time-out.reismee.nl

Zon, zee en rust

Het is weer weekend en dus tijd voor een bericht. De richting die we deze week gereden hebben is niet moeilijk te raden, Zuidwaarts. Om aan het begin iedereen gerust te stellen: het gaat goed met Maartens vinger. Hij kan er bijna alles weer mee doen, alleen bij stoten heeft hij nog pijn. Gelukkig!

Maandag hebben we ons nog op de camping in Plasencia vermaakt. Het weer viel een beetje tegen, ’s morgens bewolkt en winderig, maar ’s middags kwam de zon erbij en hebben we een eind, een kleine 10 kilometer, langs de rivier Jerte gefietst. Het keerpunt was aan de rand van de stad, waar we een oude stenen voetgangersbrug over konden en langs de andere kant terug.

Dinsdagmorgen is het inpakken geblazen en gaan we schoon en volgeladen op weg. We hebben besloten nu een stuk grote weg te gaan rijden om op te schieten naar de beloofde zon en hogere temperatuur aan de kust. In Merida doen we de inkopen voor de komende dagen. Net weer lekker op gang op de snelweg is er een file en staan we 10 minuten stil. Langzaam komen we weer op gang en er blijkt één baan afgesloten door actievoerende politiemensen. Het is ook overal hetzelfde. Een uur later is het nog eens prijs en dan doen we er drie kwartier over voor we verder kunnen rijden. Dus dat opschieten op de grote weg is ook niet altijd waar. Ons doel voor vandaag ligt nog een aardig stuk weg en om vier uur besluiten we te stoppen in Monesteria, een aardig dorp, waar ze aan de rand een CP hebben. Er wordt dankbaar gebruik van gemaakt, we staan er met z’n achten, waarvan drie Nederlandse campers. Rustige plek, leuke wandeling door het dorp, waar alles nog gesloten is vanwege siësta (moeten we nog aan wennen) en goede nacht. Prima  zo, morgen verder.

Woensdag vervolgen we onze weg naar Sevilla, waar we ruim omheen rijden op weg naar Huelva. Je kunt nu echt merken dat we in het Zuiden zijn aanbeland. We zien palmbomen, cactussen en bloeiende amandelbomen en de dorpen hebben witte huizen in plaats van de bruingele in het noorden. Langs de weg staat witte brem uitbundig te bloeien. Mooi! Net voor Huelva is een zijweg, die naar de plaats gaat, waar in 1492 Columbus vertrok op zoek naar nieuwe werelden. Daar is een gedenkplek, een museum en een grote parkeerplaats, waar we kunnen overnachten. We zijn er al vroeg en na de lunch bekijken we het museum, waar replica’s van de drie schepen, waarmee de expeditie is uitgevoerd, liggen. Wat een kleine schepen waren dat! De bemanning varieerde van 20 tot 40 man, afhankelijk van de “grootte” van het schip. Dat je daarmee de grote oceaan op durfde is al een hele prestatie en dan nog zonder voorzieningen, behalve een kompas en sextant. Moedig hoor. Er is ook een gedeelte waar te zien is wat ze bij aankomst aantroffen, met de bijbehorende oerwoudgeluiden erbij. Leuk gedaan. We brengen er een genoegelijk uur door en zitten de rest van de middag bij de camper in de zon. Deze nacht staan we met zeven campers. Het is overal best druk. Er zijn veel mensen op pad.

Donderdag reizen we verder, maar niet ver, maar 40 kilometer, want we hebben ons doel nu wel bereikt, de zuidkust van Spanje. We vinden een plek in Isla Canela, een badplaats aan het strand onder de rook van Ayamonte. Een prachtig strand ligt voor onze camper en de lucht is strakblauw. Het is niet echt een CP, maar we worden er gedoogd. ’s Middags lopen we een eind over het strand en over de boulevard terug en daarna zitten we tot half zeven in de zon. Prachtige zonsondergang, dat belooft wat voor morgen. In de verte zien we de flats van Monte Gordo al liggen. Dat is ons reisdoel voor het weekend. Daar willen we op de camping staan en genieten van de rust en het mooie weer.

Vrijdagmorgen is het stralend weer en maken we een strandwandeling de andere kant op, genieten van koffie en lunch op het strand en pakken dan in om de grens met Portugal over te gaan. De brug over de grensrivier, de Guadiana, wordt gerenoveerd, dus we rijden er langzaam over heen en kiezen meteen voor de afslag Castro Marim. Daar is een CP waar je kunt lozen en daar willen we onze WC legen. De CP is overvol met campers, en de WC afgesloten, dus dat wordt hem niet. Op naar Vila Real de San Antonio, waar we de laatste weekendboodschappen doen. Om twee uur vertrokken we uit Spanje en om 10 voor twee zijn we op de camping, want we hebben bij de grens een uur cadeau gekregen. De camping is niet  veel veranderd, sinds we hier bijna 10 jaar geleden stonden. Het is zoeken naar een stevige plek, want er zijn veel stukken met zand en daar is het moeilijk uit vertrekken en wegslepen kost een paar centen. Nu staan we op een lekker zonnige plek.

