time-out.reismee.nl

Nog een mooie week!

~~Het laatste verslag van onze reis door Scandinavië versturen we, heel toepasselijk, vanuit het “Scandinavisch dorp”, een vakantiepark met Noorse hutten, gelegen aan het Paterswoldsemeer, net onder Groningen. Daar hebben we de laatste nacht van onze reis heerlijk geslapen. Maar nu het verhaal hoe we daar zo zijn gekomen.

Vanuit Ulefoss wordt het een leuke rit door bebost gebied met meertjes, met af en toe een huis of een dorp, bestaande uit hooguit tien huizen. Wat een rustig bestaan moeten deze mensen hebben, zo midden in de natuur en weg van alle drukte. Omdat we geen Tomtom hebben zijn we af en toe erg blij met de app op onze telefoon. Zo vinden we ook weer soepel de CP in Sannidal. Van een jachthaven zien we niets, het is gewoon een parkeerplaats voor vissers, die daar even een lijntje willen uitgooien. Wel groot en genoeg plek voor een aantal campers. Er staan al twee Nederlanders en we sluiten ons aan. Even een praatje met allebei de stellen en dan lekker in de zon genieten van een kop thee. De avond is rustig. Eén van de Nederlanders bouwt een kampvuur en een Noor, die heeft staan vissen en een emmer vol makreel heeft gevangen, geeft een exemplaar, schoongemaakt en wel, af bij het kampvuur, zodat ze kunnen meegenieten van zijn vangst. Erg leuk. We hadden het idee om hier nog een nacht te blijven, maar gezien het feit, dat hier verder niets te beleven valt, gaan we dinsdag nog maar op zoek naar een andere plek, iets dichter bij Larvik. Volgens ons CP-boek is het een prachtige rustige plek met een hoge waardering. Hij ligt net boven Skien aan een meer en is te bereiken via een verharde grindweg  van 8 kilometer. Na een rit over tamelijk drukke wegen in dit toch wel dicht bevolkte deel van Noorwegen, vinden we de schitterende plek aan het meer. Er staat één andere camper en verder is het er stil en verlaten. Je kunt de stilte horen.(foto 1) Jammer, dat het regenachtig is geworden. Geen grote buien, maar miezer waar je lekker nat van wordt. We installeren ons en besluiten een spel te gaan doen en te wachten of het nog droog wordt. Wat we nog niet verteld hebben, is dat we in Rjukan een leuke ontmoeting hebben gehad met een Nederlands stel uit Hoorn, dat twee nachten naast ons op de CP heeft gestaan. Eerst bij de kabelbaan en later bij de Gaustatoppen. We hadden gezellige gesprekken met hen en ze waren zeer geïnteresseerd in onze camper, omdat ze van plan zijn om hun VW met hefdak in te ruilen voor een exemplaar, dat lijkt op onze Duc. Wat een verrassing om hen ook nu weer de CP op te zien rijden. Ook zij zijn verrast en we hebben meteen weer het één en ander uit te wisselen. We hoopten op een leuke avond bij een kampvuur, maar de regen heeft dat verhinderd. Beide campers zijn te klein om bezoek te ontvangen, dus het blijft bij een praatje bij komen en gaan. Wel maken we tussen twee buien door nog een wandeling in de omgeving. Net voor de bui weer binnen, maar toch een frisse neus gehaald. 

Woensdagmorgen is het droog. Het meer ligt er prachtig bij en we zouden hier met veel plezier nog gebleven zijn. Wandelen en bosbessen plukken kan hier prima. Maar de boot wacht niet, dus we gaan op weg naar Larvik. Ook daar is een CP waar je gratis kunt parkeren en als we de lunch op hebben, is er nog tijd genoeg voor een rondje stad. De stad ligt op een heuvel en het is een steile klim naar centrum. Mooi aangelegd plein met leuke winkels en goed gerestaureerde huizen. Als we weer afgedaald zijn lopen we nog een stuk over de boulevard en daarna rijden we naar de haven, waar we ons opstellen in de lange rij voor de boot. Het is nog steeds mooi weer, alleen staat er een stevige bries. We zijn benieuwd hoe dat op het water is. Voorlopig kunnen we op dek het vertrek volgen en afscheid nemen van Noorwegen. Op het achterdek zitten we redelijk beschut en in de zon, dus dat is goed te doen. De overtocht duurt 3 uur en drie kwartier en verloopt voorspoedig. Alleen in de taxfree winkel, die voor in de boot ligt, schommelt het nogal. Daar zijn we trouwens gauw uitgekeken. We willen onze laatste kronen besteden aan een pak engels drop, zoals de gewoonte is. Hebben ze dat niet! Het moet niet gekker worden. We worden nog vergast op een mooie zonsondergang (foto 2) en tegen half tien hebben we Deense grond onder de voeten. We gaan nog een stuk rijden naar Brønderslev, waar een CP is in het dorp. Na enig zoeken, want de app geeft hem niet aan, vinden we de plek en voegen ons bij de twee campers die er al staan. Ook Nederlanders, net vanaf de boot. 

Op deze CP is een sanistation, waar je kunt lozen en water innemen, dus gaan we hier weer lekker schoon vandaan. Over een binnendoor route langs de grote meren van Denemarken rijden we naar de kust. Lunchen doen we in een duinpan en we lopen een stuk naar het meer. Het is nog steeds droog, maar het dreigt wel. Jaren gelden hebben we eens een CP gezien aan het strand en daar gaan we naar op zoek. Zover komt het niet, want als we bij de kust zijn, begint het heel hard te regenen en waaien, wat ons doet besluiten een camping te zoeken, waar we wat beschut kunnen staan. Snel gevonden, en plek zat! Het blijft flink stormen en regenen die nacht, maar we hebben er niet echt last van. ’s Avonds bedenken we, dat we maar snel naar huis moeten gaan, maar ’s morgens is het weer droog en hebben we allebei het idee, dat naar huis gaan jakkeren over de autobaan en dan zaterdagmiddag doodmoe thuis komen, geen goed plan is. We gaan het gewoon rustig aan doen, zoals het plan was. We rijden naar het zuiden langs een weg tussen duinen en meren. De koffie drinken we op een P in de duinen en we klauteren even naar het strand. Hier is het strand smal en er is maar één duinenrij. Het waait nog stevig en we kruipen snel weer in de warme camper. Later worden de duinen steeds breder, zoals bij Haamstede. Er staan veel, vaak riet gedekte huisjes, en het ziet er behoorlijk toeristisch uit. We komen hier ook heel veel Duitsers tegen. De duinen zien er hier heel fleurig uit, want ze zijn bedekt met bloeiende heide.(foto 3) Een plek voor de lunch is snel gevonden, want er zijn veel parkeerplaatsen langs de route. Na de lunch maken we een strandwandeling. De zon schijnt, de branding is onstuimig en we waaien heerlijk uit.(foto 4) Maar we moeten nog een eindje verder, want ons doel voor vandaag is Ribe, een oude stad, waar aan de zuidkant een CP is, waar je gratis kunt overnachten.  Daar wordt door heel veel campers dankbaar gebruik van gemaakt. Er zijn 20 plaatsen, maar die zijn zo vol en dan wordt er gewoon overnacht op de P ernaast. We staan ’s nachts met ruim 40 campers. Nog steeds droog, dus ook nog een wandeling door het oude stadscentrum. Een prachtig aangelegd stadsplein met een heel grote kathedraal. Wel een bijzondere, want hij heeft 4 torens, allemaal van verschillend materiaal en ook het gebouw zelf bestaat uit verschillende soorten steen. Een opvallend bouwwerk.(foto 5) We zijn net te laat om de binnenkant te bezichtigen, want om vijf uur sluit de kerk haar deuren. Net voor een bui zijn we terug bij Duc en de rest van de avond en nacht regent het regelmatig. Wat een prachtige dag en wat zijn we blij, dat we niet naar huis zijn gegaan.

