time-out.reismee.nl

't Is weer mooi geweest

De terugreis door Frankrijk verloopt voorspoedig. 

De plaatsen, waar we een CP vinden, hebben prachtige namen, maar zijn meestal maar kleine dorpen, waar niet veel te beleven is, hartje winter. Op zaterdag rijden we met zonnig weer richting de Dordogne. Midden in deze mooie streek ligt het dorp Les Eyzies du Tayac. Klinkt goed, toch? Het is een dorp in een gebied met hoge rotsen, waarin veel grotwoningen zijn gevonden. In het dorp is ook een museum daaraan gewijd. Er is een mooie, grote CP aan de rivier La Vézère, waar in een hoekje één camper staat. Door de vele regen van de afgelopen dagen is het er modderig en alle voorzieningen zijn buiten gebruik vanwege de winter. We besluiten toch te blijven en vinden een beschutte plek. Laat op de avond komen er nog twee campers bij. Het plan is om de volgende dag een wandeling in de buurt te maken, maar dat valt in het water. Zondag is een verregende dag. ’s Morgens volgen we op de computer een vooraf opgenomen kerkdienst en ’s middags gaan we gewapend met paraplu een rondje dorp doen. Verder is er rust! 

Maandagmorgen is het nevelig, maar droog en welgemoed vertrekken we naar nieuwe streken. Vandaag gaan we een stuk grote weg rijden, want dat schiet lekker op. Het eerste stuk voert ons nog door de Dordogne met kleine wegen, leuke dorpen, hier en daar een kasteel en veel bochten. Bij Brive-la-Gaillarde komen we dan op de rijksweg en tuffen met een lekker gangetje verder. Voorbij Limoges hebben we een dorp gevonden met de klinkende naam: Saint Benoit-du-Sault. Daar is op het dorpsplein een CP. Dat lijkt ons prima, temeer daar er bij staat, dat er om de hoek een bakker zit. Maarten wil nog graag een keer verse croissants als ontbijt. CP is snel gevonden, leuk met uitzicht over de omgeving. Het weer is niet zo geweldig, miezerig en winderig, maar we gaan het dorp verkennen. Heel oud, met veel smalle straten en een grote kerk, die heel eenvoudig is ingericht. Er is één minpunt hier, de bakker is gesloten vanwege vakantie. Dat is nou jammer. Dan maar gewoon een lekker bord warme havermout. 

En verder gaat het weer. Eerst rijksweg en vanaf Chateauroux kleinere wegen. We rijden vandaag tot net onder Parijs en weten daar een CP in Souppes-sur-Loing. Hier stonden we al eerder en er is verder niet zoveel keus in de buurt van Parijs. Ook daar plaats genoeg en alle rust om goed te slapen. We kunnen wel merken dat we noordelijker komen, want de nachten worden flink kouder. De warme pyjama’s komen weer goed van pas en ’s morgens moet de kachel goed zijn best doen, voor we uit bed komen. De zon is er wel weer bij en dat maakt het rijden een stuk gezelliger. Hier en daar komt ook hier het voorjaar in zicht, sneeuwklokjes en narcissen komen we al tegen. Woensdag ronden we op een simpele manier Parijs en gaan op ons gemak Noord Frankrijk door. Het is voor ons nog te ver om door te rijden, want dan komen we heel laat aan en dat willen we niet, dus we slapen nog een laatste nacht op een CP in Bapaume. Mooie plek bij een grote kerk. Er is wel wat verkeerslawaai, maar ’s nachts is het stil. En, groot pluspunt, er is een bakker om de hoek! Jawel, dat wordt op donderdag dus genieten van croissants. En laten ze nou ook nog in de aanbieding zijn. 3 halen, de 4e gratis. We hebben er goed van gegeten. Ook nog wat lekkers voor onderweg, zo maken we de laatste reisdag tot een feestje. 

Via Lille, Gent, de Oosterscheldetunnel en Goes, komen we via de A4 in Barendrecht terug. Om half vijf zijn we weer op honk. We vinden alles in goede orde en het zonnetje heeft de kamer al verwarmd tot 18?, dus de thuiskomst is verwarmend. We kijken terug op een heel fijne reis, waarin we veel nieuwe dingen hebben ontdekt, maar ook oude bekende plekken hebben teruggezien. We hebben veel zonuren gehad en af en toe wat druppels, dus we hebben kunnen genieten van de prachtige ruige natuur, wilde golven, bloeiende bomen en nog veel meer. We zijn heel dankbaar, dat we dit konden meemaken. Een volgende reis is nog niet gepland, maar als het zover is, melden we ons. Bedankt voor het meereizen.

De weg terug

Nu, echt op weg naar huis, vinden we onderweg de tijd om een verslag te schrijven. De maandagmorgen begint nevelig, maar als we eenmaal op weg zijn, komt de zon erdoor. Vandaag rijden we naar de stad Viseu. Daar is een CP aan de rand van de stad, waar een fietspad begint over een oude spoorlijn. In Portugal noemen ze dat een Ecopista. De route voert ons over een nationale weg door veel dorpen. Dus echt doorrijden is er niet bij en het is steeds opletten geblazen. We drinken koffie en lunchen later op een dorpsplein bij een kerk. De laatste is open en we gaan naar binnen voor een rustmoment. Hij is modern en rijkelijk voorzien van tegelwerk. Mooi, dat hier bijna alle kerken open zijn voor wie binnen wil lopen. Kunnen wij nog wat van leren. Na de grote stad Coimbra kiezen we voor een binnendoortje. Een weg naar Maartens hart. Smal, kronkelig en heuvelig. Het is een onherbergzaam gebied, waar weinig mensen wonen. Hij komt uit bij het dorp Caramulo, waar je een prachtig uitzicht hebt over de vlakte. Als we afdalen, zien we dat hier de bosbrand, die enige tijd geleden Portugal trof, zijn verwoestende werk heeft gedaan. Ook later zullen we nog stukken geblakerd bos tegenkomen. Ziet er heel treurig uit. Ik had van tevoren op de computer uitgezocht waar we de CP in Viseu konden vinden en gelukkig rijden we er snel naar toe. Ruime plaatsen op een grote parkeerplaats. En zo waar, er staat een Nederlandse camper. In tijden niet gezien. Er is niemand thuis en later blijkt, dat ze de fietsroute hebben uitgeprobeerd. Mooie route, smaakt naar meer. Voor ons is het nu te laat, misschien morgen. Wij lopen nog even de stad in en ontdekken een leuke tram, die naar het oude centrum gaat, zo’n 500 meter hoger. Hij is gratis en rijdt ieder half uur. We moeten een kwartier wachten, dan boven een half uur zoet brengen voor we terug kunnen. Het is half zes, de zon gaat onder, dus ook dat bewaren we voor een andere keer. De nacht is er heel rustig en als we af en toe wakker worden, horen we zacht getik op de auto. Regen… Dat fietsen is er niet meer bij

