uitgezocht. Met zwembad, want het zal meer dan dertig graden worden…. Camping ligt mooi, hoog boven de stad, er is ruimte genoeg, er is schaduw, maar het zwembad is nog leeg. Dat is pech. Dan maar een extra douche af en toe. We blijven hier tot maandag is het plan. Vanmorgen, zaterdag dus, zijn we via een wandelroute door het bos naar de stad gewandeld. Een oude stad, bekend om zijn thermen, maar wel vergane glorie. Veel oude panden zijn dichtgetimmerd en alles ziet er een beetje verlopen uit. Jammer, want het moet vroeger een mooie stad zijn geweest. Hij ligt in een heel smal dal, tegen de heuvels gebouwd en het is dus constant klimmen en dalen. We waren van plan om een rondwandeling te maken, maar aangezien de route voor een groot deel door open terrein gaat, en we dat veel te heet vinden, gaan we over het bospad weer terug. Toch weer drie uur weg getippeld. Vanmiddag is het te heet om veel te doen, maar een verhaal schrijven kan nog wel. Bij deze dus. Morgen pas op de plaats en maandag weer op pad. Waarheen staat nog niet helemaal vast. We zien wel of we Luxemburg al halen of nog een tussenstop maken. We schieten al aardig op naar huis, maar maken geen haast. Als we op honk zijn, horen jullie de rest wel.

Dwars door Spanje

En zo is het alweer zondag en is er een lange week voorbij.

Onze hoop op mooi weer van vorige week is vervuld. Het wordt een mooie, zonnige zondag. Er staat nog wel wat wind, dus zetten we de luifel op met zijkant om de wind op te vangen. Hoewel de WIFI-ontvangst niet best is, kunnen we toch de kerkdienst uit Barendrecht volgen. Verder is het een rustige dag, waarop we voluit genieten van het mooie uitzicht. Maandagmorgen gaan we welgemoed op weg naar een volgende leuke plek. We gaan nu echt kilometers maken richting Nederland, maar wel over nieuwe en vaak onverwacht mooie wegen. De eerste bestemming is een CP in Aracena. Daarvoor moeten we langs Sevilla en we rijden dan ook de meeste tijd grote weg. Na enig zoeken vinden we de grote parkeerplaats, waar je kunt overnachten. Er is verder niets, maar er bloeien aan de rand wel veel en kleurrijke bloemen. Zo’n mooie tuin hebben we thuis niet. Het is weer erg warm, maar gelukkig is er nog wat schaduw te vinden. Het plan is om de volgende dag een wandeling te gaan maken in een plaatsje 15 km. verderop. De weersvoorspelling zegt echter dat het dertig graden gaat worden. Dat zien we niet zitten. Het dorp Aracena is gebouwd rondom een grote heuvel. Op die heuvel staat een burcht en in die heuvel is een grottenstelsel met druipsteengrotten. Het is opengesteld voor publiek en onder begeleiding kun je het bekijken. De temperatuur is ongeveer 17 graden. Kijk, dat is lekker als het buiten 30 graden is. We besluiten om dat de volgende morgen te gaan doen en daarna verder te rijden naar de volgende pleisterplaats.

Dinsdag is het al vroeg warm. Buiten ontbijten, alles klaar maken voor vertrek en dan wandelen naar de grotten. We zijn er om kwart over tien, maar de rondleiding begint om elf uur. Even geduld s.v.p. Het wachten is de moeite waard. Wat een schitterende grotten. Daar wordt je stil en klein van. Het wonderlijke is dat de grotten eigenlijk niet diep onder de grond zitten, maar gewoon 50 meter onder de top van een heuvel. Foto’s maken is niet toegestaan, maar vooraf zien we een diavoorstelling en daar heeft Maarten een paar foto’s gemaakt, zodat jullie toch een indruk krijgen. We lunchen nog op de CP, doen boodschappen bij de Spar en vertrekken dan naar Zafra. Een grote stad, zo’n 100 km verder. Onderweg maken we nog een tussenstop om af te koelen in de schaduw met een ijsje. Op de CP staan al meerdere campers en we zoeken ook hier een plekje in de schaduw. Het is niet zo’n leuke plek, want het verkeer raast er langs en in het gebouw achter ons, wordt ’s avonds 2 uur lang geoefend door de fanfare. Luid en duidelijk. We zitten tot laat buiten, want in de camper is het bijna 30 graden. Toch slapen we goed en staan de volgende morgen vroeg op, zodat we al om 9 uur kunnen gaan rijden. Het eerste stuk is grote weg. Bij Merida gaan we richting Madrid en dan al gauw een kleinere weg. Dit staat aangegeven als een landschappelijk mooie route met 2 bergpassen en dus wat te slingeren voor Maarten, want die snelweg is wel even leuk, maar vooral niet te lang. Boven op een pas vinden we een lunchplek met een picknickplek en uitzicht. Daar komen we weer bij van de warmte. De route is afwisselend door bouwlandgebied, voornamelijk korenvelden, en heuvels met af en toe ruige rotsen. We zijn iedere keer weer verrast door het Spaanse land. Nooit gedacht dat we zoveel verschillende landschappen zouden zien hier. We hebben een CP uitgezocht in een klein dorp, volgens de gegevens gelegen aan een via verde. Misschien morgen nog een fietstochtje? Het dorp is inderdaad piepklein, maar toch is het nog zoeken naar de CP. Hij ligt ongeveer 600 meter van het dorp af, bij een speelplaats en fitnesspark. Het is er stil en verlaten, maar wij vinden het een prima plek. We zoeken een schaduwplek en komen tot rust. ’s Avonds na het eten lopen we het dorp in, maar er is niets te beleven. Deuren en luiken dicht en alleen een paar oude mannen op een bankje. Heel oude, haveloze huizen worden afgewisseld met nieuwbouw, maar alles is potdicht. Het is ons al opgevallen, dat in Spanje alle huizen tralies voor de ramen hebben. Het lijken net allemaal gevangenissen. Veel huizen hebben ook luiken en die zijn bijna altijd dicht. Het ziet er troosteloos en verlaten uit. De dag wordt bekroond met een werkelijk prachtige zonsondergang. We kijken ademloos toe. Achter de bergen in de verte vormen zich later donkere wolken, waarin het onweert. Iedere keer zien we ze helemaal verlicht worden. Nog nooit zoiets moois gezien.