Zaterdagmorgen is het grijs, maar droog. We vertrekken vandaag naar Duitsland voor een weekendstop op een campercamping in Tönning. We nemen de kustroute en als we de afslag naar Rømø zien, een soort waddeneiland ter grootte van Vlieland, bedenken we, dat we vandaag niet zover moeten en nog wel een ommetje kunnen maken. Over een dijk van 9 kilometer bereiken we het eiland en steken het dwars over, tot we bij de zee zijn. Tot onze verrassing kun je met de auto zo het strand oprijden, zoals vroeger bij Oostvoorne, en daar genieten we van het uitzicht en een kop koffie. (foto 6) Je kunt er een heel eind het strand op rijden, tot dicht bij het water. Ik zou het wel leuk vinden om even dichtbij de zee te zijn, maar Maarten vindt het te spannend en dus vervolgen we onze reis. Via een kleine grensovergang komen we Duitsland binnen en in Niebüll vinden we een Lidl, waar we de voorraad aanvullen voor het weekend. Inmiddels trekken er regelmatig flinke buien over. De CP, waar we naar op zoek zijn, is snel gevonden. Leuke plek aan de oever van de Eider. Tussen de buien door lopen we naar de receptie en verkennen we de omgeving. Veel verder komen we niet, want het weer is zeer onstandvastig en het waait erg. Rustige nacht, waarin we de wind en onweersbuien wel horen, maar er geen last van hebben. De zondag begint met hier en daar een blauw plekje aan de lucht, maar de vreugde is steeds van korte duur. En als de buien vallen, kun je maar beter binnen zijn, want het hoost dan even hevig. We staan op gras en het is erg vochtig. Eén camper, die er een week had gestaan, moest vanmorgen door een takelwagen worden weggetrokken.(foto 7) De oprijplaten, die wij voor dit soort gevallen bij ons hebben, bieden geen soelaas. Wel zijn de betreffende camperaars blij, dat we ze aanbieden en voor de morele steun en de extra handen bij het duwen. Het levert een fles wijn op als dank. Leuk. Gelukkig hebben wij geen moeite bij vertrek. Zondagavond is het zo lang droog, dat we de omgeving nog een beetje kunnen verkennen. ’s Nachts valt er nog af en toe wat regen, maar ’s morgens is het droog. 

Voor de laatste etappes naar huis rijden we afwisselend over grote en kleinere wegen. Door Noord-Duitsland, wat al een beetje op Nederland lijkt, maar wat glooiender is, rijden we naar Glückstad om daar per veerpont de Elbe over te steken. Er staan al aardig wat auto’s te wachten, en we moeten de eerste pont aan ons voorbij laten gaan, maar 20 minuten later kunnen we wel aan boord. Als we aan de overkant zijn, is het al weer tijd voor de lunch. Net boven Bremen steken we ook de Weser over per veerboot en dan is het verder over de grote weg naar Groningen. Daar moet in Haren een mooie CP zijn, waar 6 campers kunnen staan. Dat klopt, die staan er ook. Op de grote parkeerplaats ervoor mag je wel staan, maar niet ’s nachts. Een duidelijk verbodsbord geeft aan dat dat streng verboden is. Bij het zoeken op de app ontdekken we, dat we ook aan de andere kant van het meer een CP is bij het Scandinavische dorp.(foto 8) Hier kunnen 5 campers staan en we vrezen, dat ook die plek vol zal zijn. We zijn hier 7 jaar geleden een midweek geweest en kennen de plek. We gaan toch maar even kijken en ontdekken, dat we daar dat de CP leeg is. Dat is heel fijn, want het is al half negen. Op de vorige CP hebben we al gegeten, dus nu rust en stilte.

Nu nog de laatste rit naar huis en dan kijken we terug op een mooie tocht. 

Leuk, dat jullie weer zijn meegereisd en bedankt voor de reacties. Altijd leuk om onderweg wat te horen. Volgende plannen zijn er nog niet echt. Als het zover is, melden we ons wel weer.

Veel beleefd!

~~Niets veranderlijker dan een camperaar! Vorige week schreef ik dat we naar het zuiden zouden afreizen, maar maandagmorgen zijn de plannen anders.

Over de zondag valt weinig te vertellen. Het regent de hele dag en er valt een enorme plens regen. Een hapjespan is niet echt een betrouwbare regenmeter, maar als hij in 24 uur half vol geregend is, dan is er wel wat gevallen.(foto 1) ’s Avonds komt er toch nog een camper bij ons staan, maar verder is het erg stil. Op internet hebben we gezien, dat het weer in het zuiden niet beter of warmer is dan in de rest van het land en dus gaan we ons eerdere plan om over de Hardangervidda te rijden uitvoeren. Het is gestopt met regenen, er valt alleen nog af en toe een bui. Het eerste stuk van de route is nieuw voor ons en we komen langs een echt schitterende waterval, de Langfossen (foto 2). Hier is ook een mooie wandelroute, omhoog naar het punt waar de waterval naar beneden stort, maar het is ons te nat en glad. We zijn op weg naar de CP in Kinsarvik, waar ook een wandeling is langs maar liefst 4 watervallen en die hopen we morgen, als het droog is, zoals de voorspelling nu belooft, te gaan maken. Het is bekend terrein, want we waren hier al eerder, dus we weten hoe mooi het hier is. De CP staat al aardig vol met auto’s van wandelaars, maar we vinden nog een plek. De zon is tevoorschijn gekomen en we zetten de stoelen naast de camper en zitten een poosje in de zon. Dan komt er nog een Nederlandse camper en maken we plaats, zodat hij ook een plekje heeft voor de nacht. Past net. De zon is ook al weer verdwenen, maar het is droog! Morgen verder. 