Dinsdagmorgen is het grijs en guur. Inpakken en op weg is de boodschap. Van Viseu rijden we naar de grens. Er loopt een rechtstreekse weg heen, maar dat is tolweg en daar houden we niet van. We nemen de N 16, die er naast loopt en omheen kronkelt. Dat is nog niet zo eenvoudig, want de bewegwijzering laat nogal eens te wensen over. Vooral in de grote stad Guarda raken we het spoor bijster. Maar we vinden het ook weer terug! Ieder dorp heeft aan de ingang, uitgang en ook tussendoor “sobre elevados”. Dat zijn verhoogde voetgangersoversteekplaatsen, waar Duc heel zacht over heen moet, anders ligt de inhoud van onze kastjes helemaal door elkaar. Het is een vermoeiende reis, maar we zien weer veel moois. De CP, die we hebben uitgezocht ligt aan de ingang van een piepklein dorp, Castelo Mendo. Een ruim plein voor de toegangspoort met uitzicht over de heuvels. Er staat gelukkig niet al te veel wind, want het is er nogal open. We zitten net aan de thee als er een mevrouw uit het dorp komt en ons aanspreekt. “Of we mee willen naar haar winkel om te proeven van de dingen die ze heeft gemaakt”. Wij drinken eerst de thee op en lopen dan met haar mee. Het is niet echt een winkel, meer een werkplaats. Ze heeft er geitenkaas, jam, wijn en fruit in de aanbieding. Van alles kunnen we wat proeven en ze is een goede verkoopster. We nemen peren jam, een halve geitenkaas en een grote fles rode wijn mee. Zij gelukkig en wij hebben weer iets echt Portugees om van te genieten. We bergen alles op voor we een rondje dorp gaan doen. Dan komt er net een oudere vrouw met een grote tak sprokkelhout aansjouwen. Maarten pakt het andere eind van de tak en samen brengen ze het naar haar huis in het dorp. Veel dank natuurlijk, maar was een kleine moeite. Het is een heel oud dorp, maar heel goed onderhouden. Aan het eind is de ruïne van een slot met ook daar een mooi uitzicht. De wind maakt het koud, dus we zoeken snel onze warme Duc weer op. Dat is een mooi eind van onze trektocht door Portugal, morgen komt Spanje weer aan de beurt.

 Het plan is om in ongeveer twee dagen door Spanje te trekken over grote wegen. De mooiere binnenwegen houden we tegoed, we moeten nu zachtjesaan naar het Noorden. De snelwegen in Spanje zijn prima en heel rustig. Het komt voor, dat je zowel voor als achter je, geen auto ziet. Heel bijzonder. Alleen in de buurt van grote steden is het drukker. Het landschap is in deze tijd van het jaar nogal grauw. Veel bruin, soms rode grond en maar weinig groen. Uitgestrekte landerijen, waarvan we eigenlijk zelden een boerderij kunnen ontdekken. Af en toe zien we ooievaars en roofvogels, maar verder is er niet veel te beleven. Het is een sombere dag met veel bewolking, dat maakt het er ook niet vrolijker op. Voor de nacht hebben een CP bedacht net voor de stad Palensia in Dueñas. Het blijkt een mooie plek te zijn, maar heel open en dus koud en vlak bij de rijksweg. Dat doen we dus niet, we rijden verder naar de CP in Torquemada, waar we ook op de heenreis hebben overnacht. Prima plan. Er staan al twee Fransen als wij er aankomen en later volgen er nog drie. Volle bak dus weer. Heerlijk rustige nacht, zelfs de honden slapen. 

Nog steeds veel wolken en af en toe wat miezer als we donderdag op weg gaan. Naast een kleine omleiding, omdat er een vrachtwagen gekanteld is op de weg, wordt het een voorspoedige reis. Ook vandaag weinig echt interessants te zien. Pas als we de grote weg na Burgos verlaten en de N 120 gaan rijden, valt er meer te beleven. Dit is een gedeelte van de Camino de Santiago, de pelgrimsweg naar Santiago de Compostela. Overal staan waarschuwingsborden langs de weg voor overstekende wandelaars en jawel, ondanks het winterseizoen zien we meerdere dapperen aan de wandel. We moeten ook nog een pas over op 1150 meter hoogte en daar zien we nog aardig wat sneeuw liggen. Als we afdalen is dat weer verdwenen. Lunchen doen we op een parkeerplaats in de stad St Domingo de la Calzada. We bakken pannenkoeken van boekweitmeel met spek en kaas. Smullen. Dan is het niet ver meer naar de camping in Estella, die we hebben uitgezocht. Helaas, ondanks dat in ons camperboek staat dat hij open is in de winter, is hij gesloten. Maar ongeveer 20 kilometer verder moet er nog één zijn die open is. Nou, we mogen er staan, maar open is hij niet. We krijgen een plek net binnen de poort, er is een warme douche en verder is er niemand. Wij staan goed voor een nacht en denken morgen, van alle gemakken voorzien en schoon, Frankrijk binnen te rijden. De zon komt heel af en toe tevoorschijn en er is geen wind, dus we drinken buiten thee en lopen een rondje camping. Dan is het mooi geweest en heb ik tijd voor dit verhaal, dat ik de volgende dag afmaak. 

Stille nacht en een grijs ontwaken. We rijden weg in de mist en de stad bij de camping, die we gisteren mooi op de heuvel zagen liggen, is in het niets verdwenen. Al gauw trekt de mist op en vervolgen wij de route naar Pamplona. Ik heb heel goed opgelet, maar toch raken we daar het spoor weer bijster. We keren om en proberen het opnieuw en deze keer lukt het wel. We landen aan bij een grote supermarkt op de laatste weekendboodschappen te doen en gaan de weg naar de Pyreneeën op. Het is prachtig weer geworden en we genieten van de tocht over bochtige wegen en steeds hoger. We hebben gekozen om de route via Roncesvalles en Saint-Jean-de Pied-Port te nemen. Er is daar al een paar dagen een temperatuur ruim boven nul, dus de weg zal goed te rijden zijn. Dat blijkt ook zo te zijn, maar boven op de pas (1057 meter) ligt nog veel sneeuw en ook in de dorpen onderweg is te zien dat het recent nog flink gesneeuwd heeft. Afdalend aan de noordkant lijkt het wel voorjaar. Veel groen en vee in de wei. Een heel verschil en dat binnen een uur. Alweer hebben we een land achter ons gelaten en rijden Frankrijk binnen. In Sauveterre-de-Bearn vinden we een goede CP. Het is nu 20 graden en we zetten de stoelen neer en genieten in T-shirt van de zon. Straks gaan we op zoek naar WIFI om dit bericht wereldkundig te maken. Gelukt! In het dorp was geen internet te vinden, maar aan de overkant van de CP zijn tennisbanen en van de beheerder mogen we daar de WIFI gebruiken. Dus vanaf het terras bij de tennisbaan: Gegroet! Morgen rijden we verder en zoeken een CP voor de zondag. Even op de plaats rust. We denken eind volgende week weer thuis aan te komen. Dat laten we wel horen als het zo ver is.