De via verde hebben we niet kunnen ontdekken, dus gaan we de volgende morgen gewoon weer op pad. Eerst moeten we boodschappen doen. Daarvoor denken we in Talavera de la Reina wel terecht te kunnen. Een redelijk grote stad, waarvan we denken dat ze er wel en grote super zullen hebben. Het wordt een zoektocht door de drukke stad, maar we vinden alleen in een buitenwijk een Aldi. Dan doen we het daar wel mee. Dan gaat het richting Avila. Daarvoor moeten we over een flinke bergpas. Prachtige route met veel bochten en bovenop een goede plek om te lunchen en wat foto’s te maken. Wat een uitzicht! Avila is een stad met een grote stadsmuur. Dat zien we van enige afstand, want we nemen de rondweg i.p.v de route door de stad. Ons einddoel voor vandaag is Segovia. Ook een oude stad, gelegen in de heuvels. De bijzonderheid daar is een grote kathedraal en een aquaduct. De kathedraal zien we al van verre, dus dat is een goede richtingwijzer. Volgens onze gegevens moet de CP aan de rand van de oude stad zijn, dus daar begint de zoektocht. We komen er niet uit en parkeren Duc bij het centrum en gaan te voet op zoek naar de VVV. Die kunnen ons precies vertellen waar we moeten zijn. Niet in de buurt van de oude stad, maar aan de buitenkant bij de stierenvechtersarena. Nu we toch aan de wandel zijn, dwalen we een uur door de oude straten en gaan dan naar de arena. Daar staan al de nodige campers en we kunnen nog net een plek vinden. Een heel stuk van de CP is afgezet met hekken, waarschijnlijk voor een evenement in het weekend. Het is inmiddels een stuk minder warm geworden. Er staat een koude wind en de temperatuur is nu 22 graden. Aangenaam, zeker om te rijden. ’s Nachts koelt het ook lekker af en dat maakt het slapen ook iets comfortabeler.

Vanuit Segovia gaan we eerst de grote weg op. We drinken koffie in het dorp Cuéllar bij een burcht. Er is daar een CP waar we de WC kunnen lozen en zo kunnen we weer schoon verder. Het weer is aangenaam, zon en wolken wisselen elkaar af. De korte broeken zijn weer omgewisseld voor lange exemplaren. Dat is even wennen. Vandaag rijden we voornamelijk door vlak land, althans voor Spaanse begrippen. Veel wijngaarden en de bijbehorende bodega’s. We zijn op weg naar Ágreda. Een dorp met groot park, waar onder de kastanjebomen plaats is voor campers. Om ongeveer half vier zijn we op de plek van bestemming. De zon is weer helemaal terug en we besluiten nog een poosje de benen te strekken. Zo wandelen we nog een twee uur, eerst in de bergen en later door de stad. Op een terras op het stadsplein rusten we uit met een glas wijn en dan terug naar de camper voor een diner met verse zalm. Lekker hoor.

Stonden we in eerste instantie alleen, in de loop van de avond komen er nog vier campers bij. Het wordt een koude nacht. We staan hier dan ook nog op ruim 500 meter hoogte. ’s Morgens wijst de thermometer een buitentemperatuur van 2.9 graden aan. Binnen 9 graden. Dat is wel een overgang. Als we vertrekken is de zon er al weer bij en in de loop van de dag wordt het steeds warmer. We willen naar een camping aan de voet van de Pyreneeën. Onderweg zien we weer van alles: een natuurpark rondom een hoge berg, waar nog sneeuw op ligt, een weg door de rijstvelden (bij de rivier de Ebro), een kronkelweg naar een pas met schitterend uitzicht en als we bijna op de bestemming zijn, komen we door een ruige kloof, waar de weg door 10 tunnels wordt geleid. Vlak daarna vinden we de camping aan de rand van een groot stuwmeer. Mooie terrassencamping, waar al aardig wat Nederlanders een plekje hebben gevonden. We installeren ons en na de thee kunnen we eindelijk weer eens het internet bekijken. We hebben niet al te veel gemist, concluderen we. Helaas is er alleen WIFI bij de receptie, dus niet in de camper. Af en toe een loopje naar het WIFI-punt dus maar. Inmiddels is het weer warm geworden en lopen we weer in korte broek. Het belooft de komende week ook heet te worden, dus gaan we proberen niet te lang te rijden. Deze week hebben we ruim 1400 kilometer gereden. Dat is best veel. De komende week zal het toch ook wel zoiets worden. We zien het wel. Eén dag tegelijk, dat is het beste.

Even naar Engeland en weer verder...

Het is al over twaalven voor we klaar zijn voor vertrek van de CP van Monica en Adri. Ons eerste doel is Álora voor de boodschappen, want het brood is op. Er is daar een grote super met, volgens zeggen, alles wat je maar nodig kunt hebben. We weten al waar hij is en rijden er soepel naar toe. Onderweg worden we nog opgehouden door een bonte stoet van woonwagens en mannen te paard. Onder begeleiding van muziek komen ze ons tegemoet en dat ziet er feestelijk uit. Bij de super hebben we pech. Er is een grote parkeergarage, maar daar past Duc niet in en verder in de straat geen plekje te vinden. Na twee rondjes besluiten we maar iets anders te zoeken. Een bakker vinden we een eindje verderop, dus de lunch is vast gered. Aan de rand van een volgend dorp is ook een grote super en daar is plek genoeg om te staan, dus slaan we daar onze slag. Het is weer een warme dag en we zijn blij als we een mooie schaduwrijke plek zien om te eten. Daarna is het niet ver meer naar de zee. Als we over een laatste bergrug zijn gereden, zien we Fuengirola aan onze voeten liggen en daarachter de uitgestrekte Middellandse zee. Prachtig gezicht. In de heuvels voor de stad zijn her en der kleine nederzettingen en grote huizen te zien. We slingeren naar beneden en rijden eerst naar de boulevard. De CP is 200 meter van het strand, dus moet daar in de buurt liggen. Na enig zoeken, vinden we een groot plein, waar al meerdere campers een plek hebben gevonden. Rijdend langs de boulevard hebben we ook de kerk gezien en het blijkt op loopafstand van de CP. Dat is handig. Ik moet nog even iets rechtzetten. Het is namelijk geen Nederlandse kerk, maar een Scandinavische, die de Nederlanders mogen huren. We vinden op de CP een plek in de schaduw, maar het blijft erg warm binnen. Achter in de middag, als de zon wat minder brandt, wandelen we een eind langs de boulevard, kopen wat ansichtkaarten en voelen even hoe koud het water van de zee is. Nog best fris, maar wij zijn natuurlijk erg warm. Aan het strand drinken we wat en kijken onze ogen uit naar al die verschillende mensen. Lange, mooie dag.

Zondagmorgen bijtijds op en naar de kerk. We worden heel hartelijk ontvangen. Er zijn ongeveer 35 mensen in de kerk. Het hoogseizoen is nu voorbij. Op 1 juli sluit de kerk voor drie maanden. Het is goed om zo met elkaar een uur samen te zijn en de Heer te danken voor al het goede en te vragen om Zijn zegen. Na de dienst gaan we aan de koffie, nemen rust en gaan ’s middags nog een uur aan het strand liggen. We verzetten ook de auto nog, want omdat we hem in de schaduw hebben gezet, krijgt het zonnepaneel niet genoeg zon en loopt de accu te snel leeg. De koelkast maakt natuurlijk overuren met een temperatuur van om en nabij de dertig graden. Van de stad Fuengirola zelf zien we verder weinig. Er zijn minder hoge flats dan we in Benidorm zagen en hebben de indruk, dat hier ook minder Nederlanders naartoe gaan.