Zaterdag gaan we na de lunch aan de wandel, eerst over het strand heen en over de boulevard terug. Meteen kijken of we de kerk nog kunnen vinden en of er morgen een dienst is. Het strand is nogal veranderd de laatste jaren. Er is langs de volle lengte een plankier op hoogte gekomen en daarlangs liggen de restaurants, dus niet meer her en der verspreid over het strand. Geen vooruitgang vinden wij. Verder is er niet veel anders, er lopen nog steeds héél véél Nederlanders en het is er druk. Maar als je op het strand zit en naar de aanrollende golven kijkt, komt de rust vanzelf.

De kerkdiensten worden nog steeds gehouden in een bioscoopzaal en in februari zelfs twee keer om 9.30 en 11.00 uur. Wij kiezen voor de tweede dienst en het is er goed.  Lekker zingen met elkaar en een mooie boodschap voor de nieuwe week. Nu is het tijd om dit verhaal de wereld in te sturen. WIFI is hier beperkt, dus ik hoop, dat het met de foto’s lukt. Zo niet, dan weten jullie waarom. Goede week allemaal. Wij zoeken morgen weer een nieuw plekje.

Door het Spaanse land

Een hele week verder zijn we alweer en we zijn gevorderd tot Plasencia in Spanje. Prachtige reis tot nu toe, met nieuwe plaatsen, mooie wegen en iedere keer weer een verrassing op welke CP we terecht komen.

Vorige week zondag was het bij jullie bijzonder stormachtig hebben we gelezen en ook bij ons heeft het flink gewaaid. ’s Middags toch nog een lekkere wandeling gemaakt en nog even bij de rivier gekeken.

Maandag weer opgeruimd op pad. Eerst een stuk over de grote weg en na Angouleme weer binnendoor. Bij de Super U doen we onze boodschappen en eten we meteen onze lunch. Ik kook een pannetje soep en bij het fijnmaken met de staafmixer begint de converter (die 12 volt omzet naar 220 volt) hevig te piepen en de mixer doet niets meer. Pech, daar zullen we later wel weer naar kijken. De soep blijft aan de grove kant, maar wel lekker. In de middag rijden we rustig door het golvende Franse landschap naar Monteton, een klein, bijna middeleeuws dorp, waar we op de CP staan met prachtig uitzicht over de vallei.

Als we de volgende ochtend, na een rustige nacht, ons klaar maken voor vertrek gooi ik mijn deur dicht, zonder te merken dat Maarten zijn hand bij het portier heeft. Au! Ringvinger geklemd. Het bloed behoorlijk en er zit een flinke snee in. Ik verbind het zo goed mogelijk en Maarten zegt geen pijn te hebben, dus we gaan op weg. Sturen gaat goed, dus we zien wel. Omdat ik het niet vertrouw en graag wil dat er een arts naar kijkt, zoeken we in de middag in Mont de Marsan het ziekenhuis op. Omdat er een goede CP in de buurt is, zetten we daar eerst Duc neer en wandelen naar de Eerste Hulp. Zoals te doen gebruikelijk is het daar druk en we moeten een aardig tijdje wachten. De arts, die de vinger onderzoekt, zegt dat hij eigenlijk gehecht moet worden, maar het is al te lang geleden dat de wond is ontstaan, dus wordt het opnieuw verbonden en krijgen we een recept mee voor verbandmiddelen voor de komende dagen. Na enig zoeken vinden we een apotheek en komt het allemaal goed. Het gaat goed met de vinger. Iedere dag wordt hij lekker ingepakt en Maarten heeft weinig last. We blijven op de CP staan en hebben een prima nacht.

Woensdag vertrekken we bijtijds en hopen die dag Spanje te bereiken. De dag verloopt rustig en het weer wordt steeds mooier. Lunchen kunnen we buiten doen en we genieten van het mooie landschap. Ook over de Pyreneeën gaan we voorspoedig. Boven op de pas stappen we even uit om van het uitzicht te genieten. Er komt net een echtpaar hijgend boven na een zware eerste etappe van de Jacobsroute naar Santiago de Compestela. Ze hebben het zwaar, petje af. Afdalen gaat snel en om een uur of vier zijn we op de CP in Areguy, vlakbij Estella-Lizarra. Leuke plaats bij een sportcomplex, met uitzicht op een mooi klooster. Achter ons staan bloeiende amandelbomen en we maken nog een leuke wandeling.

We hebben besloten om zo weinig mogelijk snelwegen te rijden, want het binnenland van Spanje is heel mooi. Aan het begin van de weg vragen we in het informatiecentrum of de weg open is? Normaal afgesloten tussen December en April. Nee, er is dit jaar helemaal geen sneeuw! Dus kronkelen we door het binnenland langs grote rode rotsformaties, over een smalle bergpas (+1573m.) en naar een groot bergmeer (Laguna Negra), dat helemaal ligt ingesloten door rotswanden. Prachtige natuur onderweg met mooie vergezichten en af en toe koeien op de weg. Het blijft oppassen geblazen. We belanden uiteindelijk op een CP in Hontaria del Pinar. Een dorp vlakbij een natuurgebied met een kloof en ruige rotsen. Het is er rustig en we staan in eerste instantie alleen, maar later op de avond komt er nog een camper bij. Er is plaats voor 50 campers, dus we hebben de ruimte.