Over zon, wind en zee

En dan is het zomaar alweer zondag. Het is weer een volle week geweest en wat hebben we veel moois gezien en beleefd. Om te beginnen de wandeling op maandag in Alvor. Eerst omhoog naar het centrum en dan afdalen naar de haven, waar de rondwandeling door het getijdengebied begint. Er zijn plankieren aangebracht, waarover ook als het hoog water is, het gebied bekeken kan worden. Nu is het laag water en zijn er ook in de rivier veel zandbanken. De zon schijnt en ook de wind laat van zich spreken. We lopen tot aan de monding van de rivier, waar je een mooi uitzicht hebt op de stad Lagos. Dan over het strand met de wind in de rug terug naar de stad. De vloed komt op en er zijn flinke golven. Van de vele vogels, die hier zouden moeten zijn, zien we er maar bar weinig. Zeker niet de goede tijd van het jaar. Wel zien we lege hulzen van zee-egels. ’s Middags ruimen we vast de luifel op, want nu is hij droog. 

De volgende morgen besluiten we na het ontbijt nog een keer richting stad te gaan om in de markthal onze verse voorraad aan te vullen. Dat valt een beetje tegen, want er zijn maar drie kramen, waarvan de viskraam bijna uitverkocht is. We kopen alleen groente en fruit en kuieren naar de camping. Na de koffie vertrekken we. Vandaag gaan we naar de meest zuidwestelijke punt van Europa, kaap São Vicente. We hebben pech, want het fort met restaurant is gesloten voor renovatie. Op de kaap is heel veel wind, we durven niet te dicht bij de rand te komen, want de vlagen zijn onvoorspelbaar. Altijd weer een prachtig gezicht, die hoge rotsen, waartegen de golven beuken. Na de lunch rijden we terug naar Sagres en parkeren op de grote parkeerplaats bij het fort. We vinden aan de rand een plek, waar de stormachtige wind geen vat op ons heeft. Hier slapen we vannacht, samen met een flink aantal andere camperaars. We pakken ons goed in en wandelen naar het fort. Eigenlijk is het geen fort, maar een heel dikke muur, die de flinke landtong, die er achter ligt, afsluit. Ook op de landtong zijn plankieren aangelegd en kunnen we een rondwandeling maken. We hebben er uitzicht op de kaap en aan de andere kant op Sagres. Helemaal uitgewaaid en toch wat verkleumd komen we bij Duc. We zijn toe aan een warme kop chocolademelk met ontbijtkoek. Dat smaakt heerlijk! 

Dit is dan het afscheid van de Algarve. Vanaf nu gaat de reis noordwaarts. De wind is iets gaan liggen en de zon is er al weer prachtig bij als we vertrekken, op zoek naar een leuke koffieplek. Al rijdend over smalle binnenwegen zien we weer een nieuw fenomeen. Gele struiken langs de weg, zou dat mimosa zijn? We stoppen om poolshoogte te nemen en jawel hoor, bloeiende mimosa. Van een afgebroken tak nemen we twee takken mee om onderweg van te genieten. Deze bloemen hebben we niet iedere dag op de vaas. Later die dag komen we zelfs over een weg, die helemaal omzoomd is met bloeiende mimosa struiken. Heel bijzonder. Voor de koffie rijden we naar een parkeerplaats bij Carapateira. We stonden daar al eens en het is er erg mooi. Aan een lagune, vlakbij het strand. We kunnen buiten zitten en genieten van de koffie, de zon en de mooie omgeving. Dan verder naar Aljezur, een witte stad, tegen een berg gebouwd. Ook daar weten we een markthal en daar vinden we twee mooie tonijnbiefstukken en een grote moot verse zalm. Kunnen we even vooruit. We rijden dan de Algarve uit en Alentejo binnen . Het landschap verandert. We zien minder palmen en cactussen en meer kurkeiken en eucalyptusbomen. Ons doel voor vandaag is de stad Santiago do Cacem. Daar is een CP bij het zwembad en we hebben hem al snel gevonden. Het is zoeken naar een goede plek, niet omdat het druk is, maar de plaatsen zijn ontzettend schuin. We vinden een redelijk rechte plek. Goed genoeg voor één nacht. Nog een klein rondje stad en dan houden we het voor nu voor gezien. 

Donderdag zijn we bijtijds wakker. We gaan richting Lissabon en kijken wel hoever we komen. Tegen lunchtijd zijn we in Setúbal, een drukke stad, waar we toch moeiteloos doorheen gaan. Ten westen van de stad is een mooie route langs de zee, waar we een prachtige plek vinden om te lunchen. De lucht is blauw, de zee is blauw en de lunch (witlofsalade met geitenkaas) is lekker. Het idee was, een CP net voor Lissabon te zoeken, maar het is nog zo vroeg als we daar zijn, dat we doorrijden. Over de grote tolbrug over de Taag, langs het hoge Christusbeeld, en dan de kustweg naar Cascais. De toren van Belém staat er ook nog steeds en er zijn weer veel bezoekers. De drukke kustroute is niet zo fijn om te rijden, maar de CP bij Cascais mag er zijn. Grote parkeerplaats aan zee, tussen twee restaurants. Het waait er behoorlijk, maar we vinden aan de rand een plekje uit de wind. Prima zo. Wat wij toch met water hebben, weet ik niet precies, maar het blijft trekken. Ook hier weer hoge rotsen, ruige zee en aan de overkant een mooi duingebied met hoge zandduinen. Die bewaren we voor morgen. Vandaag nog even naar het strand en dan is het mooi geweest. 

Vrijdagmorgen beginnen we met thee en beschuit om de trouwdag van Mathilde en Nico te vieren. Het is een sombere morgen. De wolken hangen laag en het miezert. We gaan toch een frisse neus halen en maken een wandeling van drie kwartier door de duinen. Opgefrist gaan we op weg over een kustroute, waar we vanwege de mist het uitzicht moeten raden. In Sintra is het druk en ik mis de afslag naar de weg, die ik had willen rijden. We komen op een andere weg naar het noorden terecht en daar baal ik van. Hij is druk en door een industriegebied. Jammer, maar soms gaat dat zo. Tegen lunchtijd is de mist opgetrokken en komt de zon weer tevoorschijn. In Torre Vedras komen we in een file terecht in de stad. Er zijn verschillende straten afgesloten i.v.m. een carnavalsoptocht. We zien er niets van, maar verschillende mensen die verkleed zijn. Ons einddoel voor vandaag is Nazaré, een stad aan de kust (natuurlijk), waar een grote camping is. Er moet daar ook een fietspad langs de zee zijn en in ons wandelboek staat een rondwandeling. Soepel rijden we er naar toe en tot onze verrassing is de camping bijna leeg, dit in tegenstelling tot de campings aan de zuidkust. We zoeken een ruime plek uit en komen tot rust. 