Ook op maandagmorgen staat de zon al vroeg te branden. Wat hebben we een fantastisch weer! We horen, dat het bij jullie nog steeds niet wil zomeren. Jammer hoor. Wij gaan op weg naar een nieuw doel, een camping dichtbij Estepona. Eerst inkopen doen voor een paar dagen bij de Lidl. Die vind je hier in iedere stad en soms wel twee, aangekondigd met grote borden langs de grote weg. We volgen nu ook die grote weg langs de kust. Veel verkeer en zich aaneenrijgende hotels, flats en parken. Alles leeft hier van het toerisme. We zijn blij als we 50 km. verder de camping vinden. ’t Is wel zoeken naar een plek met schaduw, maar we vinden er één. Rustige plek om bij te komen, denken we. Nou, bijna dan. Er is werk aan de winkel op de camping. Er worden nieuwe wanden van stenen tegen de diverse terrassen aangelegd. Dat gaat met een soort bulldozer en je begrijpt, dat geeft veel lawaai. Om naar te kijken is wel leuk. De chauffeur is een echte kunstenaar, die met al die verschillend gevormde keien aan het puzzelen is, om een zo mooi en stevig mogelijke muur te krijgen. Knap werk, hoor. We hebben besloten om hier de was te gaan doen, maar dat komt morgen wel. Nu lekker buiten zitten, even naar het zwembad, een lekkere douche, hapje, drankje, prima!

’t Was volle maan vannacht en er waren ook veel sterren te zien. Nog steeds helder weer dus. De zon is er weer en een beetje wind. Dat is gunstig voor de was. Aan het eind van de middag is alles weer schoon en droog in de kasten. Als het meezit kunnen we tot huis toe vooruit. Ik ben al een paar dagen niet zo lekker. Last van m’n buik, waarschijnlijk door het water. Te laat pas aan de flessen water begonnen. Dat moet je hier toch echt wel doen, want er schijnt veel te veel kalk in het water te zitten en daar krijg je last van. Maarten heeft gelukkig geen problemen. Er is op deze camping verder niet veel te beleven. De zee is moeilijk te bereiken, dus langs het strand lopen, zit er niet in. Daarom besluiten we om woensdag verder te gaan. We willen nog naar Engeland. Dus vertrekken we bijtijds richting La Linea de la Conception. Daar is een grote CP, 700 meter van de grens met Gibraltar. Weer via die drukke kustweg komen we daar zonder problemen aan. Na de lunch gaan we te voet naar de grens. Paspoorten mee natuurlijk. Nou, daar wordt nauwelijks naar gekeken. Even zwaaien met het rode boekje en je kunt door. Het eerste wat je tegen komt, is de beroemde rode telefooncel. Dus ja, je bent in Engeland. Na een paar honderd meter kom je bij het vliegveld. De start- en landingsbaan loopt hier dwars over de straat, dus als er een vliegtuig in aantocht is, gaan de lichten op rood en staat alles stil, want snel verkeer heeft voorrang. Gibraltar is een dichtbebouwde stad tegen een bergrug op een schiereiland. Er rijden veel bussen om iedereen over het eiland te rijden, maar het is zo klein, dat het ook te voet kan. Moet je wel goed ter been zijn en wat meer tijd hebben dan wij. Ook is er de beroemde kabelbaan naar boven op de berg, waar de “wilde” apen leven. Ook wij willen wel even boven kijken. Niet zo zeer voor die apen, maar voor het uitzicht. Helaas, het waait te hard, dus de kabelbaan gaat niet. We lopen dan maar een eind naar het einde van het eiland en zien inderdaad aan de overkant van de zee de bergen van Afrika oprijzen. Het is niet helder genoeg voor een foto, dus jullie moeten ons maar op ons woord geloven. Met de bus gaan we terug naar het centrum, waar we op een terras met een pilsje en een tosti, afscheid nemen van Gibraltar, waarna we de wandeling terug naar Spanje maken. De lucht is inmiddels nogal bewolkt geraakt en ’s nachts begint het te regenen. Als we ’s morgens de CP verlaten, staan er grote plassen, maar het regent niet meer.

Dit is eigenlijk ons keerpunt te noemen. Vanaf nu gaat de weg voornamelijk noordwaarts, want hoe leuk het reizen ook is, we moeten een keer terug. Vandaag gaat de tocht, uiteraard zoveel mogelijk via kleine wegen, naar een CP bij Puerto Serrano. Het is bewolkt en af en toe vallen er wat spetters, maar de temperatuur is nog steeds hoog. Ik heb weer wat kleine wegen binnendoor uitgezocht en meestal gaat dat goed, maar nu is er stuk van 15 km., dat toch wel erg spannend is. Op de kaart staat aangegeven, dat het een landschappelijk mooie route is. Dat is ook zo, maar de weg is heel slecht. Smal en op verschillende punten kapot gereden door zwaar vrachtverkeer. Hij wordt waarschijnlijk voornamelijk gebruikt voor werkverkeer in de bossen. Er staan hier veel kurkeiken, waarvan een deel pas nog van bast is ontdaan. Gelukkig komen we geen vrachtauto’s tegen, maar ook geen huizen of andere tekenen van menselijk leven. Ik vind het best een beetje eng, maar Maarten vindt het helemaal leuk en geniet er van. Gelukkig maar. Als we weer in de bewoonde wereld zijn, zien we nog veel moois. Een grote witte stad, helemaal tegen een berg aangebouwd. Weer een ander soort landschap van grote landerijen, ook de olijfgaarden komen weer terug in beeld. Onderweg hebben we twee keer een flinke bui moeten incasseren en als we bij de CP aankomen, staan daar grote plassen. De bedoeling is dat we hier morgen gaan fietsen op een via verde. We zullen zien.

De nacht van donderdag op vrijdag is onstuimig te noemen. Het waait hard en in de loop van de nacht begint het te stortregenen. Dat gaat tot in de morgen zo door, dus de plassen van de vorige dag zijn nog flink in omvang toegenomen. Maar we staan op asfalt en aardig hoog boven het dorp, dus geen probleem. Na een rustige start gaan we eerst een eindje lopen om te zien hoe het fietspad er aan toe is. Ook daar grote plassen en veel modder. Maarten vindt het geen probleem en wil gaan fietsen, maar ik heb geen zin in ploeteren door de modder en plassen. Na de lunch gaat Maarten dan in z’n eentje op stap en ik schrijf op m’n gemakje dit verhaal. Maarten vertelt: “ Nou, de modder valt reuze mee. Eén keer maar lopen door de modder. Dan zitten je banden wel helemaal onder de modder en je bergschoenen ook. Heuveltje af van 10% gaat goed, maar terug is het weer lopen omhoog. Op 10 km. fietspad ben ik door 6 tunnels heen gereden, waarvan 1 niet verlicht. Kudde geiten gezien langs de oever van een rivier, waarvan het water verschrikkelijk bruin zag. Na afloop fiets en schoenen in bad doen, laten drogen en dan kan alles weer op zijn plek. Toch leuk om gedaan te hebben!” We zitten nog een uur buiten, want de zon komt weer voorzichtig tevoorschijn en het is nog steeds boven de twintig graden.