Als we wakker worden is de zon er al. Het ziet er prachtig uit. Blauwe lucht met hier en daar een wolk. We gaan aan de wandel. Uitgebreid inpakken, zodat we op alles zijn voorbereid en na de koffie op stap. Je kunt naar de top van de derde waterval over een brede bosweg, maar ook na 1 km. een, met rode T aangegeven route,oor het bos, langs de waterval omhoog lopen. Omdat we geen zin hebben om twee keer dezelfde route te lopen, nemen we heen de moeilijke route, zodat we kunnen afdalen over de bosweg. We lopen hier bepaald niet alleen vandaag. Veel mensen hebben zich waarschijnlijk door het mooie weer naar buiten laten lokken. Omdat ons tempo niet zo hoog ligt, moeten we regelmatig aan de kant om mensen te laten passeren. Er komt ook een hele groep Franse tieners voorbij huppelen. Wij vinden het een lastig pad met veel stenen(foto 3), boomstronken en modder, maar voor hen is het kennelijk niet zo moeilijk. Als we ruim voorbij de tweede waterval zijn, zien we een mooie open plek met omgevallen boom als zitplaats, prima voor de lunch. Even uitblazen met een kop soep en een salade, die we ter plaatse afmaken.(foto 4 en5)Na nog een paar beken te hebben overgestoken via stapstenen, komen we op het plateau waar de vierde waterval neerstort, een meer en rivier vormt, voordat hij verder naar beneden valt. Daar is het vlak, rustig en zonnig en er is zelfs een WC.(foto 6) We dalen over het brede pad af en dat is al pittig genoeg, want 500 meter constant dalen is ook zwaar voor vermoeide benen. Als we op de CP terugkomen is het beeld daarvan verandert. Naast ons staat nu een rode VW-camper en ook aan de overkant heeft er ook één een plek gevonden. Beiden hebben ze een baby aan boord en zo wordt het een gezellige boel.(foto 7)

Na de prachtige dag van gisteren is de woensdag weer wat minder mooi. Wel droog, maar bewolkt. Als we in het dorp de WC hebben geloosd, water ingenomen, boodschappen gedaan en koffie gedronken aan de haven, vertrekken we richting Hardangervidda. Op een parkeerplaats, waar we uitzicht hebben op de nieuwe brug over de fjord, eten we ons gebraden haantje. Er zijn daar ook toiletten en in het invalidetoilet is warm water. Daar wassen we onze haren, want door de inspanningen van de dag ervoor, zijn we wel wat plakkerig. Dan verder, langs de Vøringfossen, de hoogste waterval van Noorwegen. Daar is het zo druk, dat we die aan ons voorbij laten gaan. Weer verbazen we ons over het aantal (vakantie)huizen dat hier in de loop der jaren is gebouwd. Verderop is echter de grote leegte van de hoogvlakte. Woest en ledig en omdat er nogal veel wind staat, koud! (foto 8) Bijna aan het eind van de weg komen we in Haugastøl. Daar begint de Rallarvegen, een fietspad over de hoogvlakte over een weg die is gebruikt bij het aanleggen van de spoorlijn Oslo-Bergen. Het plan is om morgen met de trein naar Finse te gaan en terug te fietsen. Een route van 25 km. We horen bij de VVV dat je dan een kaartje voor de trein moet hebben gereserveerd, maar soms kun je er gewoon nog bij en bij de conducteur betalen. Oké, we zullen zien. We rijden naar het station om vast een kijkje te nemen. We drinken er thee en wachten op de middagtrein. Die zit behoorlijk vol, dus zal die van ’s morgens ook wel goed bezet zijn. Inmiddels is het gaan regenen en gaan we op zoek naar een plek voor de nacht. Een eindje terug is een plek langs de weg, waar we goed kunnen staan. Het uitzicht is er mooi, maar als wij er aankomen, zijn de wolken neergedaald en stortregent het. In korte tijd staan we in een zwembad, maar wij zitten droog. Lekker eten, glaasje erbij en een kaars op tafel. Gezellig hoor!

Donderdagmorgen is het droog, maar nog steeds zwaar bewolkt. Er staat een harde wind en het is 8 graden. Dat doet ons besluiten om niet te gaan fietsen. We hebben geen warme kleding bij ons en het moet wel leuk blijven. Wel rijden we naar het station om te kijken hoe druk het is. Nou, er zijn heel wat dappere fietsers, die kou en regen gaan trotseren(foto 9), wat natuurlijk wel logisch is, als je besproken hebt. Wij gaan in een warme auto verder. Vandaag willen we naar Rjukan, waar twee goede CP’s zijn en waar we naar een bergtop willen wandelen. We beleven weer het afwisselende landschap van Noorwegen. Eerst over de hoogvlakte, dan door dichtbevolkte streken met skigebieden, wat desolaat, nu er niets te doen is. Dan dalen we af naar een dal met veel boerderijen en later weer over een hoogvlakte. Die is toch weer heel anders dan de vorige. Drie verschillende gebieden in  drie uur tijd. Je blijft je verbazen. De CP voor vannacht is bij een kabelbaan. Daar kun je met een cabine 500 meter omhoog en wandelen of fietsen boven. Het is een ruime rustige plek en we hebben er uitzicht op de bergtop, waar we de volgende dag naartoe willen.(foto 10)

Vrijdagmorgen is er zon, de lucht is helder met hier en daar een wolk. Prima wandelweer. We pakken in en rijden 20 kilometer om de berg heen om aan de achterkant een CP te vinden, waar de wandeling start. Onderweg zien we de top, waarop de mast, waar we naartoe moeten, al te zien is.(foto 11) Ook hier zijn een heleboel mensen gekomen om de uitdaging aan te gaan. Het is een wandeling van 5 kilometer en er moet 700 meter gestegen worden. De CP ligt op 1100 meter hoogte en de top is 1883 meter. Als we starten zien we voor ons de mast weer, waar we naartoe moeten(foto 12). Het pad is bijzonder rotsig, maar niet gevaarlijk.(foto 13)Onderweg nemen we ruimschoots de tijd om een hapje en drankje te nuttigen en uit te rusten. De laatste kilometer is heel inspannend, want de beenspieren hebben het zwaar te verduren.(foto 14) Maar hoe hoger, hoe fantastischer het uitzicht. We hebben er drie-en-half uur over gedaan en het is alle moeite waard. Diep in de verte zien we het meer, waar we Duc achterlieten en over de berg kronkelt het pad, waarop allemaal kleine mensjes op en neer klauteren (foto 15). Boven staat er een koude wind en we zijn blij als we bij de hut op de top zijn. Daar verkopen ze warme Noorse wafels met jam. Dat is een mooie beloning (foto 16). Gelukkig hoeven we dezelfde weg niet terug, zoals velen wel doen. Door onderzoekers is jaren gelden een tandradbaan in de berg aangelegd, die sinds 2004 geopend is voor publiek. Daarmee laten we ons naar beneden vervoeren. Kost een paar centen, maar dan heb je ook wat. Het eerste stuk gaat schuin naar beneden en dan moet je overstappen op een horizontale baan.(foto 17) Beneden staat een shuttlebus klaar om je weer naar het beginpunt te brengen. We zijn blij, als we bij de camper zijn, maar hebben een fantastische dag gehad. En de volgende dag niet eens spierpijn.