Alweer staan we op met de zon op onze ramen. Nog steeds noordenwind, maar dat gaat ons er niet van weerhouden op stap te gaan. Ik maak een salade klaar met broccoli, peen, ui en augurk en er gaat een blik sardines mee. Ook een thermosfles heet water om bouillon te maken. Moet goed komen dus. Door een dennenbos, over zandpaden en na nogal wat dwalen komen we in de duinen terecht, waar we in een duinpan onze lunch opeten. De duinen zijn hier vrij hoog en langzaam dalen we af naar de zee. Die is hier heel wild. Heel hoge golven komen met daverend geweld neer op het strand. Hoe dichter we bij de stad komen hoe drukker het wordt. Allemaal getrokken door dit schitterende natuurgeweld. We klauteren over rotsen weer omhoog naar een fort en dan over een gestaag stijgende weg naar de oude stad, die hoog boven de zee gebouwd is. Van daaruit gaat een tandradbaan naar de benedenstad. Die nemen we, want we moeten straks ook weer klimmen naar de camping. Beneden is het een drukte van belang. Veel verklede mensen, muziek en gezelligheid. We drinken een biertje op een terras aan de boulevard, want je moet toch een beetje meedoen, en laten de drukte aan ons voorbij gaan. De weg naar de camping valt niet mee, maar na zo’n 11 kilometer komen we , moe maar voldaan, bij Duc terug. We voelen de benen behoorlijk na al dat klim- en daalwerk. 

Vanmorgen is het mistig en miezerig bij het opstaan. Dus haasten we ons langzaam en genieten van een rustdag. Even niet inpakken en opruimen. In de camper proberen we naar een kerkdienst te luisteren, maar het WIFI-signaal is niet sterk genoeg. Straks nog een rondje camping om de benen te strekken en plannen maken voor de komende dagen. We denken nog twee dagen in Portugal te zijn en dan Spanje in te rijden. We hebben het nog niet echt koud gehad en zijn benieuwd wat de komende tijd ons zal brengen.

We wandelen wat af....

Na een paar rustige dagen maken we plaats voor nieuwe enthousiaste camperaars, die al weer staan te wachten om ons plekje in te nemen. Wij laten de kust even voor wat ze is en gaan een stukje het binnenland in om te genieten van het heuvellandschap. Via de drukke N125 rijden we naar Tavira, waarna we de afslag São Bras de Aportel nemen. Daar weten we een Lidl, waar we nieuwe voorraden kunnen inslaan na een lang weekend. We lunchen er ook meteen op de ruime parkeerplaats, speciaal voor campers. Het is weer prachtig weer vandaag. Blauwe lucht, veel zon, maar ook veel wind uit noordelijke richting. Dus wel een beetje fris. Ons einddoel voor vandaag is Loulé, een flinke stad met in het centrum een grote parkeerplaats, waar je kunt overnachten. In ons camperboek is wel gewaarschuwd voor veel hondengeblaf, maar we denken dat het zal meevallen. We vinden de plek soepel. Er staan al drie campers en wij zoeken een leuke plek met uitzicht op de oude stad. Er blaffen inderdaad veel honden, maar zo later blijkt, zijn ze ’s nachts best rustig. Gelukkig. 

Na de thee wandelen we de stad in. Eerst door het oude gedeelte met smalle straten, waar geen auto’s kunnen rijden omdat ze steil zijn en er vaak treden zijn. We komen bij een oude kerk, nogal verwaarloosd zo te zien, maar als we er omheen lopen, blijken ze aan de andere kant net met de renovatie te zijn begonnen. Er is ook een mooi park met veel bijzondere planten en vanaf daar kun je in de verte de P met onze Duc zien. Later zien we nog een oud kasteel en de grote markthal. De nieuwe stad is nogal bont versierd. Dit in voorbereiding op het carnaval. De rest van de middag en avond vermaken we ons met eten koken, eten en een spel. Rustige nacht. 

De volgende morgen besluiten we eerst naar de markthal te lopen om rond te neuzen en nog wat kleine inkopen te doen. Er zijn veel kramen met groente, fruit en Portugese producten, zoals vijgen, noten, honing en wijn. En natuurlijk Port. Bij een kraam met zelfgebakken taart kopen we twee stukken voor bij de koffie en keren terug naar Duc. De taart is heerlijk, noten en kaneel. Mmmm… Daarna pakken we in en rijden verder richting Salir en dan de weg naar Alte. In ons Algarveboek hebben we een wandeling gezien bij Rocha de Pena. We vinden de parkeerplaats bij het begin van de wandeling. Daar maken we eerst de lunch klaar en dan komen de wandelschoenen voor de dag. Er komt een mevrouw langs met drie honden, die ons in het Nederlands aanspreekt. Een landgenote, die hier al een poos woont en ons vertelt, dat het een mooie tocht is en dat we hier ook gerust kunnen overnachten. Dat klinkt goed en we besluiten dat te doen. Het is heerlijk weer, zeker om te wandelen. Rocha de Pena is een bergrug in het heuvelachtige landschap en de wandeling voert ons er boven overheen. Hoogteverschil ongeveer 250 meter. Als je onderaan staat, snap je niet hoe je boven kunt komen, zo steil is het. Dat wordt klimmen dus, vooral in het begin gaat het flink omhoog. Hoe hoger we komen, hoe mooier het uitzicht en al gauw kunnen we de zee zien in de verte. Het eerste stuk is goed begaanbaar, maar boven op de bergrug wordt het pad behoorlijk rotsig. Uitkijken dus. Er bloeit hier al van alles, stuiken met paarse bloemen, waar de bijen omheen zwermen, witte trosnarcissen en als we weer lager komen, de amandelbomen. Die staan hier overal om ons heen en zijn prachtig om te zien. Na ongeveer drie uur stappen, zijn we weer op de parkeerplaats aangekomen. De nacht die volgt, is niet helemaal rustig, want de blaffende honden doen ook hier hun best. 