Het weekend willen we op een camping staan om nog een paar dagen van de rust te genieten, want de volgende week willen we veel rijden. Van een Nederlandse mevrouw hebben we gehoord, dat de camping bij Olvera erg mooi is. Hij ligt boven op een heuvel met naar alle kanten vrij uitzicht en is nog vrij nieuw en van alle gemakken voorzien. Hij ligt ook nog eens vlakbij de CP, dus dat lijkt ons wel wat. Het dorp Olvera ligt ook op een heuvel en daar gaan we eerst heen, want we moeten verse waar hebben. In een kleine dorpswinkel vinden we alles wat we nodig hebben. We kunnen weer ruim twee dagen vooruit en dat voor € 16. Het is hier heel goedkoop naar onze begrippen. Op de camping vinden we een mooie plek aan de rand en het uitzicht is heel mooi. Alleen jammer, dat de zon zich nog niet echt laat zien. Er zijn veel donkere wolken en dat maakt het uitzicht somber. Maar morgen is het vast beter. Misschien schieten we dan een zonnig plaatje voor de volgende editie van ons verhaal. Tot dan.

De zonnige eerste week van Mei

Alweer is het zaterdag geworden en daar zijn we weer met ons verhaal. We zijn na een paar mooie, warme dagen op een CP beland, die beheerd wordt door een Nederlands echtpaar en hebben prima WIFI, dus kunnen onze belevenissen weer de wereld in.

Terug naar zondag op de camping. Dat is wel weer een echte rustdag. Het is droog, maar bewolkt en er staat een stevige wind, dus vermaken we ons voorlopig binnen. Het internet werkt slecht in de camper, dus een kerkdienst beluisteren zit er niet in. ’s Middags komt aarzelend de zon door en maken we nog een lekkere wandeling. Het dorp ligt aan de Guadalquivir, een brede rivier, die we vroeger bij aardrijkskunde moesten leren. Ik weet nog, dat ik het maar een moeilijke naam vond, maar nu heb ik hem dan echt gezien. Er is een leuk park bij de rivier en daar stuiten we op een waar kunstwerk. Tenminste, dat vinden wij. Een rij uitgedroogde en half vergane cactussen vormen een soort beeldhouwwerk en het verrassende is, dat er toch overal weer nieuw leven te zien is. Het leven lijkt toch altijd weer sterker dan de dood. Weer terug bij Duc kunnen we nog een uur buiten zitten, maar ’s avonds begint het toch weer af en toe te regenen, dus als we ’s morgens vertrekken is het nog even spannend of het lukt uit de modder weg te komen. Het lukt zonder problemen en we kunnen weer schoon en vol op pad. Het plan voor vandaag is: ergens een winkel zoeken om inkopen te doen en dan via binnenwegen naar Doña Mencia te rijden. Daar is een CP aan de rand van de stad en hij ligt aan een via verde, dus we hopen er te kunnen fietsen. Het eerste punt wordt een probleem. Het is 1 mei, in Spanje een vrije dag, dus alle winkels dicht. Niet over nagedacht. Gelukkig hebben we genoeg voorraad bij ons om dat te compenseren, dus probleem opgelost. De wegen waarover we rijden zijn mooi. Soms smal en bochtig, maar het landschap is prachtig. Veel heuvels, voornamelijk begroeid met olijfbomen. De wijngaarden worden schaars, maar de bloeiende bloemen in de berm zijn mooi. Alle kleuren van de regenboog komen voorbij. De zon is er ook volop bij en als we vroeg in de middag aankomen op de CP is het warm. Het is er een gezellige drukte. Vanwege de vrije dag is het voor de Spanjaarden een lang weekend en er staan aardig wat campers op de CP. Naast ons staat ook een Nederlandse camper, maar van een praatje komt het niet. De via verde loopt inderdaad langs de CP en zodoende stappen we op de fiets en rijden de route in zuidelijke richting naar het volgende oude station in Cabra. Het pad is redelijk, hier en daar wat versleten, maar goed te berijden. We dalen heel langzaam af, komen door een tunnel van 140 meter (best donker als het zo zonnig is) en over een hoge brug. Na ruim 17 kilometer keren we om, want de terugweg is klimmen en tegenwind. Bij het station van Cabra is nu een restaurant, waar we wat drinken en na een tocht van ongeveer 35 kilometer zijn we weer terug. Lekker opgelopen van de zon en een ervaring rijker.

Dinsdagmorgen is de zon er al weer vroeg bij, maar wij hebben geen haast. Het plan was om vandaag te gaan wandelen bij het dorp Zuheros, 3 kilometer van de CP, maar omdat er gisteren geen inkopen konden worden gedaan, moet er eerst gefourageerd worden. Die wandeling stellen we uit tot morgen. Na de koffie wandelen we het dorp in. Leuk dorp met veel witte huizen en aan de rand aardig wat nieuwbouw. Het heuvelt behoorlijk en de straten zijn smal. We vinden een kleine super en kopen één en ander in, maar ze hebben hier geen brood, dus op zoek naar een bakker. Ook die vinden we en later nog een andere super voor de laatste aanvullingen. Tevreden keren we na een goed uur terug. Om een uur of drie besluiten we de andere kant van het fietspad te gaan verkennen. Daar ligt ook het dorp waar we morgen op pad gaan de bergen in. We denken, dat het pad vlak langs het dorp zal gaan, maar het dorp Zuheros blijkt hoog boven het fietspad op een berg te liggen. Dat verandert het plan weer, we gaan morgen met de camper naar het beginpunt van de wandeling en als we terug zijn, meteen naar de volgende CP. Dat hebben we vandaag vast weer ontdekt. We fietsen nog even verder, maar omdat het pad gestaag daalt en het nogal warm is, keren we al gauw om en zijn na 12 kilometer stevig trappen weer bij Duc. De rest van de dag brengen we in de schaduw van de bomen door, krachten opdoen voor de volgende dag.

Ook die dag beloofd warm te worden en we staan bijtijds op om vroeg aan de tocht te kunnen beginnen. Om 10 uur hebben we een parkeerplek aan de rand van Zuheros gevonden, hebben de koffie op en zijn klaar voor de wandeling. Die begint met een route door het dorp van ongeveer 1 kilometer. Leuk dorp, met bijna allemaal witte huizen, smalle straten, een mooi fort en aardige mensen, die ons opgewekt “buenos dias” wensen. Daarna gaat het over een weg snel heuvelopwaarts en kijken we na nog een kilometer neer op het dorp om vervolgens nog 2 kilometer te klimmen en dan de weg te verlaten en een bergpad op te gaan. Het pad is moeilijk te vinden en niet bewegwijzerd, maar we komen toch op een duidelijk pad uit en dan volgt een schitterende tocht door ruig, rotsachtig terrein, door een eikenbos, langs een droogstaande rivier en als laatste door een kloof weer terug naar hert dorp. We zijn blij, dat we bijtijds zijn vertrokken, want het wordt behoorlijk warm. We wandelen er niet alleen en komen af en toe andere wandelaars tegen. Als we onder een boom in de schaduw van onze meegenomen lunch zitten te genieten horen we ineens veel stemmen en even later komt een groep van wel vijftig kinderen het pad afdalen. Gezellig kletsend met elkaar geeft dat een hoop lawaai. Een heleboel van hen groeten vriendelijk en dan keert de rust weer terug. We schatten in dat het groep 7 en 8 van de basisschool was en we verbazen ons over dit soort schoolreisje, want het is een pittige tocht met weinig vertier. Zie ik bij ons niet gebeuren. Nienke zou er niet aan moeten denken! Terug bij Duc, als we zitten uit te blazen met een koud drankje, komt er een bus om de kinderen, die inmiddels ook terug zijn, op te halen. We hebben ongeveer 13 kilometer gelopen en door de warmte zijn we er best moe van. Nu moeten we nog op zoek naar een nieuwe CP, één waar we de WC kunnen legen en het vuile water lozen. We kiezen voor Priego de Córdoba, een dorp dat is te bereiken via een mooie bergweg en niet ver weg is. We vinden de CP snel. Er staat een Belgische camper en later komt er nog een Duitse bij. Gezellig, niet in je eentje staan. Het is tot laat in de avond lekker weer, dus zitten we lang buiten en doen een spelletje Skip-bo om tot rust te komen. We slapen er prima van.