Vrijdagmorgen gaan we voor de koffie op pad langs de uitgezette wandelroute. We lopen in totaal heen en weer ongeveer 6 km. Het is heerlijk weer, wel een beetje fris, en we zijn de enigen die op pad zijn. Heel stil, alleen een kabbelende rivier en vogels. Na de koffie rijden we naar Avila. Dat is een grote stad, ten westen van Madrid, met een heel oud gedeelte met mooie stadsmuur (2500m.lang, 3m.dik, met 58 kantelen). De CP ligt aan de voet van de muur en we kunnen dus snel nog een wandeling maken naar de oude stad. De muur ziet er prachtig uit en ’s avonds is hij verlicht. We staan er met 9 campers met uiteenlopende nationaliteiten. ’s Nachts is het er heel koud, want we zitten op 1100 meter hoogte en op een open vlakte. Het ijs zit ’s morgens aan de gordijnen en Maarten heeft op de thermometer  -0,6? gezien. Maar wij hebben het onder onze warme dekbedden niet koud gehad en onze kachel doet de rest.

Dan gaan we op zoek naar een camping voor het weekend. In Plasencia is er één die open is in dit seizoen, dus daar zal het wezen. Via een leuke route over twee bergpassen van resp. 1565 en 1352 meter, met bijbehorend schitterend uitzicht en een vallei met veel kleine dorpen, waar de bewoners veel werk maken van het snoeien van hun heggen en bomen in allerlei mooie vormen, komen we tegen vieren op de camping. Plaats genoeg natuurlijk, dus we zijn zo geïnstalleerd. En zo genieten we vandaag van de rust. Het weer is, in tegenstelling tot het weer bij jullie, prima. Een graad of 18, zon en wat stapelwolken. We zijn heel de dag buiten. Heerlijk. Morgen blijven we ook nog hier en dan kiezen we weer een nieuwe richting.

Alle goeds van ons en tot een volgend keer.

AL halverwege Frankrijk

Woensdagmorgen 5 februari: we vertrekken keurig op tijd, uitgezwaaid door Carel, voor onze reis naar het Zuiden. Eerst nog even naar mama voor de koffie en een afscheidsknuffel. Daar zien we ook Betty nog even en we gaan nog even langs bij Truus en Jouke om echte Wickevoorter boerenkool te brengen (die moet je geproefd hebben, zó lekker!). Dan is het half twaalf en kunnen we echt van start. Via Bergen op Zoom en Antwerpen rijden we richting Kortrijk, waar we in een dorp vlakbij, Duc voorzien van drinken voor onderweg en waar we de gastank vullen, zodat we volop ons kacheltje kunnen stoken en ons potje koken.  Al snel gaan we de grens met Frankrijk over waar we net voor Arras een CP vinden in Avion. Leuke plek bij een park en dichtbij het centrum. Er staan al vier anderen, dus aanschuiven maar. We lopen een rondje door het park, maar aangenaam van temperatuur is het nog niet.

Donderdag 6 februari: De zon komt op als we ontwaken en dat is de voorbode van een dag met prachtig weer. We starten langzaam op en gaan via binnenwegen naar Abbeville, waar we de grote weg naar Rouen nemen. Net onder die stad ligt Oissel, een stadje aan de Seine. De CP is wat lastig te vinden, maar ligt heel leuk, naast een Jeu-de-boulesbaan (altijd leuk om naar te kijken) en met uitzicht op de rivier. Er is plaats voor 2 campers en wij zijn de eerste. Na ons komen er nog drie en met enig inschikkken kan het net. Leuke wandeling door de stad en langs de Seine bij een lekker zonnetje. Prima zo!

Vrijdag 7 februari: Vandaag op weg richting Tours. We volgen de route via Chartres over de N10, soms vierbaans, maar geen snelweg. Het weer is goed, zeker om te rijden en het landschap begint al lente trekjes te krijgen. Groene velden wisselen de vers geploegde landerijen af. In de berm bloeit af en toe al gaspeldoorn. Om een uur of vier zijn we op een CP in Saint Genouph, iets ten westen van Tours. Dorpje aan de Loire, waar we met een klein uur wel uitgekeken zijn. Ook hier staan we niet alleen, maar met z’n vijven. Gezellig. In de verte zien we af en toe de TGV voorbij rijden, maar verder is het heel rustig hier.