Donderdag rijden we dan alsnog naar Alte, naar de CP bij de begraafplaats. Daar drinken we koffie en rijden dan verder naar Paderne. Onderweg zien we nog een nieuwe CP, waar we kunnen lozen en water innemen en zo zijn we weer helemaal gesteld voor een paar dagen. Bij de oude wasplaats en bron in Paderne is het vol met campers. We parkeren aan de rand, kijken even rond en kopen een zak sinaasappels in de schuur, die aan de CP grenst. Als we aan de lunch zitten, komt een Fransman zeggen dat hij vertrekt en we op zijn plek kunnen staan. We waren niet van plan te blijven, maar het is zo’n leuke plek, dat we bezwijken voor één nacht. Door de pittige wandeling van de vorige dag heb ik wat last van mijn enkel, maar we gaan toch proberen een stukje te lopen. Dat blijkt goed te zijn, want de pijn trekt langzaam weg en zo tippelen we al gauw anderhalf uur weg. Langs een heuvel, die we vervolgens oplopen, langs een oude molen en de rand van het dorp weer terug. Onderweg staan veel amandelbomen waar nog amandelen aanzitten en Maarten rekt en strekt om er een behoorlijk aantal te plukken. Twee jaszakken vol. In de camper gaat hij meteen aan de slag met een tang om ze te kraken. Zwaar werk, maar we houden er een aardig maaltje aan over. Even roosteren in de koekenpan, een beetje zout erover. Traktatie! 

De nacht verloopt rustig en de volgende morgen gaan we op zoek naar de CP waar we het weekend willen doorbrengen. Via Albufeira, waar we boodschappen doen rijden we naar Vale de Parra, een dorp waar een nieuwe CP is. Hij ligt er prachtig, maar nu hebben wíj pech. Completo! Op zoek naar een alternatief dan maar. Het wordt een camping in Alvor, zo’n twintig kilometer verder langs de kust. Maar eerst willen we nog een leuke lunchplek. Die vinden we aan Marinha Praya. Een prachtige plek aan de kust, waar we ook al eerder stonden om te overnachten. Het weer is weer heel mooi met strakblauwe lucht en het is dan ook best druk op de parkeerplaats. Dit is één van de plekken waarom de Algarve bekend is. Prachtig strand en grote rotsen in zee. Na de lunch wandelen we nog een stuk en verwonderen ons weer over de natuur. 

Dan op naar de camping. Die is snel gevonden en volgens de dame bij de receptie is er nog plaats, maar we moeten eerst maar gaan kijken en dan terugkomen om in te schrijven. Dat doen we en later begrijpen we waarom dat zo is, want het is een zogenaamde vrije camping. Geen vaste plekken en hegjes, maar iedereen mag gaan staan waar hij wil. Dat betekent, dat alles en iedereen kris kras door elkaar staat, sommigen met een heel grote plek en anderen op een klein plekje. Alles loopt ook nogal schuin, dus het is zoeken geblazen. Toch vinden we een redelijk rechte plaats, een beetje onder de bomen, maar ook veel zon. Het is inmiddels al te laat geworden om nog buiten te zitten. Morgen verder. 

Zaterdagmorgen begint met een strakblauwe lucht. We ontbijten buiten (hier 09.00 uur) in de warme zon. Het waait nog steeds en we besluiten om de luifel met zijkant neer te zetten. Dat scheelt een stuk. Vandaag is het grote verschoondag. We gaan de voorraden bekijken en de bedden van nieuwe lakens voorzien. Tussendoor natuurlijk uitgebreid tijd voor een hapje en drankje en genieten van de zon. Als de klus geklaard is lopen we ’s middags nog even naar de stad. Ook weer een oude stad met smalle straten en heel veel restaurants. Zal hier ’s zomers wel beredruk zijn. Op de terugweg kopen we nog een fles rosé, want morgen is het een rustdag bij de camper en genieten van de zon. En dan worden we ‘s morgens wakker van harde regendruppels die op ons dak kletteren. Zo maar een pittige bui! Dat hebben we niet verwacht. Gelukkig blijft het bij een bui en is het nu droog, wisselend bewolkt en winderig. We hebben al heerlijk buiten koffie gedronken en van ons glas rosé genoten. Nu zakt de zon al weer en wordt het te fris buiten. Tijd voor een verslag dus. Morgen denken we ook nog hier te blijven en een wandeling langs het strand te maken. Dinsdag weer een nieuwe plek zoeken. We twijfelen nog waarheen, dus dat horen jullie later. Tot dan.

Van oud en nieuw

’t Is mooi geworden hoor, die nieuwe ruit. Na een telefoontje van het hoofdkantoor van Carglass in Portugal, dat de afspraak is verplaatst naar 12:00 uur, zorgen wij op tijd aanwezig te zijn. Als we van de camping vertrekken begint het te miezeren en als we bij de garage aankomen is het een echte bui geworden. Na een uur flink klussen, met Maarten als oplettende toeschouwer, is de klus geklaard en kunnen we de weg weer op. Het regent pijpenstelen, maar de ruitenwissers doen goed werk. We rijden naar Olhão, waar we een Lidl weten. Daar gaan we eerst lekker lunchen en dan duiken we de winkel in voor de boodschappen, waaronder een paar grote flessen water, want het kraanwater smaakt hier erg naar chloor. Het plan voor de komende dagen is: naar een CP in Quelfes rijden en van daaruit morgen per fiets naar de grote vis- en groentemarkt in Olhão te gaan. Het is even zoeken, maar we vinden de CP aan de rand van de stad. Hij ligt op afgesloten terrein voor een privéwoning en er kunnen 9 campers staan. Wij zijn nummer 8 en daar blijft het bij. Een zeer internationaal gezelschap heeft er een plek gevonden. De nacht is er stil op wat blaffende honden na, maar dat is bijna normaal hier.

Het waait stevig als we de volgende morgen de fietsen van stal halen. Naar het centrum van de stad is bergafwaarts en windje mee, dus dat gaat gesmeerd. We waren hier al eerder, dus vinden snel de grote markthallen. In de eerste hal zijn veel kramen met groente en fruit, wel zo’n twintig en hetzelfde geldt voor de tweede hal, maar dan met vis in alle maten en soorten. Je kijkt je ogen uit. Eerst verzamelen we een flinke tas met groenvoer en dan twee mooie moten vis. Goed geslaagd! Op een bank langs de haven genieten we nog een poosje van alle drukte in de haven en de zon. Dan welgemoed op weg terug. Het valt mee met heuvel en tegenwind. ’s Middags vinden we een plek op het terrein, uit de wind en in de zon. Boek en een kop thee, wat wil een mens nog meer.