Voor donderdag staat er een reisdag op het programma. We willen naar El Chorro, een piepklein plaatsje, waar een schitterende wandeling te maken is. Volgens onze gegevens is er daar een camping en daarnaar gaan we op zoek. Via kleine, kronkelende wegen (Maarten kan er geen genoeg van krijgen) rijden we over heuvels, begroeid met voornamelijk olijfbomen, en soms prachtige vergezichten naar het zuiden. We moeten ook nog boodschappen doen, want het brood is op. Bij een stad gaan we op zoek naar een winkel. Het is er druk en we zien geen parkeermogelijkheden, maar als we bijna de stad weer uit zijn, zien we een gebouw met grote oranje aanplakbiljetten, waar mensen met boodschappen naar buiten komen. Er is een plek voor de auto, dus wij naar binnen. Het blijkt een soort cash-en-carry te zijn. Grote schuur met van alles en nog wat in de aanbieding. We slaan er onze slag en kunnen er weer even tegen. De lunch eten we aan de rand van een groot stuwmeer en dan op zoek naar het einddoel. Eerst een stuk grote weg, dat schiet op, en dan is daar de afslag EL Chorro. Maarten moet al zijn stuurmanskunst gebruiken om via een dorp met heel smalle straten op de smalle en slingerende weg naar de camping te komen. In het dorp El Chorro is het een drukte van belang. Auto’s, bussen en wandelaars zijn volop tegenwoordig. Maar tot onze teleurstelling blijkt de camping er niet meer te zijn. Helaas moeten we nog een flink eind verder om de CP te bereiken, waar we nu staan. Daar worden we heel hartelijk ontvangen en we zijn blij, dat we een plek gevonden hebben, want het was een lange, warme tocht. We mogen een plek zoeken op een groot terrein naast de B&B die het echtpaar in bedrijf heeft. Er is ook een zwembad en groot terras, waar we kunnen zitten en wat drinken. Gezellig Spaans en toch een stukje Nederland. De beheerder geeft ons tips voor de wandeling van de volgende dag. Vroeg vertrekken, half negen, dan ben je nog wel op tijd om misschien een kaartje voor de tocht te bemachtigen, want de meeste mensen, die daar gaan lopen, hebben al geboekt op internet. De tocht gaat namelijk door een kloof en heet “Camino del Rey”, oftewel Koningspad. Door een 5 kilometer lange kloof stroomt de rivier Gualdahorce. Op twee punten, aan het begin en eind, heeft hij zich dwars door de rotsen geboord en daar zijn in het begin van de vorige eeuw, hoog boven het water wandelpaden aangelegd. Smalle paden, vastgemaakt aan de steile rotswanden. De toenmalige koning Alfonso XII heeft het pad geopend en bewandeld, vandaar de naam. Het pad is slecht onderhouden en begin deze eeuw was het zo gevaarlijk geworden, dat het gesloten is. In 2005 is een begin gemaakt met het opnieuw aanleggen van de route. Nu over houten plankieren, hoog boven het water en langs ravijnen. Het is een grote attractie en per dag mogen er 600 mensen overheen. Ieder kwartier wordt een groep van 50 mensen binnengelaten. Je moet allemaal een helm op, want soms hangen de rotsen laag en zou je je lelijk kunnen verwonden. Het is een spectaculaire wandeling, alleen jammer, dat je in kolonne moet. We zijn blij, dat we dit hebben kunnen doen. Het was weer een heel mooie dag, met heerlijk weer en veel moois. De brug over de laatste kloof is best een beetje eng, een hangbrug met metalen rasterbodem en wat kettingen aan de zijkant. 60 meter lager is de rivier en het wiebelt ook nog. Voor deze tocht moet je geen hoogtevrees hebben. Als we op de CP zijn, komen we bij op het terras en de beheerster maakt een kan sangria voor ons. Zo komen we weer helemaal op verhaal.

Nu is het zaterdagmorgen en gaan we, na het schrijven van dit verhaal, het inpakken van Duc en alles aan te vullen weer op weg. Dit keer naar Fuengirola, een plaats aan de kust, waar we op een grote CP een plek denken te vinden. Morgen hopen we daar dan een kerkdienst in de Nederlandse kerk te kunnen bijwonen. Of dat plan lukt…. Jullie horen het wel.

Er is veel moois te beleven

Ga er maar eens lekker voor zitten, want er is weer heel watte vertellen. Het was nog een hele toer om vorige week het verhaal en vooral defoto’s weg te krijgen. Maar het was gezellig op het terras met veel mensen diemet het heerlijke weer het weekend komen vieren. Na een uur is het gelukt.Vooral de foto’s waren lastig en het zijn er minder geworden dan gepland.Ondertussen hebben we genoten van één glas bier en drie glazen wijn (samen voor€ 5). We lopen nog een poos door de stad en langs een berg van rode steen,waarin vroeger grotwoningen zijn geweest. Het is nog steeds lekker warm en wezitten tot laat buiten. 

Zondagmorgen is het al weer strakblauw en zonnig. Weontbijten buiten en dat is al een traktatie op zich. We zijn van plan om eenwandeling in de buurt te gaan maken, maar als de koffie op is, is het al zowarm, dat we een plekje onder een boom zoeken en besluiten lekker op de campingte blijven. Het wordt ruim dertig graden! De enige andere camper, die er is, isvertrokken en we hebben de hele ruimte voor onszelf. Lezen, puzzelen en eenspelletje doen, zo komen wij die dag prima door.

Zondagmorgen is het al weer strakblauw en zonnig. We ontbijten buiten en dat is al een traktatie op zich. We zijn van plan om een wandeling in de buurt te gaan maken, maar als de koffie op is, is het al zo warm, dat we een plekje onder een boom zoeken en besluiten lekker op de camping te blijven. Het wordt ruim dertig graden! De enige andere camper, die er is, is vertrokken en we hebben de hele ruimte voor onszelf. Lezen, puzzelen en een spelletje doen, zo komen wij die dag prima door.