Zaterdag 8 februari: Voor het weekend hebben we een camping uitgezocht in de buurt van Ruffec. In het piepkleine dorp Condac is er één die ook in de winter open is (komt niet veel voor in deze streek), waar we een warm welkom krijgen. Het is er niet super de luxe, maar we kunnen lekker douchen, er is WIFI om jullie bij te praten en rust. Ook nog vlakbij een wild stromende rivier (Charente), waarin het water heel hoog staat. Via bruggetjes kun je naar een park lopen. Erg leuk om te zien. We gaan straks nog kijken of het water nog stijgt, of al weer aan het zakken is. Het weer is wat minder geworden, de zon is verdwenen en af en toe valt er een drup regen. Maar wij zitten warm en droog.

Zondag 9 februari: We slapen uit! Kwart voor negen wakker, we zullen het nodig hebben      We blijven lekker hier vandaag en gaan genieten van de rust. Morgen verder en volgende keer dat er WIFI is, meer nieuws. Tot dan.

We gaan er even tussen uit!

Onze Duc heeft er zin in en wij natuurlijk ook.

Op 5 februari hopen we te vertrekken, op zoek naar de zon in Spanje en Portugal. Ook deze keer gaan we weer proberen jullie via deze site op de hoogte te houden van onze belevenissen. We denken ruim zes weken weg te blijven, als alles bij ons, en allen die ons lief zijn, goed blijft gaan.

We wensen jullie ook goede weken met alles wat jullie bezig houdt en vinden het leuk ook eens van jullie te horen.

Tot schrijfs dus maar!

Over grenzen heen

En dan is er weer een week voorbij. Een fantastische week mag ik wel zeggen. Zoveel moois gezien! Zondag is er rust. In de loop van de morgen komen Peer en Angelique uit Berlicum, die ook met een campertje op de camping staan, vragen of ze Duc mogen bekijken. Ze zijn op zoek naar een iets groter model dan ze nu hebben en vragen of Duc soms toevallig te koop is. Dat is hij natuurlijk niet! We luieren de dag door en lopen alleen tegen de avond een rondje over en om de camping. Even de klim- en daalspieren tot rust laten komen. ’s Nachts vallen er een paar flinke buien, dus maar goed dat we de luifel vast hebben opgeruimd. We vertrekken, nadat alles weer schoon en vol is, naar een volgend dal. Er is, aan het eind van het dal, een mooie CP, met alles erop en eraan, voor € 10. Hij is niet eenvoudig te vinden en we moeten over een smal weggetje naar beneden, maar dan heb je ook wat. Aan de voet van een stuwdam en omringd door bergen. Het is vandaag wisselvallig weer. Er valt niet veel regen, maar het dreigt wel steeds. Als we geïnstalleerd zijn, klimmen we langs een steil pad omhoog naar de stuwdam. Je kunt er over heen lopen en dan langs het stuwmeer wandelen. Zo tippelen we toch weer anderhalf uur, genietend van mooie vergezichten over het meer en de gletsjertoppen.

 Voor dinsdag geven ze veel regen op en we besluiten de hier geplande wandeling niet te doen, maar er een reisdag van te maken. Eén van de gaspitten heeft kuren en Maarten heeft uitgezocht, dat er in Aosta een camperreparatiebedrijf zit. Omdat we toch die kant uit gaan, omdat we over de Grote Sint Bernard pas naar Zwitserland willen, gaan we op zoek naar dat bedrijf. Leve onze nieuwe telefoon, waarmee we ook de route kunnen bepalen. Dat leidt ons feilloos naar de juiste plek. Het is inmiddels half één, dus bijna siësta, en de monteur geeft aan dat we om drie uur aan de beurt zijn. Oké, dan eerst lunchen, even een boodschap doen in de nabijgelegen Conad, en rustig afwachten. Om half drie verschijnt een andere monteur die wel even kijken wil. Hij herkent het probleem, maar volgens hem moet er een nieuw onderdeel in en dat moet van de fabrikant komen. Kan wel tien dagen duren. Daar hebben wij natuurlijk geen tijd voor, dus bedanken we hem en gaat weer op pad. We tanken Duc nog even bij, gelukkig bij een pomp onder een afdak, want op dat moment barst er een wolkbreuk los. Dan op weg naar de pas. Ongeveer halverwege naar boven is een parkeerplaats waar je kunt overnachten en daar vinden we een plekje, tussen een Duitser en een Belg. Om een uur of zes komt er een helikopter, met veel lawaai, landen aan de overkant van de rivier op een open plek. Er stappen twee mensen uit en hij vertrekt weer. Dat gaat zo vier keer en we bedenken, dat dat de andere morgen waarschijnlijk zal worden herhaald.

En ja hoor, na een rustige nacht worden we om acht uur gewekt door de helikopter, die het personeel, en later nog verschillende onderdelen voor het werk, komt ophalen. Dan gaan wij ook maar hogerop. De route is mooi en niet moeilijk te rijden. Het is weer een stralende dag geworden en boven op de pas, op 2473 meter hoogte, lopen we een poos rond, gewoon in T-shirt. Het is er gezellig druk en het uitzicht is prachtig. Daarboven is ook de grens en zo rijden we dan Zwitserland binnen. Over mooie wegen kronkelen we naar beneden, door Martigny, en verder richting Lausanne. Maar voor we daar zijn, buigen we bij Aigle af om een CP te zoeken in Leysin. Een stad op een berg, waar veel sportactiviteiten te vinden zijn. De CP ligt op een parkeerplaats  bij een overdekte ijsbaan, waar ook nu geschaatst kan worden. Het uitzicht is mooi, overal hoge bergen rondom. Naar één van de hoogste toppen gaat een kabelbaan. De top ligt helaas in de wolken, dus gaan we niet omhoog vandaag. Morgen misschien? 