We blijven op deze CP overnachten, alleen moet er vanaf 8 uur ’s morgens worden betaald voor de hele dag. Dat zien we niet zitten, en ook de top van de berg is nu helemaal in de wolken. Wat hebben we geboft gisteren! Dus om kwart voor 8 rijden we weg en ontbijten op een plek langs de weg een eindje verderop. Verderop dalen we af naar een mooi groen dal met één van de meren, die we vanaf de top hebben gezien. We gaan op zoek naar een camping om even op adem te komen van een volle week met belevenissen. Dat valt nog niet mee, want op de eerste willen we niet staan, en de tweede is vol. Maar we vinden een mooie plek aan het Telemarkkanaal. Rustige plaats met vooral vaste gasten. We vinden er alles wat we nodig hebben, behalve WIFI. Vandaar, dat jullie dit bericht pas later dan gewoon krijgen. Vandaag, zondag, is het stralend weer en gaan we een dag volop genieten van rust en zon. Nu zijn we in het raadhuis van Ulefoss en mogen hier internet gebruiken. Vanmiddag zoeken we nog een andere plek, waarschijnlijk bij de jachthaven van Sannidal en woensdagmiddag gaan we met de ferry vanuit Larvik naar Denemarken. We hopen op nog een paar mooie dagen en laten jullie de rest van ons verhaal horen als we thuis zijn. Tot dan!

Er valt veel water

~~Alweer een week verder en natuurlijk weer heel wat te vertellen. 

Zondag was een echte rustdag. Bijna de hele dag konden we buiten zijn, maar de zon hebben we weinig gezien. Eén keer valt er een flinke bui, maar verder is het prima. Op de camping hebben ze ook een keuken met oven en Maarten bakt lekkere speltcrackers. ’s Morgens is het een drukte van vertrekkende gasten en ’s middags loopt het weer lekker vol. De campingbaas heeft er zijn handen aan vol. 

Heel wat jaren geleden hebben we eens op een leuke kleine camping gestaan in een doodlopend dal aan de voet van de Jostedalgletsjer. En hoewel we gezien hebben, dat de camping gesloten is, willen we daar toch nog een keer gaan kijken. Er dichtbij begint een wandeling naar de gletsjer en we zijn van plan om daar op de parkeerplaats te overnachten. Dus vertrekken we welgemoed richting Sogndal over de soms smalle weg langs de fjord. In Sogndal doen we eerst boodschappen en slaan dan de weg in naar Fjaerland. De route gaat door bergachtig gebied en er zijn twee lange tunnels van 6 kilometer. We bewonderen de kunstige manier van wegen aanleggen en tunnels bouwen, maar het is wel erg jammer om kilometers in het donker te rijden en geen uitzicht te hebben. We rijden liever een eindje over de oude wegen, maar dat gaat niet altijd. Halverwege stoppen we om de Bøyabreen (foto 1) te bekijken. Een gletsjertong, die tot laag in het dal komt. Van de P. wandelen we er naar toe. Mooi gezicht, dat blauwe ijs. Het valt wel direct op, dat er een heel stuk is weggesmolten sinds we hier een vorige keer waren. Toen kon je nog naar het ijs toe lopen, dat is nu alleen mogelijk als je een klimgeit bent. Achter in de middag komen we aan bij het beoogde doel. Er is in het dal, waar de camping lag, heel wat bijgebouwd, maar het uitzicht is nog steeds mooi. De weg naar de P. is een tolweg. Aan het begin hangt een kastje met enveloppen, waar je je tolgeld in kunt stoppen en je naam vermelden. De weg is niet verhard, smal en met haarspeldbochten. Maarten en Duc hebben er een hele kluif aan, maar we komen veilig boven en hebben een prachtige plek voor de nacht. Er is ook nog een WC, dus dat zit wel goed(foto 2). Alleen begint de regen, die al een poos dreigde, te vallen en dat blijft bijna de hele nacht zo. Dat wordt dus toch niet wandelen naar de gletsjer, zoals het plan was. Te glad en modderig. 

Dinsdagmorgen gaan we maar weer dalwaarts en stellen onze plannen bij. De regen is opgehouden als we aan de koffie zitten, maar het blijft wel bewolkt. Het volgende doel, waarvan Ineke ook al jaren de folders bewaard heeft, is de “Fossestien”. Een wandelroute langs meerdere watervallen (fossen op z’n Noors) die niet al te moeilijk moet zijn. We zijn benieuwd. De weg loopt langs meren en door bossen en heuvelt en kronkelt genoeg om Maarten wakker te houden. Veel te genieten dus. Een steeds wisselend decor. De lunch gebruiken we op een parkeerplaats bij het begin van de eerste wandeling naar een waterval, die we tegen komen. Er valt af en toe een drup, dus voor het eerst in veertien dagen trekken we ons regenjack aan. Het is niet zo erg, dat we niet kunnen wandelen, maar je weet het hier nooit. Het begin is al soppig, want het hek, waar we doorheen moeten om op het pad te komen, ligt al in het water(foto 3). Het pad voert door een dennenbos en stijgt ligt. Uitkijken voor gladde boomwortels, dan gaat het best. Maar na een kwartier is de pret op, want er liggen twee omgevallen bomen over het pad. Erom heen gaat niet, erover heen nog minder. Dat was dus een korte trip. Jammer. Later hebben we vanaf de weg uitzicht op de waterval. Dat is ook mooi. Bij de grootste waterval van deze route is een grote parkeerplaats. Dat vinden we een prima plek voor de nacht en daar installeren we ons. De waterval is prachtig. Er komt een enorme hoeveelheid water naar beneden en dat maakt een oorverdovend geluid(foto 4). Erover heen is een brug gebouwd, waardoor je op het wandelpad aan de andere kant van de rivier kunt komen. Na de thee besluiten we een eind te lopen, in de hoop, dat het droog zal blijven, want er vallen geregeld kleine buien. Ook dit pad is modderig en heuvelend. Het eerste stuk loopt over plankieren, maar daarna wordt het bospad met stenen. Af en toe moet je van het originele pad af, omdat er teveel water ligt. We vinden een steen met een rode F, het merkteken van de wandeling, midden in zo’n plas. Erom heen dus! Na een half uur komen we bij een beek, die via stapstenen moet worden overgestoken. Het water bruist zo hard over die stenen heen, dat we er maar van af zien en rechtsomkeert maken. Nog een stukje de andere kant op, maar na nog een half uur keren we naar Duc terug. Lekker uitgewaaid en maar een beetje natgeregend. We hebben er een rustige nacht ondanks de steeds weer vallende buien. 