 Op maandagmorgen maken we de camper weer klaar voor een nieuwe trip. Water innemen, WC schoonmaken en alles weer op zijn plek. Tijd om nieuwe verten te gaan ontdekken. We rijden een kleine weg, die op de kaart als mooie route staat aangegeven. Dat is het ook! Tussen ruige rotsen door, langs kleine dorpen, een stuwmeer en over een bergpas van 1200 meter. Dan dalen we weer af naar lager gebied en komt er meer landbouw. We lunchen op een stuk boerenland bij een stapel hooibalen met uitzicht op typisch Spaanse bergen, oprijzend uit het niets en van boven helemaal afgeplat. Onze weg vervolgend zien we dat we langs een kloof komen en dat daar ook een CP is, van waaruit de kloof bekeken kan worden. Voor € 5 mogen we daar een nacht blijven staan en dat doen we dan ook. De parkeerplaats is groot en ligt tegen de rand van een bos aan. Het is er druk met dagjesmensen en er staan nog twee campers. Het is weer heerlijk weer, maar niet zo warm als zondag. We trekken de wandelschoenen aan en gaan op weg naar de kloof. Het is er fantastisch! Een smalle kloof, met hoge wanden en heel veel grotten. De stenen hebben veel verschillende kleuren en het is er stil, op het geluid van vogels en kikkers na. Boven ons zweven de gieren, die in de grotten nestelen. We worden er stil van. Eén van de uitgesleten grotten is net een koepel in een kerk, maar veel indrukwekkender. Blauw en geel gesteente wisselt elkaar af en hij is helemaal glad uitgeslepen, alsof God zelf er een plek van aanbidding heeft gemaakt. Er is een foto van gemaakt, maar die laat op geen stukken na zien, hoe groots het is. Na ruim twee uur wandelen zijn we terug bij Duc en dan begint het net een beetje te spetteren. Veel valt er niet en we zitten nog een poos buiten. Als het donker wordt, zijn alle andere bezoekers vertrokken en blijven we alleen achter. Het is, buiten de geluiden uit de natuur, heerlijk stil. We hebben dan ook een heel rustige nacht. Op een onverwachte plaats, maar zo mooi.

Dinsdagmorgen is het wat bewolkt, maar droog. Als we in El Burgo de Osma koffie drinken op een CP waar we eerder hebben gestaan, begint het te spetteren. We gaan vanaf daar weer een wat grotere weg rijden om uiteindelijk op de weg naar Madrid uit te komen. In een klein dorp langs de route zoeken we een winkel om brood te kopen. Er is een warme bakker (panederia op z’n Spaans), dus dat komt goed. We lopen nog een rondje dorp en komen een kleine supermarkt tegen, waar we lekkere ham voor op het brood en verse vis voor ’s avonds kopen. Eenmaal op de grote weg gaan we op zoek naar een parkeerplek om te lunchen. Die vinden we op de top van een pas (1400 meter). We staan er net, als er een onweersbui met hagel losbarst. Blij, dat we niet rijden op dat moment. Als de bui voorbij is, is de lunch op en gaan we op weg naar de rondweg om Madrid. Die levert geen enkel probleem op en al snel vinden we de uitgezochte CP in Pinto, een voorstad van Madrid. Mooie plek, bij een groot winkelcentrum, waar per uur moet worden betaald, d.m.v. een parkeerautomaat. We maken een tocht door de stad, maar erg interessant is het niet, want het is siësta, dus alles is gesloten en verlaten. Moeten we nog aan wennen. Pas om vijf uur komt er weer leven in de brouwerij. We zijn er wel dorstig van geworden en drinken een pilsje op een terras. Ondanks de drukke weg, waarlangs de CP ligt, slapen we er goed.

Na betaling van de parkeerkosten, € 6,25 en het volgooien van de tank voor € 1 per liter (zo laag hebben we het nog niet gevonden) vervolgen we onze weg in zuidelijke richting naar de stad Toledo. Daar hebben we pas een artikel over gelezen en die stad willen we wel bezoeken. De parkeerplaats, die in dat verslag werd genoemd, is groot. Er kunnen ruim 500 auto’s staan, maar het is helemaal vol. Dan maar naar een betaalde P bij het station. Dat is een prachtig gebouw, strak opgetrokken van gele steen en in de hal helemaal betimmerd met donker hout en met een ingelegde tegelvloer. Er is ook een VVV waar we een plattegrond van de stad krijgen, met toelichting, hoe er te komen en wat er te zien is, in vloeiend Engels. Dat is mooi meegenomen. We lopen een brug over de Taag over en komen aan de rand van de oude stad, die op een berg gebouwd is. Hier voeren roltrappen de bezoekers naar boven. Het zijn lange trappen, eerst twee en later nog drie. Blij dat we dat niet hoeven te klimmen. In de stad is het een drukte van belang. Smalle straten, grote pleinen en heel veel oude gebouwen om te bekijken. Ook heel veel souvenirwinkels. Daar verkopen ze aardewerk met mozaïek ingelegd, messen en zwaarden en veel artikelen, die te maken hebben met Don Quijote, de Spaanse ridder uit het verhaal van Cervantes. Zijn beeld staat ook in de stad. Verder is er veel van de schilder El Greco te vinden, die hier gewerkt heeft en hier ook begraven ligt. Ook is er een grote Joodse wijk, met smalle straatjes en veel ingelegde tegeltjes met menora’s of Hebreeuwse tekens. Als het lunchtijd is, zoeken we een restaurant en genieten van een lekkere maaltijd. Maarten kiest voor paella met vis en ik neem een stoofschotel met kip. Erbij een grote fles water, want het is weer heerlijk weer en warm in de stad. Na een uur of vier dwalen en rondkijken, zijn we er moe van en blij dat we weer bij de auto zijn. Omdat hier in de buurt geen CP’s zijn, moeten we nog ongeveer 40 km verder rijden naar het dorp Villacañas. Daar moet een CP zijn en een via verde. Dat is een fietspad, aangelegd op een voormalige spoorlijn en het lijkt ons wel leuk om eens een fietstocht te maken. Helaas, zowel CP als via verde zijn niet te vinden in het dorp. De dichtstbijzijnde CP ligt in Alcazar de San Juan, 27 km verderop en is gauw gevonden. Er staan al vier campers en later komt er nog één bij. Tegenover de CP is een groot park, waar we ’s avonds nog een rondje doen. 

Donderdagmorgen komen we al snel een Lidl tegen en slaanflink in voor het weekend. Ze hebben een heleboel Bio-producten, dus dat komtgoed uit. We gaan vandaag niet ver. Het landschap waar we door rijden is heellandelijk geworden. We zien veel olijfgaarden tegen de heuvels en overal zijnde velden rood van de klaprozen. Later komen we door een gebied met eindelozerijen wijnstokken. Het is er tamelijk vlak, alleen in de verte zijn bergen tezien. Bij het dorp Daimiel is een nationaal park, waar we kunnen overnachten enmeteen een lekkere wandeling kunnen maken. Er is plek zat en er blijken driewandelroutes te zijn. Er wordt ons in een folder heel veel natuurschoonbeloofd. Vogels, otters, kikkers enz., maar we zien niet veel meer dan eendenen vissen in het water. Wel zijn er heel veel verschillende, bloeiende bloemenlangs het pad. Ook vandaag is het heerlijk weer, al is er meer wind gekomen.Een jas is geen overbodige luxe. Als we naar bed gaan, begint het flink tewaaien en ’s nachts ook te regenen. Omdat we op een open vlakte staan, schudtde camper lekker heen en weer. Slaapverwekkend. 