De volgende morgen ligt de top in de zon. Wel zien we aan de andere kant van het dal wat wolken ontstaan, maar we besluiten, met de gratis bus, naar de kabelbaan te rijden en gaan welgemoed naar boven. Wat is dat een goed plan. We hebben genoten daarboven. Het is heel helder en je kunt ver weg kijken. We zien in  het westen de Mont Blanc (50km. hemelsbreed) en in het oosten zelfs de Matterhorn. Schitterend. Maar wat het mooiste is, dat we boven het wolkendek zijn. Onder ons is een zee van witte wolken, die boven het dal hangen. Het lijkt of je in een vliegtuig boven de wolken vliegt. Zo mooi, alleen de hoge bergtoppen steken er, als eilandjes boven uit. We lopen een poos rond over de top en besluiten dan om naar beneden te gaan lopen. Als we met de kabelbaan terug gaan, zitten we straks bij Duc onder de wolken en dat is niet gezellig. De wandeling is lang, maar niet moeilijk, tot we besluiten het laatste stuk een wat kortere, maar moeilijker weg te nemen. Dat wordt nog een lastig stuk, waar zelfs kettingen langs de rots, als beveiliging, aan te pas komen. We landen echter weer heelhuids beneden, waarbij we natuurlijk een stuk door de wolkenband heen moeten. In de loop van de avond trekt de wolkenband weg en we kunnen nog lang buiten van de avondzon genieten.  Wat een dag!

Vrijdag is er weer volop zon. Langs een bergachtige route rijden we naar het meer van Neuchâtel. Aan de westkant van het meer ligt een CP, alweer hoog op een berg  “Creux du Van”, aan de rand van een kloof. De weg erheen is smal en kronkelig, en het is een trekpleister, dus veel tegenliggers, die het fenomeen al gezien hebben. Boven vinden we een grote parkeerplaats met voldoende plek en we installeren ons. Na de thee wandelen we naar de kloof en het is inderdaad spectaculair. Hoge kliffen en een weids uitzicht. Nog een eind hoger is een uitzichtpunt, waar je neerkijkt op het meer van Neuchâtel en de hoge bergen in de verte. Het is vandaag niet zo helder als gisteren, dus van de bergen zien we niet veel. ’s Avonds gaat de zon vlammend onder en bij de kloof hangen de wolken, net als gisteren laag in het dal. Schitterend gezicht.

En dan gaan we ook Zwitserland verlaten, een stuk bergafwaarts naar de grensovergang en Frankrijk in, gaat weer de andere kant van de berg omhoog. Via de Ballon d’Alsace rijden we naar Le Thillot, waar we het weekend gaan doorbrengen op een camping. Het is een mooie rit, het weer is prachtig, veel zon, 28 graden, veel blauwe lucht met een enkel wit wolkje.Op de camping is nog ruimschoots plek. Dus alles zit weer mee. We denken tot dinsdag hier te blijven, misschien nog een fietstocht langs de Moezel te maken en op donderdag weer thuis te zijn.

We hopen, dat jullie onze belevenissen met plezier hebben meebeleefd en wellicht tot een volgende keer.

Over grote hoogtes

Na het rustige weekend hebben we er weer zin in om verder te trekken. Vandaag eerst nog iets dieper de vallei in. Na 10 kilometer is het eind in zicht en komen we bij de CP van Breuil-Cervina. Er is een mooie plek met uitzicht op het dorp en de indrukwekkende berg Monte Cervina. De top is nog in de wolken , maar er wordt een heldere middag voorspeld, dus wie weet…  Eerst maar koffie en dan op weg naar het dorp. Daar is het een drukte van belang. De parkeerplaatsen staan overvol en in het centrum lijkt het de Kalverstraat wel, alleen wordt er geen Nederlands gesproken. We bekijken de kerk, de winkels en zien een leuk restaurant, waar we besluiten t gaan lunchen met gerechten uit het land. We bestellen raviola en polenta met worst. Het smaakt heerlijk en weer eens wat anders dan de Hollandse pot. Op de terugweg nemen we een andere route en wandelen door naar een nabijgelegen meer, Lac Bleu geheten. Het is helemaal opgeklaard en we zien de Cervina (Matterhorn) nu in volle glorie. Jaren geleden zagen we hem van de Zwitserse kant. Toen lag er veel sneeuw op de berg, nu is hij  grijs en grimmig. Het loopt in de loop van de dag helemaal vol met campers en de plaats met 100 plaatsen is bijna vol. Weer een stralende dag!