Nog een stuk van de route lopen, zien we niet zo zitten, dus we gaan een nieuw hoogtepunt opzoeken. We rijden naar de Gaularfjellet, en uitzichtpunt, vanwaar je de kronkelende weg, die we moeten volgen om weer in het dal te komen, prachtig kunt zien(foto 5). Er is een groot platform gemaakt en als het mooi weer is, is het allemaal goed te zien. Nu is het nogal bewolkt en komt de weg maar af en toe in beeld. Jammer, maar we hebben wel een goede indruk van de route naar beneden. We drinken er koffie en gaan dan de uitdaging aan. Is natuurlijk niets in vergelijking met de tolweg van twee dagen geleden, maar wel mooi om te doen. Beneden komen we al snel bij het fjord. Vandaag gaan we met de ferry van Dragsvik naar Vangsnes. Een overtocht van een half uur met een tussenstop in Hella, waar we even van de boot af moeten, een rondje rijden en dan weer aan boord komen. Dit omdat we anders in de volgende haven achteruit van boord moeten en dat is lastig natuurlijk. Onderweg is het droog en kunnen we lekker buiten aan boord zijn. Aan de overkant zoeken we een plekje voor de lunch en als we verzadigd zijn, maken we ons klaar voor de rest van de tocht, die over een pas gaat door ruig berggebied. Het is er prachtig en ook hier ligt nog hier en daar sneeuw. We zien wel, dat er overal veel vakantiehuizen worden gebouwd. Zo leeg als we het jaren geleden hebben gezien, is het allang niet meer.  Zo komen we aan in Voss, een levendige stad aan een meer, waar we de camping opzoeken. Die is aardig vol. Er staan heel wat Nederlanders en Belgen. Het plan is om hier de volgende dag een wandeling te gaan maken op de bergen boven Voss. Hier zou je met een kabelbaan omhoog kunnen en dan boven wandelen. Op een bezoekje aan de VVV voor informatie volgt een teleurstelling. De kabelbaan is al twee jaar buiten gebruik. Er wordt aan een nieuwe gewerkt, maar daar hebben we nu niets aan. Je kunt wel naar boven lopen, maar dat is ons te gortig. Zo moet het plan alweer worden aangepast. Dat houdt het levendig. We hebben WIFI op de camping en kunnen zo de weersvoorspelling eens bekijken. We zouden naar de Hardangervidda gaan, om te gaan wandelen en fietsen bij Finse. De voorspelling is echter zo slecht, veel regen en kou, dat we besluiten om wat meer af te zakken naar het zuiden. 

De eerste pleisterplaats op de route wordt Norheimsund. Via de oude bergweg naar Bergen, smal en kronkelig natuurlijk, met af en toe oude tunnels en schapen op de weg, rijden we naar Dale(foto’s 5 en 6). De nieuwe E16 is sneller, drukker en gaat door veel tunnels, dus niets voor ons. In Norheimsund is een bijzondere waterval(foto 7). Hij valt loodrecht naar beneden en je kunt er achter langs lopen. Om dat te zien, komen heel wat toeristen langs en er is een grote parkeerplaats aangelegd. Hier vinden we een mooie plek voor de nacht, samen met drie andere camperaars.  De wandeling naar de waterval bewaren we voor de volgende ochtend, want het is er nu druk en nat. 

De volgende morgen om half negen verschijnen de eerste bussen met toeristen al weer. Als die vertrokken zijn, gaan wij op ons gemak het wonder van dichtbij bekijken(foto 8). Als we weer bij de camper zijn, staan er al weer drie bussen, dus voor ons tijd om te vertrekken. Voor vandaag staan er twee overtochten met ferry’s op het programma. Langs fjorden, door bossen en leuke dorpjes met soms prachtige boerderijen, rijden we genietend door het Noorse land. Af en toe zien we over de fjord in de verte een regenbui boven de dorpen hangen(foto 9). De overtochten zijn leuk. Het is droog en aangenaam vertoeven aan dek. Als we weer vaste grond onder de voeten hebben gaan we op zoek naar een plek voor het weekend. We hebben weer zoveel gedaan en gezien deze week, dat we een paar dagen rust willen. Nou ja, betrekkelijke rust dan, want ik wil de bedden verschonen en alles een beetje opruimen en schoonmaken. In Ølensvåg moet een CP zijn, speciaal voor campers, met bijna alle voorzieningen van een camping. Er kunnen 30 campers staan, dus we hopen dat er plaats is. Wat schetst onze verbazing: er is niemand, we staan er alleen! Is dit het hoogseizoen? We zoeken een leuke plek en installeren ons voor het weekend. Lekker rustig. (foto 10)Vandaag is het ook hier slecht weer. Veel regen en dus vermaken we ons binnen met huishoudelijke klussen. De bedden zijn al weer lekker schoon, dus slapen we vannacht vast nog beter. Er zijn nu drie camperaars wezen kijken en weer vertrokken, dus nog steeds hebben we alles voor onszelf. Morgen nog een rustige dag en dan vertrekken we volgende week nog wat verder naar het Zuiden. Op naar de zon!

P.S. Het internet is hier ook wispelturig, dus de verzending van de mail gaat niet vlekkeloos. Excuus, volgende keer beter?