’s Morgens regent het nog steeds, maar gaandeweg trekt het weer wat open. Vandaag gaan we op weg naar een camping voor een paar dagen rust. De route voert ons door afwisselend landschap. Eerst nog wijn- en olijfgaarden, daarna worden de bergen hoger en moeten we over drie passen van ongeveer 900 meter. We zijn op weg naar een dorp in de buurt van Córdoba. De campings zijn hier niet dik gezaaid, dus er is weinig keus. Het laatste stuk nemen we nog een binnendoor route over een smalle weg. Het blijkt een mooie route te zijn door vrijwel onbewoond gebied, met op het laatste stuk veel olijfbomen tegen de hellingen en hier en daar een hacienda. Mooie vergezichten en zeer de moeite waard. Op de camping aangekomen, blijkt daar heel veel regen te zijn gevallen de laatste nacht en het is een grote modderpoel. We moeten eerst gaan kijken of we een droge plek kunnen vinden en of we willen blijven. We vinden een redelijk droge plaats, maar we zien veel plekken met diepe wielsporen. Daar is een camper niet best weggekomen. Het is een leuke camping, goed verzorgd en met aardige beheerders. Er staan heel wat Nederlanders. Het regent nog steeds en dat gaat heel de nacht door. Het is nu zaterdagmiddag en het is zo goed als droog. Af en toe komt er nog een bui naar beneden, maar het belooft beter te worden. Wij vermaken ons vandaag met klussen, zoals douchen, opruimen, lekker lunchen en een verhaal de wereld in sturen. Prima daagje. Wat morgen ons brengt, hopen we jullie een volgend keer te kunnen vertellen.



Een goed begin....

Het heeft even geduurd, maar we gaan in de herkansing. Net als in januari gaan we zuidwaarts, door Frankrijk naar Spanje. Maar we beginnen op 2e Paasdag met een gezellige middag met kinderen en kleinkinderen in Schaarsbergen (bij Arnhem). Ter gelegenheid nog van Maartens 70e verjaardag. Er komt weleens wat tussen zo nu en dan, maar nu is het gelukt elkaar te ontmoeten in een pannenkoekenhuis voor een hapje, drankje en daarna een wandeling door het bos. Het is weer heel leuk om zo ontspannen met elkaar in contact te zijn. Om een uur of vijf gaat een ieder zijns weegs en wij gaan op weg naar onze eerste CP. De reis is begonnen!

Het is niet erg druk op de weg en dus kunnen we lekker doorrijden. In Maaseik, net in België, vinden we een ruime CP. Niet bijzonder, maar prima voor een nacht. De maaltijd is eenvoudig, een rest paella van de vorige dag. Die dag hebben we samen met mama gedineerd en meteen afscheid van haar genomen. Het wordt een frisse nacht, maar daar zijn we op ingesteld en we slapen prima.

Dinsdagmorgen is de zon er al een beetje bij als we vertrekken. De route loopt vandaag via Maastricht, Luik en Charleroi naar Frankrijk. Bij de grote steden is het wat druk en af en toe een opstopping door werkzaamheden, maar het gaat goed. We rijden vandaag een flink stuk, want we willen snel naar warmer oorden. De CP, die we voor vannacht op het oog hebben, is er één waar we al eerder hebben gestaan. Een leuke plek bij een zwembad in het dorp Villers-Cotterets. Als we aankomen staan er al vier campers en er komen er later nog drie bij. We zijn dus niet de enigen die op pad zijn. We maken een wandeling door het naastgelegen park, behorend bij een kasteel, en waaien zo lekker even een uurtje uit.

Woensdag begint de dag koud, maar met een mooie zonsopkomst. Het belooft een mooie dag te worden en die belofte komt uit. Via een leuke binnendoor weg met afwisselend bos en bouwland en af en toe een dorp, rijden we naar de zuidelijke rondweg om Parijs. Even grote weg en dan weer klein. De natuur is schitterend. Het lijkt een heel ander landschap dan in januari, nu alles fris groen is en overal de bomen bloeien. Langs de kant van de weg zien we veel seringen en af en toe al brem in bloei staan. Het is hier licht heuvelig en je kunt soms een flink eind wegkijken. De lucht is inmiddels strakblauw en dat is tot op vandaag zo gebleven. De temperatuur loopt al aardig op, maar de nachten blijven nog koud. We rijden weer een flink stuk en vinden een CP in Luant. Hij ligt naast een meer en is goed aangegeven, dus niet moeilijk te vinden zonder tomtom. Ondanks de koude wind besluiten we toch een rondje meer te maken. Afwisselende wandeling, eerst door een soort grienden, daarna bos en langs de oever van het meer terug naar Duc. Zo een uurtje weggetippeld.

Er is niet zoveel spannends te vertellen, want we rijden veel deze dagen. Donderdag weer bijtijds op pad richting Limoges, Périgueux en Marmande naar een CP in Bouglon. Rustige plek bij een piepklein dorp, dat boven op een heuvel is gebouwd. Wij staan aan de rand, onder aan de heuvel. Het landschap is inmiddels een stuk heuveliger geworden en wat minder vrolijk om te zien, want de kleurige koolzaadvelden in Noord Frankrijk zijn we hier kwijt. Maar ook hier bloeit er genoeg.

Na een koude nacht en frisse start, de kachel moet echt wel even aan ’s morgens, komt de zon weer stralend op en gaan we welgemoed verder. Koffie drinken we op een CP een eindje verderop. Die is in het dorp Houeillès en een heel stuk mooier, dan die waar we stonden. Moeten we onthouden voor een volgende keer. We hopen vandaag de grens met Spanje te naderen en te overnachten in Saint-Jean-Pied-de-Port. Dat is inderdaad gelukt. ’s Middags is het al zo lekker opgewarmd dat we buiten op een parkeerplaats de thee kunnen drinken en als we bij de CP aankomen is het flink warm. Het is een heel grote CP en er staan al een stuk op vijftien campers. (Er kunnen er wel vijftig staan) We zijn snel geïnstalleerd en we gaan de stad bekijken. Deze plaats is het startpunt van de pelgrimstocht naar Santiago de Compostela . Eeuwen geleden zijn hiervandaan de eerste pelgrims op pad gegaan. Hier komen nu verschillende routes uit omringende landen bij elkaar voor het laatste gezamenlijke stuk van de route. Het is er een drukte van belang met zowel toeristen als pelgrims. We beklimmen de citadel en slenteren door de smalle straatjes met souvenirwinkels en hostels. Het is zo warm, boven de twintig graden, dat we vinden dat we wel een ijsje hebben verdient. Lekker op een terras en mensen kijken. Terug bij Duc zien we nog heel wat nieuwe campers arriveren, maar vol wordt het nog niet. De camper is flink opgewarmd en het is nog ruim twintig graden als we gaan slapen. Ook ’s morgens hoeft de kachel niet meer aan. Super!