Zaterdagmorgen gaan we schoon en vol op weg naar nieuwe avonturen. Weekendboodschappen halen en dan op weg naar Manta Rota. Daar weten we een mooie CP vlak bij het strand. Het is er altijd druk, maar we hopen, omdat het nog vroeg is, dat we er een plek kunnen krijgen. Onderweg genieten we van het voorjaar. We zien al bloeiende amandelbomen. Mooi. Om half twaalf komen we bij de CP en als we voor de poort staan komt de beheerder naar ons toe en wijst op de plek direct naast de ingang. Dat is de enige overgebleven plek. Niet de mooiste, maar we nemen hem. Daarna gaat meteen het bord completo op de inrit. Het is een grote plaats, dus we hebben volop ruimte aan alle kanten. Het blijkt ook eigenlijk best leuk te zijn, want je kunt de hele dag, net als op een terras, mensen kijken. Er staat nog steeds veel wind, maar naast de auto is het prima toeven. Later lopen we natuurlijk nog een rondje strand. Even uitwaaien en zeelucht snuiven. Het strand is hier breed en het is helder weer. We kunnen Monte Gordo en Vila Real de S. Antonio mooi zien liggen. Terug over de CP, even Nederlanders tellen. Van de ongeveer 100 campers, zijn er zes landgenoten.

Zondag wordt, zoals bijna altijd, een rustdag. Uitslapen, kerkdienst, koffie met wat lekkers, een rondje strand en ’s avonds een nieuwe variant van het spel Quixx, die we van Simon hebben gekregen. Even anders en lastig, maar wel leuk. Er was ook vandaag veel wind en ’s nachts buldert het af en toe flink.

De maandag begint somber. Grijze wolken en veel wind. We komen langzaam op gang, doen de huis, tuin en keuken klussen. Het blijft bewolkt, maar het is niet koud en we besluiten na de lunch naar Monte Gordo te wandelen over het strand. Het eerste stuk gaan we over het wandelpad, dat door de duinen is aangelegd. Het gaat over plankieren en aan weerszijden zien we veel cactussen en witte brem, die al in bloei staat. Vlak voor Altura komen we op het strand en dan is het tornen tegen de wind in. Het water staat nog vrij hoog en we kunnen nog niet echt op hard zand lopen. Best vermoeiend dus. We halen Monte Gordo dan ook niet. Na anderhalf uur vinden we het wel mooi geweest. We rusten een poos uit in een duinpan en keren dan met de wind in de rug Ducwaarts. Na ruim drieënhalf uur zijn we op de CP. Moe maar voldaan en behoorlijk rozig. De zon heeft zich vandaag bijna niet laten zien, maar het is droog en niet koud. Prima zo. Omdat we al ruim drie dagen stilstaan en de zon zich weinig laat zien, hebben we een beetje weinig energie. Onze vriendelijke buurman laat ons een uur gebruik maken van zijn oplaadpunt, want zij gaan toch uit eten. Wat zijn er toch veel aardige mensen op de wereld!

Morgen pakken we in en rijden een stukje landinwaarts. Waarheen precies weten we nog niet, maar dat is dan de verrassing voor de volgende keer.

Aan de kust van Portugal

Zaterdagmorgen komt de zon alweer stralend op. Wat een heerlijke start van een nieuwe dag. Als we helemaal schoon en volgeladen zijn, pakken we de draad van de reis van gisteren op en rijden verder over de rijksweg naar het zuiden. Een rijksweg in Spanje is toch totaal iets anders dan de grote wegen in ons land. Hier geen drukte, files en veel vrachtverkeer. Je kunt op je gemak de cruise-control aan zetten en dan heb je alle tijd om om je heen te kijken. Af en toe passeert je een auto en heel soms moet je een vrachtauto inhalen, maar verder is het genieten van de omgeving. Heuvelig landschap, met hier en daar een grote boerderij, wat grazende koeien en schapen. We rijden tot Zafra, waar we de kleinere weg naar Huelva nemen. In Zafra halen we de weekendboodschappen en lunchen daar meteen. De route is heel mooi om te rijden. Kronkelende wegen, eerst nog door landbouwgebied en later door olijfgaarden, wijngaarden en eucalyptusbossen. An het eind van de middag komen we in de door ons, voor het weekend uitgezochte, CP in Valverde del Camino aan. De CP ligt aan de rand van de stad en biedt uitzicht over het heuvelland. Vlak voor ons zijn volkstuinen, waar ijverige mannen op leeftijd aan het snoeien en begieten zijn. Er staan al een Engelse en Zweedse camper en later komt er nog een Spaanse bij. Gezellig internationaal. Het is nog heerlijk weer, dus wandelen we naar het centrum van de stad. Daar is het lekker druk, met volle terrassen. Het is een mooie stad met goed onderhouden huizen. Zoals veel dorpen hier zijn de meeste huizen wit geverfd met een betegelde onderkant. Als de zon gaat zakken, wordt het fris en zijn we blij weer binnen te zijn.

Dan een rustdag. We komen langzaam op gang, luisteren en kijken naar een kerkdienst vanuit Zunderdorp, die we vooraf gedownload hebben, genieten van een hapje en drankje enz. ’s Middags lopen we een uitgezette wandelroute door het heuvelachtige landschap. Het is goed zoeken naar de aanwijzingen, maar we komen na drie uur, moe maar voldaan, weer netjes bij Duc uit. De zon schijnt nog steeds, en door de klepperende ooievaars en de overdadig bloeiende weiden aan de overkant, lijkt het hier al voorjaar.

En dan worden we maandag wakker in een mistige wereld. Vandaag is het plan naar Portugal te rijden. Via kleine binnenwegen, want de grote weg zijn we nu wel zat. Wat is het jammer, dat het mistig is. Zo zien we maar een klein beetje van de mooie omgeving. Het zijn rustige wegen, dus echt last hebben we niet van de mist, maar als je niet ziet door welk landschap je rijdt, is dat jammer. Om een uur of twee (Portugese tijd, een uur vroeger dan in Spanje en bij jullie) zijn we in het dorp Mina de São Domingos. Daar hebben we eerder op een mooie CP bij een recreatiegebied gestaan. Er staan nog steeds meerdere campers, maar ook een groot verbodsbord voor campers. We parkeren toch maar en na de thee, als de zon eindelijk doorgebroken is, wandelen we het dorp in op zoek naar het winkeltje, waar we nog wat kleine boodschappen doen. We zien dan op een open terrein, omringd door eucalyptusbomen, meerdere campers staan. Hier staan geen verbodsborden en daarom verhuizen we later alsnog daarheen. Prima plek, lekker donker en we slapen er als rozen.