Allemaal hoogtepunten

~~En zondag is het prachtig weer. Was het zaterdag nog maar net mogelijk een plaats te bemachtigen, zondagmiddag staan we alleen op het camperveld. Kennelijk weekendgasten, die maandag weer aan de slag moeten en even kwamen genieten van het mooie weer. Wij genieten nog even verder aan de oever van het meer. ’s Middags nemen we een duik om af te koelen en het water is beslist niet koud. Heerlijke dag om bij te komen van alle kilometers. Maandagmorgen gaan we rustig aan beginnen. We willen vandaag niet zover en hebben een CP in Fetsund uitgezocht. Dat is een dorp aan de rand van Oslo en ongeveer 100 km. rijden. De koffiestop is bij een sluizencomplex aan het eind van een meer. Leuke plek, waar ook een rondvaartboot ligt. Langs rustige binnenwegen, met iedere keer weer uitzicht op een meer en boerderijen tuffen we naar de geplande CP. Lunchen doen we ook aan de oever van een meer en daar zitten we lekker nog een uur aan het strand. Al vroeg in de middag zijn we in Fetsund, maar helaas, op de plaats waar de CP was, wordt nu gebouwd aan een appartementencomplex. Exit CP. We lopen even het dorp in op zoek naar postzegels, een brievenbus en een flappentap. De eerste twee lukken, maar de bank is gesloten. Wat nu? Hier blijven op het parkeerterrein van het station vinden we geen leuk idee, dus rijden we verder. Het probleem is alleen, dat er in de verste verte geen CP’s zijn. Dat wordt zoeken naar een leuk parkeerplekje. Oslo voorbij, via de E16 naar Hønefoss. Daar lijkt volgens de kaart een camping te zijn, maar we kunnen hem niet vinden. Vaak kun je ook leuk staan bij een kerk, dus gaan we bij de eerste kerk op de kaart kijken. Daar is geen goede parkeerplaats en we rijden verder langs een smalle weg langs een meer. Daar vinden we wel een mooie plek, waar we een nacht kunnen verblijven. We blijven, zitten nog tot laat buiten, al moeten we wel smeren tegen de muggen. Voor het eerst deze reis hebben we daar last van.

Na een rustige nacht gaan we vol goede moed weer noordwaarts over de E16. Het landschap is flink veranderd sinds gisteren. We rijden nu tussen de bergen, begroeid met dennen. Bewoning is meer geconcentreerd in dorpen en niet in losstaande boerderijen. We zien hier alleen nog kleinschalige landbouw en niet meer de grote velden, zoals in het zuiden. Meren zijn er nog genoeg en omdat het mooi weer is, zien die er prachtig blauw uit. Voor de lunch gaan we eerst boodschappen doen in een winkelcentrum in Bagn. In de supermarkt hebben ze gebraden haantjes en daar hebben we ineens zo’n trek in, dat we er één meenemen en later met smaak verorberen op een parkeerplaats in Fagernes. Dat is weer eens een ander soort lunch dan gebruikelijk! Na Fagernes voert de weg ons over een tolweg naar Hemsedal. Deze weg heet  “Panoramavegen”. En van dat panorama hebben we genoten. Weids uitzicht over kale bergen met hier en daar vakantiehuizen, met op de achtergrond bergen met sneeuwtoppen. Bij een meer maken we een thee-stop en we gaan ook nog even het water in. Dat is wel een stuk kouder dan het meer van zondag, dus we zijn er snel weer uit en drogen op in de zon. Aan het eind van de weg is een parkeerplaats waar een wandeling begint naar de Storehødn, een bergtop van 1725 meter hoog. Dat lijkt erg hoog, maar we zitten al op ruim 900 meter. Het lijkt ons voor de volgende dag een leuk plan en we blijven hier overnachten aan de rand van de grote P. We staan er alleen, maar voelen ons veilig. Het is zulk lekker weer dat we buiten zitten en een spelletje doen tot het om half tien te fris wordt. Dat lekker naar bed, krachten opdoen voor de volgende dag. 

Als we de volgende dag ontwaken, hangen de wolken laag en is de top van de berg niet te zien. We starten langzaam op, maar ook na de koffie is het niet beter geworden en we besluiten om de wandeling niet te doen, want als je eindelijk boven bent en geen uitzicht hebt….. We gaan verder. In Hemsedal zien we een bord waarop staat aangegeven dat je er kunt lozen. Bij de brandweerkazerne kun je je WC legen en schoon water innemen. Daar maken we dankbaar gebruik van. De route voert ons verder over een pas, waar het kaal en bijna onbewoond is. Er staan wel wat huizen, maar dat zijn voornamelijk vakantiewoningen. Via een paar flinke haarspeldbochten komen we weer in een dal en gaan op zoek naar de Stavkerk in Borgund. Volgens onze kaart ligt die langs de E16 en dat was vroeger ook zo, maar er zijn intussen twee tunnels gebouwd en de kerk ligt nu aan wat vroeger de E16 was, maar nu een smalle weg is die de Historische route heet. De donkere wolken laten nu ook hun lading vallen en als we op de P bij de kerk (bomvol met bezoekers) staan, komt de regen met bakken naar beneden. Eerst maar uitgebreid lunchen en dan op zoek naar de parkeerplaats Vindhella een klein eindje verder, waar je kunt overnachten. Bij die parkeerplaats begint een mooie wandeling over een bijzondere weg. Het is de oude postweg van Oslo naar Bergen en is aangelegd in 1834. Er liep daarvoor ook al een route, maar die was te smal voor rijtuigen en te steil, dus hebben ze er met veel vakmanschap haarspeldbochten in gemaakt op dammen, die met de hand zijn aangelegd. Heel knap werk. Deze route komt uit bij de stavkerk en je kunt via een andere route terug. Dat lijkt ons een leuke vervanging voor de wandeling van vanmorgen, die niet doorging. Het is droog geworden, al dreigt het nog wel en we wagen het erop. De temperatuur is prima voor een wandeling. We gaan gelijk flink omhoog en kijken onze ogen uit naar het kunstig aangelegde bouwwerk. Dan verder naar de kerk, die ook de moeite waard is om te zien. Je kunt ook naar binnen, maar dat kost 80 Nkr per persoon en dat vinden we een beetje veel. We doen het met de mooie buitenkant en wandelen dan langs een nog oudere “Koningsweg” terug. Deze route werd in 1170 door de toenmalige koning Sverre gelopen en heet dus nu “Sverrevegen”. Dit pad is aanzienlijk lastiger. Smaller, met veel stenen en flink stijgend en dalend. Omdat het pad nat is, is het best glibberig, dus we doen er best lang over. Het is trouwens ook 2 keer zo lang als de heenweg. Maar wel goed om te doen. Af en toe vallen er nog wat druppels, maar we halen het droog over en komen heelhuids bij de camper terug. Hier blijven we, samen met nog een camper, voor de nacht en het is er erg rustig.

In ons wandelboek staat nog een wandeling in de buurt, ongeveer 7 kilometer verderop. Het is een rondwandeling van ongeveer 8 kilometer en komt vlak langs een grote waterval, dus dat lijkt ons wel wat. Na alweer enig zoekwerk, vanwege de verouderde kaart, die wij hebben, vinden we de startplek en gaan op weg. Het is droog (af en toe een spetter) en 17?, dus heerlijk wandelweer. De route is ook een oude postweg en loopt hoog boven de kloof met in de diepte de wilde rivier. Langs de route staan overal bordjes met uitleg van wat er te zien is in drie talen: Noors, Engels en Duits. Deze plek blijkt in de Tweede Wereldoorlog bezet geweest te zijn door Duitse troepen, die overal hun loopgraven hadden. De waterval mag er ook zijn. Hij komt van heel hoog en onderaan is een brug, die we over moeten en daar wordt je flink nat, maar dat maakt natuurlijk helemaal niet uit. Om half drie zijn we moe, maar voldaan weer terug bij Duc en omdat we geen zin hebben om nog een stuk te rijden, gaan we terug naar de plek van de afgelopen nacht. Weer prima geslapen.