Dinsdag is de zon er al weer vroeg bij en gaan we na de koffie welgemoed op weg naar een nieuw dal. Wonderlijk, dat als je dezelfde weg terug rijdt, je toch steeds weer nieuwe dingen ontdekt. We denken in de stad aan het eind van het dal boodschappen te doen, maar kunnen in de drukte die daar heerst, geen winkel ontdekken. Verderop dan maar. We rijden door naar de hoofdstad van deze streek, Aosta. Daar aan de rand vinden we een grote supermarkt “Conad” geheten, waar we alles vinden wat we nodig hebben. We lunchen daar op de parkeerplaats met een lekkere salade, met verse spullen uit de winkel. Dan op naar het volgende dal, Val de Cogne. Net na Aosta slaan we links af en rijden 20 kilometer, slingerend en stijgend door een nauw dal, langs een snelstromende rivier. Voor we naar de geplande CP in Lillaz gaan, willen we in Cogne even naar de VVV, om informatie over wandelingen in de omgeving te halen. Er is daar een grote CP, dus we denken daar onze Duc te parkeren. Nou, dat lukt maar net. Alle 120 plekken zijn bezet, alleen langs de rand kun je nog wel even staan. Wat een drukte is dat hier. Van de CP kun je met een lift naar het hoger gelegen centrum en dan is de VVV gauw gevonden. We krijgen een uitgebreide plattegrond en een boekje met informatie, ook over de tijden waarop hier tussen de verschillende dorpjes een gratis bus rijdt. Dat is een goede service, waar we later ook dankbaar gebruik van maken. Maar eerst 3 kilometer verderop de CP zoeken. Zou die ook zo vol zijn? En ja hoor, alle 32 plaatsen zijn bezet. Gelukkig is er naast een groot grasveld, dat ook al bijna helemaal gevuld is met campers, en laat er nu net één vertrekken. Goede plek, met uitzicht op bergtoppen en al weer aan een bruisende rivier. Super. We installeren ons en wandelen naar het dorp(je). We zien een richtingwijzer naar een waterval en dat is natuurlijk goed nieuws voor Ineke. Ook hier is het vreselijk druk met wandelaars. Alle parkeerplaatsen staan bomvol en zowaar zien we ook nog enkele Nederlandse auto’s. Ook tussen de 60 campers staat één Nederlander. Dat is nog bijna niet gebeurd deze reis. We zitten buiten tot na het avondeten. Dan gaat de zon achter de bergen en wordt het te fris. We zitten tenslotte op ruim 1800 meter hoogte.

Woensdag moet er natuurlijk gewandeld worden naar de watervallen. Het is een pittige klim, maar ze zijn erg mooi. We zijn alleen niet de enigen met dat idee en we lopen dan ook in colonne. Dat zijn we niet zo gewend en op het smalle, steile en rotsige pad. Het is lastig steeds weer ruimte te maken voor andere wandelaars. Toch de moeite meer dan waard en na twee uur zijn we terug bij Duc, keurig op tijd voor de lunch. Dan worden de fietsen tevoorschijn gehaald. Er moet namelijk nodig een kaart op de bus en in Lillaz is geen brievenbus, daarvoor moet je naar Cogne. Er loopt een wandelpad, annex fietspad naar de stad en we hebben gezien dat het hoogteverschil niet al te groot is, dus we wagen het erop. Het gaat prima, al kost het soms wat moeite om de wandelaars te omzeilen. In Cogne zoeken we het postkantoor en daarna klimmen we steil naar boven naar het begin van een kabelbaan, om te informeren of en wanneer hij morgen gaat. Want dan willen we hoog op de berg een wandeling maken. Dus we blijven nog een nacht.

Dat plan wordt de volgende dag uitgevoerd. Eerst met de gratis bus naar Cogne, dan met de kabelbaan naar boven. De wandeling is, vooral in het begin heel pittig, maar het uitzicht op de verschillende uitzichtpunten is grandioos. Kleine dorpen diep beneden en prachtige gletsjers in de buurt. Ook de Mont Blanc kun je hier al zien. Na fikse klim komen we bij het hoogste punt, een ruwe steenrots met kruis erop, en dan dalen we af, langs een smal pad over de graat van de berg, tot een bergweide, waar we onze lunch, een meegenomen omelet, in alle rust verorberen. De rest van de afdaling is over brede paden, maar wel behoorlijk steil. Als we bij de kabelbaan zijn, zijn we moe, maar voldaan. De bus terug is overvol, maar we kunnen zitten. We hadden het idee om nog te vertrekken van de CP, maar besluiten na terugkomst toch nog maar een nacht te blijven.