We hebben het idee om hier nog een nacht te blijven, maar als we ’s morgens wakker worden hangt er weer mist. Na rijp beraad besluiten we verder naar het zuiden te rijden, in de hoop, dat daar bij de zee, het weer helderder is. Een mooie route brengt ons door de bergen naar Cachopo. De zon is na een paar uur door de wolken heen gebroken en het is weer een stralende dag geworden. Via Leen en Suus, mede camperaars, waarvan we trouw hun reisverslagen volgen en er ons voordeel mee doen, weten we van een mooie CP daar in de buurt. Het is niet moeilijk de plek te vinden. Hij ligt aan een riviertje bij een restaurant. We besluiten daar de lunch te gebruiken. De eigenaar spreekt een klein beetje Frans en zo zitten we even later aan het menu van de dag: varkensvlees met aardappelen, pasta en kikkererwten. Een voor ons wat vreemde combinatie, maar het smaakt heerlijk. Een glas wijn erbij, stokbrood met boter en een schaal olijven. Mandarijnen toe. Heerlijk om dat zomaar op je bord te krijgen.

Er staan daar nog meer campers en uit één ervan komt een Belgische dame een praatje maken. Ze zegt ons hier ook honing te kopen, want die is hier erg lekker en puur natuur. We vragen het aan de eigenaar, maar hij zegt, dat ze zelf geen honing meer hebben, maar een “amigo” woont een eindje verderop en zo lopen we met hem mee de berg op, waar we bij een kleine villa vriendelijk worden begroet door een oude man. Als hij hoort, dat het over honing gaat, roept hij zijn even oude vrouw (beiden zijn 90 jaar, maar zien er ouder uit) erbij. Zij gaat voor ons een lege pot met honing vullen. Ongeveer een liter voor € 7,-. We zijn er blij mee en zullen er zeker van genieten. Ik was graag daar de nacht gebleven, maar Maarten heeft de onrust in zich en wil graag naar Faro om op zoek te gaan naar Carglass en een nieuwe ruit te regelen. Dus vertrekken we weer en komen bij Tavira aan de kust uit. Daar volgen we weg 125 richting Faro. Bij km 98 moet de Carglass zijn. Dat zal ook wel kloppen, maar er staan geen kilometerpalen langs de weg, dus dat wordt zoeken. Maarten besluit het te vragen bij een autoverhuurbedrijf, want die spreken meestal wel Engels. En ja hoor, zij weten wel waar het is. Eén van de medewerkers zal ons wel even brengen. Met zijn scooter rijdt hij voor ons uit om ons de weg te wijzen. Dat is nog eens service! We vinden dus de garage en maken een afspraak voor donderdagmiddag. Nu nog op zoek naar een leuke plek voor de tussentijd. Die vinden we op de camping in Quarteira. Hier genieten we nu van zon, zee en rust. Vanmorgen een lekkere wandeling gemaakt over de boulevard, vanmiddag in de zon voor de camper. Straks in het restaurant dit bericht versturen en morgen in alle rust opstaan en hopelijk ontdekken hoe een voorruit zonder barst eruit ziet. Wat we daarna gaan doen, zien we morgen dan wel weer. Dat is het camperleven. Eén dag tegelijk en daar houden wij wel van.

Zonnig Spanje

Gelukt, zoals beloofd komt dit bericht uit Spanje.

Maandagmorgen, als we weer op pad gaan, is het mistig. Na een hartelijk afscheid van de beheerder, waarvan we ook nog een fles zelfgemaakte appelsap cadeau krijgen, gaan we toch vol goede moed op weg. Het duurt niet lang of de mist trekt op en we kunnen weer genieten van het uitzicht. Het wordt een lange rit met koffie op een dorpsplein, waar ook een postkantoor zit. Kunnen we eindelijk postzegels kopen om de nodige post te versturen. De lunch gaan we maken op een volgend dorpsplein, maar dat gaat niet zonder slag of stoot. Tijdens de rit is in het kastje met etenswaar, een pot honing omgevallen en helaas, het deksel is niet goed dicht. Dus alles onder de kleverige troep. Dat kost een hoop tijd om schoon te maken, maar met een warm sopje lukt het aardig. Af en toe pakken we nog steeds iets dat plakkerig aanvoelt, maar de meeste spullen zijn weer schoon. (Klein leed)

We hebben voor de nacht een camping (we zijn toe aan een douchebeurt) uitgezocht ter hoogte van Bordeaux. Het is de eerste dag dat hij open is na de winterstop en kennelijk zijn er meer mensen blij mee, want we staan niet alleen. Het is onderweg steeds grijzer geworden en op de camping regent en waait het flink.

De andere morgen is het droog en na een lekkere, warme douche gaan we verder. Vandaag denken we Spanje te bereiken. Via kleine wegen en leuke dorpen bereiken we Mont de Marsan, waar we een stuk snelweg rijden naar Dax. Het is nog tamelijk vroeg en we beraadslagen of we een stuk tolweg zullen nemen of toch de weg via Bayonne en St. Jean de Luz. We besluiten tot het laatste en hebben daar later veel spijt van. Wat een drukte en gekronkel over smalle wegen met veel rotondes. Eigenlijk wisten we het wel, maar het bleek toch weer vervelender dan gedacht. Maar….we komen zonder kleerscheuren bij de grens en in de eerstvolgende Spaanse stad, Hondarribia, gaan we op zoek naar een CP. Ook dat gaat niet zonder slag of stoot. We kunnen de plek, die we zoeken niet vinden en rijden dan naar de volgende mogelijkheid, 3 kilometer verderop bij een monasterio, een soort klooster, boven op een heuvel. Mooie, rustige plek, waar we nog een leuk rondje wandelen en prima slapen.

Woensdag gaan we een eind grote weg rijden. Dat kan prima in Spanje, want heel veel rijkswegen zijn tolvrij. Alleen het eerste stuk is altijd oppassen, want voor je het weet zit je toch weer op de tolweg bij San Sebastian. En ook deze keer gaat het weer even mis. Maar al gauw zitten we op het goede spoor en kachelen we rustig zuidwaarts. Best wel druk op de weg, maar het rijdt prima. Bij het ons bekende standbeeld van de herder, een vast ijkpunt op deze route nemen we de rust om te lunchen en de benen te strekken. Regende het nog toen we de CP verlieten ,nu is het weer steeds mooier geworden. De wolken verdwijnen steeds meer en het wordt strakblauw. We komen nu in een breed dal met op de omringende bergen sneeuwtoppen. Mooi gezicht. Burgos gaan we vloeiend voorbij en we vinden een eindje daar voorbij een leuke CP in Torquemada. Bij de kerk is een CP gemaakt voor 4 campers. Als wij er aan komen, staan er al twee en nummer vier zit dicht achter ons. Een heel grote, met ook nog een aanhanger. Past eigenlijk niet, maar ja… Later komen er nog vijf bij, die in de buurt een plekje zoeken. Volle bak dus. De anderen zijn Fransen en Engelsen, nog geen Nederlander gezien onderweg. We verkennen de stad en als we een restaurant tegen komen dat open is, nemen we een glas rode wijn. Je moet af en toe wat geld uitgeven in zo’n leuke stad. Niet dat het veel kost, 2 glazen wijn voor € 2,50 en ook nog een schaal met boontjes in het zuur, als snack.