Dan is het al weer vrijdag en het weer is druilerig en mistig, als we wakker worden. Vandaag gaan we over alweer een hoge pas naar het dal waar Øvre Årdal ligt. Er staat boven op de pas een koude wind en als we afdalen naar het dal, moeten we door een wolkenlaag heen. Het is een spectaculair stuk op het laatst, want de weg gaat naar beneden in haarspeldbochten, waarvan de bochten in tunnels liggen. Hoe krijgen ze het gemaakt! Beneden doen we eerst boodschappen, geven Duc weer drinken en nemen tijd voor een uitgebreide lunch. Dan gaan we op zoek naar een camping verderop in het dal. Van daaruit is ook een wandeling te maken naar een hoge waterval, maar het weer ziet er niet goed uit. Het regent af en toe flink en het is zwaar bewolkt. Na enig overleg besluiten we hier één nacht te blijven en morgen een andere plek voor het weekend te zoeken. Zo gezegd, zo gedaan. 

En daarom staan we nu op een camping in Nes, een klein dorp aan de Lustrafjorden. En we zijn hier gekomen via een werkelijk schitterende route. Om daar te komen, moesten we eerst vanuit Øvre Årdal via een smalle weg met heel veel haarspeldbochten omhoog om uiteindelijk op een hoogte van 1400 meter uit te komen. Ruig terrein, met overal hoge bergtoppen met sneeuw. Op het hoogste punt moeten we tol betalen, maar dat is het ons deze keer wel waard. Langs de weg stoppen we voor koffie en maken een uitstapje naar een sneeuwveldje. Als we weer een eindje zijn afgedaald, zien we een bord langs de weg dat een wandeling aangeeft naar een uitzichtpunt. Dat is onweerstaanbaar, dus de wandelschoenen aan en daar gaan we. Het is maar 1,5 km en niet steil, dus dat gaat prima en… het uitzicht is prachtig. Heel diep beneden ons zien we de fjord met het dorp Skjolden liggen. De zon is tevoorschijn gekomen en schijnt precies daarop. Ontzettend mooi. We lunchen na terugkomst bij Duc en dalen daarna verder af. Als we bij Skjolden zijn aangekomen, stoppen we natuurlijk voor een blik achterom en met behulp van de verrekijker, kunnen we de plaats, waar we gestaan hebben, ontdekken. (er stond daar een soort zendmast) Nog een klein stukje verder vinden we een leuke, kleine camping aan de fjord. De zon schijnt hier ook lekker en we installeren ons. Lekker buiten met een kopje thee. Maar na een half uur verschuilt Jan Zon zich achter dikke wolken. Jammer, maar de temperatuur is nog steeds lekker, dus we kunnen buiten zijn. Aan de overkant hebben we zicht op een hoge waterval en voor ons de fjord. Hier houden we het wel even uit. Volgende week verder!

Een goed begin.......

~~Maandag 17 juli: dag van vertrek! 

Veel voorbereidingen zijn al getroffen, maar ja, de laatste loodjes, hè. Gelukkig krijgen we hulp van Mathilde, Matthijs, Johan en Simon, die komen helpen alles naar de camper te brengen. Dat scheelt een heleboel heen en weer geloop voor ons. Nadat we gezellig met elkaar hebben geluncht, doet de familie nog de afwas, terwijl wij de buren groeten. Dan zijn we er klaar voor en kunnen we op pad. We beginnen langzaamaan, want de eerste CP, die we hebben uitgezocht, is in Vianen. Dat is maar 60 km rijden, dus een makkie. Het is heerlijk weer, prima om eerst een kop thee te drinken bij de camper en daarna het centrum van Vianen door te struinen. Op een terras in de schaduw drinken we een pilsje om te vieren dat we op weg zijn. Goed begin. De CP is een rustige plek, ook al staan er 15 campers. 

We slapen goed en gaan dinsdagmorgen welgemoed richting Wageningen, waar zoon Martin een presentatie houdt en wij zijn erbij! Nog steeds is het behoorlijk warm. Op het parkeerterrein van de Universiteit van Wageningen is nog een schaduwplek gelukkig. We zijn vroeg, dus hebben we de tijd om rustig te lunchen voor we om één uur gaan luisteren en kijken naar een prima presentatie. Petje af. Dat is wel een voldoende. Ingrid heeft voor brownies gezorgd en dat laten we ons bij een kop koffie goed smaken.  Om half drie nemen we afscheid van Martin, Ingrid, Ada en Etienne. In een warme auto (stond niet meer in de schaduw!!!) de weg weer op naar Duitsland. Even opschieten, dus alleen maar grote weg. Bij Hengelo de grens over en dan richting Hannover. Als overnachtingsplek hebben we Bünde bedacht. Daar is een CP waar twintig campers kunnen staan, dus we denken daar wel een plekje te vinden. Wat schetst onze verbazing: we staan er alleen en dat midden in het hoogseizoen. Leuke plek aan de rand van het centrum. We snappen er niets van, maar slapen er heerlijk.

Wakker worden met het zonnetje op de camper, ontbijten buiten in het park en dan snel verder. Vandaag moeten we naar Travemünde, want daar vertrekt morgen de boot naar Zweden. Het is redelijk druk op de weg en bij Hamburg hebben we nog een stuk file, maar om vier uur zijn we op de camping. Daar gaan we eerst genieten van een rustpauze en na het avondeten maken we alles klaar voor de volgende dag. WC schoon, water aanvullen, lekker douchen, luifel opruimen, enz. Inmiddels is de zon al enige tijd verdwenen en komen er steeds meer donkere wolken. Het noodweer, dat die dag ook bij jullie is langs geweest, komt ’s nachts hier in alle hevigheid over. Flinke plensbuien en onweer. Wij houden het droog en ’s morgens zijn er alleen nog wat plassen te zien.