Vrijdag breken we dan op en zoeken een nieuwe bestemming. Het wordt Rhêmes-Notre-Dames in het Val di Rhêmes. Na in een dorp onderweg de WC geloosd, water ingenomen en boodschappen te hebben gedaan, zijn we al snel in het volgende dal. Het lijkt minder druk, maar schijn bedriegt. Op de CP, die we uitgezocht hebben is het vol. Dus rijden we een stukje terug naar een andere parkeerplaats, waar we nog net een plekje vinden. Na de lunch wandelen we een rondje door de omgeving. We gaan een kerk binnen, oud met prachtig beschilderd plafond. Net als we binnen komen, begint er muziek te spelen. Het Halleluja van Händel. Zo mooi. Stil luisteren we tot het afgelopen is. Ontroerend.  Later op de middag rijden we weer naar de CP. Er zijn al heel wat wandelaars vertrokken en we vinden een mooie plaats. Tegen de tijd dat het donker wordt, zijn bijna alle auto’s vertrokken en is er één camper bijgekomen. Dat wordt een rustige nacht dus.

Op deze plek begint een wandeling naar een waterval en uitzichtpunt in de bergen. Dat klinkt aantrekkelijk en als we daar vast staan, kunnen we op tijd beginnen en is er zeker een parkeerplaats. Vanaf 8 uur beginnen de eerste enthousiastelingen al te arriveren, maar als wij uiteindelijk vertrekken is het half elf. De wandeling staat te boek als eenvoudig, maar uit ondervinding weten we dat dat niets zegt. Het valt echter mee. Er moet bijna 400 meter geklommen worden, maar dat gaat heel geleidelijk en over goede paden. Na ruim een half uur komen we de eerste waterval tegen, mooi. Later volgen er nog twee en deze zijn echt schitterend. Van heel hoog komen ze naar beneden. We hebben de tocht niet helemaal volbracht, maar zijn de laatste steile hellingen niet opgeklauterd. Op een grote steen in de zon eten we onze salade en gaan dan via een andere, hoger gelegen, maar wel makkelijker route terug naar Duc. Alles bij elkaar zijn we vijf uur onderweg geweest en hebben genoten van alles wat er groeit en bloeit op de hellingen. Zelfs edelweiss gevonden en heel veel vlinders gezien. Bij terugkomst pakken we alles in en gaan op zoek naar een camping om weer even bij te komen. In Rhêmes-Saint-Georges, 14 kilometer terug richting Aosta, is nog ruim plek en daar blijven we nu tot maandag. De verdere plannen zijn nog niet helemaal bekend, dus die komen een volgend keer.

Korte update

Vandaag is wat je noemt een rustdag. We hebben lekker geluierd en alleen vanmiddag een wandeling om het naast de camping gelegen meer gemaakt. We voelen de spieren nog wel van de vorige wandeling, dus we moeten in training blijven. Geen echt nieuws dus.

De eigenlijke reden waarom ik dit bericht stuur is, dat het foto's versturen gisteren niet lukte en ik dus vanmorgen nog de rest van de foto's erbij heb gezet. Waarom het de ene keer wel lukt en de volgende niet, is mij een raadsel, maar vooruit. Dus als jullie nog plaatjes willen kijken, dan kan dat.

Veel plezier ermee en tot later.




Van heel nat en heel heet

Wat vliegt zo’n week in ons tweede huis voorbij. Voor een rustig weekend hebben we een plek gevonden op een camping en daar is ook internet, dus kunnen we jullie bijpraten.

Vorige week zondag was een echte rustdag. Luieren, een hapje en drankje en ’s middags een korte wandeling naar een uitzichtpunt in de buurt. Daarvandaan kunnen we de bergtoppen van Oostenrijk en Zwitserland zien. Ons voorland voor de komende dagen. Met veel zin gaan we maandag aan de volgende etappe beginnen. Het wordt een mooie tocht over smalle bergwegen door Oostenrijk met als hoogste punt een pas van 1620 meter. In Landeck kopen we voor een paar dagen eten in en om een uur of vier zijn we op de CP in Pfunds. Een plek voor de camping en ook lang niet vol. De camping is wel aardig bezet. Als we een beetje bijgekomen zijn maken we nog een wandeling van twee uur. Eerst een stukje bergop over een bospad, dan door het dorp Pfunds en langs de rivier de Inn terug. In het bos komen we nog langs een leuke tentoonstelling. Vier gepensioneerde inwoners van het dorp hebben hier vele huizen uit het dorp in miniatuur nagebouwd. Heel  knap gedaan. Na een laat diner, dat we lekker buiten kunnen eten, is de dag weer vol.

Voor  dinsdag staat de rit naar Zwitserland op het program. Was het de dag ervoor stralend weer, nu is er een dicht wolkendek en als we de berichten mogen geloven, komt er heel slecht weer aan. Het plan was om op een bergpas te overnachten op 2200 meter hoogte, maar dat lijkt ons met onweer op komst geen goed idee. Maar goed, eerst op pad. Bij de douane mogen we zo verder rijden en de eerste grote plaats waar we langs komen, Scuol, rijden we in om geld te pinnen en de stad te bekijken. Een pinautomaat is snel gevonden en dan op naar de koffie. Lekker bakkie, maar wel aan de prijzige kant. Maar ja, moet af en toe kunnen. Als we weer buiten staan begint het te druppelen. We hebben geen jas mee, dus besluiten snel naar Duc terug te gaan. Helaas komt er een wolkbreuk en zijn we totaal doorweekt als we bij de camper zijn. Geen nood, droge kleren genoeg en we kunnen er wel om lachen. De rest van de dag genieten we van het Zwitserse landschap op weg naar het zuiden. Door St. Moritz, waar het een drukte van belang is naar Maloja, waar we onverwachts via een pas met veel haarspelbochten afdalen naar lagere regionen. Dan zijn we bijna bij de CP in Stampa aangekomen. Jammer, wegens werkzaamheden is deze gesloten. Geen andere in de buurt in Zwitserland, dan wordt het een versnelde aankomst in Italië. Net over de grens, waar we ook nu niet worden gecontroleerd, belanden we op een CP in Chiavenna. Plek zat en lekker rustig. ’s Nachts staan we er met zijn twaalven.