Uitgerust gaan we de volgende morgen weer op pad. Het is vannacht heel koud geweest, zo koud, dat het ijs aan de binnenkant op de voorruit stond. Dat heeft gevolgen voor ander klein leed, dat we onderweg in Frankrijk hebben opgelopen. Daar ontstond, door een opspattend steentje, een sterretje in de voorruit, waar we liefdevol een pleister op hadden geplakt om het te beschermen tegen vuil. De bedoeling was het later te laten repareren. Natuurlijk zijn we het verder vergeten en nu de ruit zo koud is en we er lekker de verwarming op zetten, horen we al snel een flinke tik en springt er een barst in de ruit. Pech, maar ook wel een beetje eigen schuld. Inmiddels is de scheur zo’n 40 centimeter groot, maar hij wordt niet groter. Als we in Portugal zijn, gaan we op zoek naar een reparatiebedrijf. Nu rijden we eerst naar Vallodolid, waar we boodschappen doen en dan de grote weg verlaten om richting Avila te rijden. Op al weer een klein dorpsplein, waar op de kerktoren de ooievaars vrolijk klepperen, eten we onze lunch. In de verte komen steeds meer besneeuwde bergtoppen in zicht en in de buurt van Avila ligt er op de velden , waar we doorrijden ook nog aardig wat sneeuw. Resten van de sneeuwstorm, die twee weken geleden deze omgeving platlegde. De route is prachtig en we genieten van het prachtige weer. Strakblauwe lucht en zo’n graad of zestien. Heerlijk. Als we een pas over zijn gereden, hoogte 1285 meter, komen we via veel haarspeldbochten in een dal waar de hellingen vol staan met kersenbomen. Niet dat we ze herkennen, maar er zijn meerdere fabrieken te vinden, waar ze de kersen verwerken. Moet in het voorjaar, als ze bloeien, een prachtig gezicht zijn. Een onverwachte CP vinden we in Jerte. Rustige plek bij een natuurpark. We installeren ons en maken een rondje omgeving. Ontdekken, dat er daar een mooie wandelroute is naar een kloof. Dat is aantrekkelijk. Nu is het te laat, maar morgenochtend…..

Al weer komt de zon stalend op en dus gaan we die wandeling maken. Hij is heel leuk, lekker bergop en het pad is prima. Heel droog, wat ons verbaast, aangezien we onderweg heel veel water op het land hebben gezien. De kloof is mooi, een wilde rivier, die zich tussen de rotsen doorwringt. Er is een picknickplek bij, waar we kunnen lunchen. Het is zo warm, dat we dat in T-shirt kunnen doen. Super toch? Als we om half drie terug zijn bij Duc, maken we ons klaar om nog een eind verder te rijden. Na ruim 100 km. zijn we in Cáceres en daar vinden we de camping, waar we jaren geleden ook eens zijn geweest. Een luxe, met eigen douche en wc op de plek. Er is ook WIFI en vandaar, dat we nu een verhaal de wereld in kunnen sturen en alles lezen wat ons gestuurd is. Terwijl ik dit verslag schrijf, zorgt Maarten voor de warme hap. Dus zo lekker eten en morgen…..

Dat horen jullie later wel.

Een goede start

Als we op 11 januari opstaan om de laatste voorbereidingen voor onze reis te treffen, is het buiten heel mistig. Maar als de klok 11:11 aangeeft, starten wij de motor van onze Duc en is het helder geworden. Vol goede moed gaan we op weg, richting Zuid.

Helaas blijft het niet zo helder, want in Zeeland is het zicht af en toe slecht. Maar het is niet druk op de weg, dus het rijdt prima. Op de parkeerplaats bij de toltunnel naar Zeeuws Vlaanderen eten we onze lunch en om twee uur rijden we België binnen.

We hebben bedacht, dat het goed is om een flink eind door te rijden, want als we stilstaan, koelt het snel af in de camper. Zodoende stoppen we pas om een uur of vijf op een CP in de stad Doullens. Hij ligt aan de rand van het centrum, dicht bij een redelijk drukke weg, maar daar hebben we niet veel last van. Om even de benen strekken lopen we een rondje. Leuke stad met mooi stadhuis, een oude ruïne van een kerk, een museum met toren, die wel op een vuurtoren lijkt en een nieuwere kerk met mooie gevel. Dan is het donker en sluiten we de boel.

Ook vrijdagmorgen is het nog mistig. We vervolgen de weg richting Rouen en als we die stad voorbij zijn, trekt de mist op en krijgen we de omgeving te zien. Glooiend landschap met boerderijen en leuke dorpen. In de loop van de dag zien we zelfs een klein stukje blauw aan de lucht, maar het is nog flink koud. De volgende CP vinden we zo’n 300 km. verder in Piacé. Een piepklein dorp, waar een echtpaar, dat zelf ook campert, een camperplek aan het aanleggen is. Hij ligt een stuk onderaan de weg en we moeten via een steile helling naar beneden. Het pad is nog nieuw en redelijk glibberig. Eén troost, de uitgang is aan de andere kant en dat is vlak terrein. Pfff. Als we aan het eten zitten, komt de beheerder langs om ons welkom te heten. We krijgen een doosje met 4 eieren van de eigen kippen. Leuk! ‘s Nachts is het er erg stil en donker, dus we slapen perfect.

Zaterdag vervolgen we de route via Le Mans, drinken koffie op een leuk dorpsplein, waar de bakker flinke verleidingen oproept, die Maarten knap weet te weerstaan. Nu nog op zoek naar een winkel voor de weekendboodschappen. Die vinden we bijna aan het eind van de route voor deze dag in Thouars. Dan is het niet ver meer naar de uitgezochte camping. Er zijn niet zoveel campings open in dit seizoen, maar we vinden er één in St. Aubin-les-Clouds. Een boerderijcamping. Er is een grote stal vol schapen en heel veel lammetjes. Heel leuk om te zien. De warme douche, waarop we hopen, moet nog even wachten, want het toiletgebouw is gesloten. Dat komt dan later wel.

Ook hier is het pikdonker ’s nachts. Tot onze verrassing is het hier veel minder koud en komt de andere morgen de zon achter de wolken vandaan en wordt het steeds blauwer in de lucht. Rond het middaguur maken we een heerlijke wandeling en bij terugkomst komen de stoelen tevoorschijn en zitten we een poos buiten. Op 14 januari! Dat is bijzonder toch? Het duurt niet al te lang voor er weer wolken verschijnen, maar toch….

We zijn erg blij met deze rustdag. Tijdens onze wandeling ontdekken we dat er ook nog WIFI is hier, dus vandaar nu dit eerste bericht. Morgen gaan we verder en als het goed is, komt het volgende bericht uit Spanje. U hoort van ons.