Zaterdagmorgen gaan we Spanje binnen. Eerst nog de weekendboodschappen halen bij de Lidl en dan op naar de grens. Na tie kilometer zijn we Frankrijk uit en begint een lange klim met veel bochten naar een col van 1057 meter over de Pyreneeën. Boven hebben we een prachtig uitzicht, maar het waait er erg hard, dus is het niet zo aangenaam om lang te blijven. We drinken er koffie en dalen dan af naar Pamplona. Daar zouden we om heen moeten, maar door een gemiste afslag gaan we er doorheen. Druk, maar het lukt om de goede weg weer te vinden naar Logroño. Even voorbij die stad, waar we met een nieuwe rondweg omheen rijden, ligt de stad Nájera. Daar vinden we een camping. In eerste instantie ziet hij er wat rommelig uit, maar hij ligt er lekker rustig en de stad lijkt leuk om door te wandelen. Er is helaas geen internet, dus moet dit verhaal vanuit een restaurant verzonden worden. Dus als jullie dit verslag lezen, weet dan dat het verzonden is onder het genot van een glas Rioja wijn. Dat moet wel als je in deze streek verblijft, toch?

We nemen nu even een dag onze rust en gaan dan Spanje verder verkennen. We hebben al erg genoten van al het natuurschoon dat we hebben gezien en kijken uit naar meer.

Home sweet home

Nu we weer veilig thuis zijn, kijken we nog even terug op onze laatste reisweek.

We hebben een rustige zondag, waarop we buiten koffie konden drinken, maar daarna snel naar binnen voor een hoosbui. Dat is zo ongeveer het patroon van de dag. In één woord: wisselvallig. Maandagmorgen is het droog en niet te veel wind, dus aangenaam om in te pakken en op te ruimen. Na de koffie breken we op en rijden langs de kustweg richting Duitsland. Na 85 kilometer langs kleine dorpen, weidevelden en af en toe een glimp van de zee, bereiken we de grens. Het is redelijk druk op de weg, vooral ook nog veel vakantiegangers met camper of caravan. In Niebüll vinden we een rustige plek voor de lunch. Het plan is vandaag naar Glückstad te rijden en daar over te varen over de Elbe naar Wischhafen, waar een CP is. Iemand zei eens tegen me: “Plannen…, die zijn er om overboord gegooid te worden”. Nou, dat hebben we deze reis regelmatig gedaan en ook vandaag gaat het anders dan gepland. Als we bij de stad Heide komen, ziet Maarten een richtingwijzer naar een pont over de Elbe van Brünsbuttel naar Cuxhaven. Nooit van gehoord, maar misschien de moeite waard om even te gaan kijken. Dus die richting op dan maar. Even verderop een omleiding van zeker 20 kilometer, maar vooruit. Zoals we onderweg op een camper lazen: “Jullie hebben een klok, wij hebben de tijd!” Na enig zoeken vinden we de pont en hij blijkt net klaar te liggen voor vertrek. Dat komt zo mooi uit, we nemen hem. Het is inmiddels flink gaan waaien en het motregent zo, dat het uitzicht slecht is en je buiten op de boot kletsnat wordt. Dat is jammer, want de overtocht duurt 80 minuten en het is altijd leuk als je op dek kunt zitten. We nemen koffie met wat lekkers en komen zo de tijd wel door. In Cuxhaven is een CP en omdat het al tegen zessen loopt en het pijpenstelen regent, besluiten we daar te overnachten. De CP is heel groot. Er kunnen ruim 100 campers staan en we zien maar een paar lege plekken. Niet gezellig, maar buiten zijn gaat toch niet, dus we vermaken ons binnen wel.

De volgende morgen is het droog en lopen we alsnog een rondje over het haventerrein voor we op zoek gaan naar een supermarkt om inkopen te doen. Al snel vinden we een Lidl, lekker voor vers brood. Als we voorzien zijn van de nodige etenswaren gaan we verder richting Weser. Vroeger moest je die rivier ook per ferry over, maar er is nu een tunnel. De reis gaat voorspoedig over landelijke wegen naar Westerstede. Daar weten we een rustige CP om de lunch te gebruiken bij een rododendronpark. Net als de vorige keer dat we hier waren is het park gesloten, omdat het natuurlijk geen bloeitijd is. Maar het is een mooie plek en bij de twee appelbomen, die er staan liggen veel valappels, waar we een zak vol van rapen. Lekker voor appelmoes. Het is intussen behoorlijk warm geworden en we gaan snel verder naar Haren aan de Ems. Daar is een CP aan het kanaal, dat geeft altijd wel een beetje verkoeling. We vinden er een plek, redelijk in de schaduw. Achter in de middag slenteren we een poosje door de stad. Ze hebben er zelfs een domkerk. Wit gepleisterd, met een groene koepel en heel verrassend, nog een toren met spits aan de andere kant van het gebouw, gebouwd van baksteen. Vreemd gezicht hoor. De CP is goed bezet, maar niet echt vol. Gezellig druk, zullen we maar zeggen.

Na een rustige nacht begint het de volgende morgen al snel warm te worden. Deze dag willen we naar Vorden rijden en daar een camping zoeken. We hebben afgesproken dat we in de middag bij Geert-Jan en Emmelien zullen zijn en daar een hapje mee eten.  Het is er heerlijk in de tuin en ze trakteren ons op pizza. Heerlijk! ’s Avonds zitten we nog een tijd buiten op de camping, want in de camper is het onaangenaam warm. Het slapen gaat dan ook niet zo lekker die nacht. Ook de donderdag zal een lange, hete dag worden. Middelburg is het doel voor die dag, want we willen voor we naar huis gaan, een bezoek aan onze tante brengen om te zien of het haar goed gaat. Na 300 warme, zeg maar hete, kilometers komen we daar veilig aan. Bijkletsen, hand en span diensten verrichten, thee leuten, papieren nakijken en constateren dat het redelijk goed gaat met onze tante. Dat is een hele rust. Op naar de CP in Middelburg, waar we vaak staan als we tante bezoeken. Helaas, deze is wegens evenementen gesloten. Gelukkig is er nog één in de stad en daar vinden we nog ruimschoots plek, in de schaduw nog wel. Het is in de camper nu ruim 35? en dat is niet goed om in te slapen. Als we tegen half twaalf toch maar naar bed gaan, is het ruim 5 graden koeler, maar we slapen die nacht met de ramen open, want anders is het niet te doen.

Vrijdagmorgen is het lekker afgekoeld buiten, maar dat duurt niet lang. We gaan nog een bakkie doen bij onze tante en aanvaarden dan de reis naar Barendrecht. Om half drie zijn we op honk. Alles staat waar het staan moet en ziet er goed uit, dus zijn we snel weer thuis. Voorlopig zit er nog geen nieuwe reis in het verschiet, hoewel onze hoofden nog vol plannen zitten natuurlijk. Maar daarover een volgende keer.

 Leuk, dat jullie zijn meegereisd en graag tot de volgende trip.