Na ’s morgens alles weer schoongemaakt en gevuld te hebben, gaan we op weg naar de Italiaanse meren. Eerst komen we bij het Comomeer. Wat is het hier vreselijk druk!!! Na een half uur komen we in een file terecht en dat is niet fijn als het zo warm is. Pfff. We gooien onze plannen om en laten Como links liggen en gaan via Lugano, weer langs een meer, maar veel rustiger. We lunchen bij een supermarkt, want parkeerplaatsen zijn dun gezaaid langs deze wegen. Daar krijgen we een enorme wolkbreuk op ons dak. Fijn, dat we even stilstaan. Maar het geluk is ons niet altijd goed gezind. Als we in Lugano aankomen, barst er weer een hevige bui  los. Hele watervallen spoelen over de straten en we zien puntdeksels zweven op de watermassa. Als we het drukke Lugano achter ons hebben rijden we rustig naar een CP in Angera, gelegen aan het Lago Maggiore. Daar is het heel stil en we staan er de nacht alleen. Een rondje dorp maakt ook deze dag weer vol. Het is weer droog en we zitten nog lang buiten.

Na een stille nacht is er een drukke morgen. De geheel lege parkeerplaats stroomt vanaf een uur of acht helemaal vol. Wat blijkt, er is markt vandaag en daar komt veel volk op af. Het is prachtig weer en we besluiten die markt ook maar met een bezoek te vereren. We kopen er groente en twee broekriemen voor Maarten en een luchtig broekje en hemdje voor Ineke. Daarna verlaten we snel de CP om plaats te maken voor meer kooplustige lieden. Deze donderdag willen we de Aostavallei bereiken, ons uiteindelijke reisdoel. Dat lukt, na af en toe even zoeken bij een omleiding, prima. Bij Pont St. Martin rijden we het eerste diepe dal de bergen in naar Gressonay-La-Trinité. Helemaal aan het eind van een 32 km. lange weg, met veel bochten, leuke dorpjes, smalle doorgangen en een flink hoogteverschil, vinden we een CP op 1825 meter hoogte. Hij ligt bij twee kabelbanen en heeft alle service die we nodig hebben. Hoog boven ons torent de gletsjer. Prachtig uitzicht. Tot zonsondergang genieten we van het natuurschoon.

Vrijdag zakken we  vier kilometer af naar een grote parkeerplaats waar we ook mogen overnachten. Dan zijn we dicht bij het vertrekpunt van de wandeling, die we graag willen gaan maken. Volgens ons wandelboek een eenvoudige wandeling over weiden en door bos. Het weer is goed en we gaan welgemoed op pad. Het blijkt nogal een rooskleurige inschatting te zijn van de moeilijkheidsgraad, althans voor ons. Het begint al gauw flink te stijgen en dat gaat heel lang door. Als we eenmaal op hoogte zijn, wordt het wat vlakker en kunnen we van het mooie uitzicht genieten. De afdaling is echter ook nogal pittig. Steil en rotsig pad, een aanslag op onze knieën. We zijn blij als we beneden zijn, en best een beetje trots, dat we dat nog kunnen. Nog een vlakke kilometer naar het dorp waar we net de bus, terug naar het beginpunt, missen en een uur uitrusten, winkeltjes bekijken en van een ijsje smullen. Al met al een hele belevenis die vijfeneenhalf uur duurde.

Zaterdag gaan we dit dal verlaten op zoek naar nieuwe avonturen. De terugreis gaat natuurlijk een stuk makkelijker bergafwaarts en we zijn zo weer op de hoofdroute. Daar gaan we op zoek naar een winkel om de voorraad aan te vullen. Na dertig kilometer gaan we een volgend dal in. Daar is bij een meertje in Valtournenche een camping, waar we nu verblijven. Het is weer heerlijk weer geworden en we leven lekker buiten. Vanmiddag de bedden verschoond, de luifel schoongemaakt, uitgebreid gedoucht en een verslag geschreven. We denken ook vanavond nog lang buiten te kunnen zijn. De zon is al achter de berg verdwenen, maar het is nog lekker genoeg om in korte broek buiten te zitten. Ook morgen blijven we hier en maandag hopen we de Matterhorn, die hier Monte Cervina heet, te gaan bewonderen. Of dat lukt, horen jullie volgende keer.