We staan op tijd op, want om half negen willen we bij de ferry in de rij staan. Het inchecken gaat soepel, maar daarna moeten we nog een poos wachten tot we de boot op kunnen. Heel veel vrachtauto’s (het is namelijk een vrachtboot, waar als aanvulling personenvervoer bij kan), en we schatten zo ongeveer 120 passagiers. Anders dan op andere ferry’s, is hier maar één dek waar je kunt verblijven tijdens de overtocht en daarboven nog een dek, waar je buiten kunt zijn. Als we vertrekken is de temperatuur nog prima op het dek, maar als we buitengaats komen, begint het aardig te waaien en verdwijnt de zon achter grijze wolken. De meeste tijd hebben we dan ook binnen doorgebracht. Als we in de luwte van Zweden komen, is het weer aangenamer om buiten te zijn en genieten we van de frisse lucht. Om zeven uur is de ferry aangekomen in Malmö. Bijna als eerste zijn we van boord en rijden de lange weg de haven uit. We hebben een CP gezien in Lomma, ongeveer 8 km boven Malmö. Al snel zien we het dorp op de borden staan en hebben we de juiste weg te pakken. Er moet een kleine CP aan het water zijn, maar voor we die gevonden hebben, zien we een grote parkeerplaats, waar al twee campers staan en we sluiten ons daarbij aan. Rustige plek, mooi genoeg voor vandaag. 

’s Nachts begint het ook hier te regenen en als we vrijdagmorgen weg rijden, miezert het. Eenmaal weer op de grote weg naar het noorden, begint het harder te regenen. Het zijn buien, die af en toe kletteren en dan weer bijna over zijn. Het is saai om zo te rijden, want het landschap is mistig en kleurloos. We willen vandaag naar een CP net boven Göteborg. Daar stonden we vorig jaar en dat is ons goed bevallen. Erg druk is het in Göteborg en we sudderen langzaam met heel veel andere auto’s. waaronder best veel campers, door de stad. Dat ze daar nog geen rondweg hebben bedacht! De CP is in Åröd, een kleine plaats aan de kust. Het is ook hier erg rustig. Er staat één andere kampeerder met een Volvo stationcar en een kleine tent. Het blijken ook Nederlanders te zijn. Jonge mensen, op weg naar Noorwegen. Ze bouwen een kampvuurtje (wat later helemaal niet blijkt te mogen) en bieden ons een paar marshmallows aan. Aardig. De regen is al een tijdje opgehouden en af en toe komt de zon even tussen de wolken doorgluren. Het is een graad of twintig, maar er staat een stevige wind. Even naar het strand lopen en uitwaaien, genietend van de rust en het mooie uitzicht. Vorig jaar hebben we hier lekker gezwommen, maar nu  vinden we het te koud. Wel zitten we nog tot laat buiten. Fijn. Er zijn geen campers bijgekomen, dus het belooft een rustige nacht te worden. Maar…. Om twaalf uur wordt de rust wreed verstoord. Enige jongelui komen met twee auto’s naar de parkeerplaats om daar hun slipvaardigheid te oefenen. Het is er onverhard, dus het stuift leuk en je kunt er lekker racen. We houden ons hart vast voor rondvliegende stenen tegen de auto, maar het gaat goed. Na enige tijd hebben ze er genoeg van en vertrekken weer. Oef, even spannend. Al gauw zijn we weer onder zeil, tot ze om twee uur nog een keer langs komen voor hetzelfde ritueel. Ook nu zijn ze het na een minuut of tien weer zat en vertrekken naar elders. Gelukkig komen ze niet meer terug, dus wordt het toch nog een goede nacht.

Zaterdagmorgen is de lucht strakblauw. Dat ziet er perfect uit! We starten langzaam op, en rijden op ons gemak langs de kustweg naar het volgende dorp, waar we wat verse waar inslaan bij de buurtsuper. Kunnen we het weekend weer vooruit. Vandaag hopen we in Noorwegen aan te komen. Na nog een klein stuk op de E6, richting Oslo, gaan we binnendoor verder. Over smalle, kronkelende wegen rijden we door het Zweedse landschap met overal de typisch Zweedse boerderijen in rood, geel of grijs. Golvende  velden met graan en af en toe weilanden met koeien. Wat hoger komen we in bosgebied met meertjes, ook echt Zweeds. We lunchen bij een witte kerk boven op een heuvel, met natuurlijk ook een begraafplaats eromheen. Via een kleine grensovergang rijden we Noorwegen in en zijn al snel bij de camping in Aremark. Er is nog plaats, gelukkig. Het is hier best druk, dat hebben we onderweg nog niet echt meegemaakt. De zon is er al de hele dag weer bij en de temperatuur is aardig opgelopen. We krijgen een plaats dichtbij het water en zijn blij ons te kunnen installeren en hier een dag op adem te komen. Morgen op de plaats rust. Er wordt mooi weer opgegeven voor morgen en maandag zien we wel weer. De kop is eraf en we zijn al weer helemaal gewend aan het camperen. 

Na een week met veel reiskilometers hopen we volgende week in een wat rustiger verder te gaan. U hoort van ons.--

Het wordt weer tijd!

Het zit al een tijdje te kriebelen en onze Duc staat uitnodigend te glimmen, dus wordt het tijd om weer een reis te maken. A.s. maandag gaan we van start. Langzaamaan, want voor dinsdag staat er eerst nog een ontmoeting in Wageningen op het programma. Daar houdt zoon Martin een presentatie, die we graag willen bijwonen. Daarna vertrekken we richting Duitsland. Donderdag gaan we dan met een ferry naar Zweden en verder Scandinavië in. We hebben er veel zin in en vinden het leuk als jullie ons weer gaan volgen. Zodra we internetverbinding hebben, horen jullie meer van ons. Tot dan!

't Is weer voorbij

 

We zijn op honk. Donderdagmiddag om kwart voor drie stekenwe de sleutel in het slot van onze woning. Het is er niet eens zo heel erg warmen het ziet er perfect uit. Mooi zo.

Het waren nog een paar warme dagen, maar we hebben een leukeroute gevolgd. Weer schoon en voorzien van water, vertrekken we van de campingen al gauw zitten we op de grote weg richting Epinal. Het wordt vandaag alleenmaar grote weg rijden, want we willen graag snel op de plaats van bestemmingzijn, want het is alweer een zonovergoten dag. Lunchen doen we aan de oever vande Moezel op de CP van Pont a Mousson. Hier stonden we al eens en het is eenmooie plek om er even uit te zijn. Het reisdoel vandaag is Dudelange in hetuiterste zuiden van Luxemburg. De CP ligt aan de rand van de stad bij hetstation en heeft gelukkig een paar bomen. Er kunnen 8 campers staan en als wijkomen, staan er al vijf. Internationaal gezelschap: 2 Portugese, 1 Engelse, 1Duitse en 1 Luxemburgse. Later komen er nog 1 Belgische en 2 Duitse bij (diedelen samen 1 plaats). Het is een beetje lawaaierige plek, maar we slapen erniet minder om. Omdat we eigenlijk nog niet meteen naar huis willen rijden,maken we nog een ommetje naar Duitsland. Maarten wil graag nog een eindjefietsen op de Vennbahn, een fietspad aangelegd over een oude spoorbaan, die vanAken (Duitsland), via België naar Troisvierges (Luxemburg)loopt. We kiezen voorde CP in Roetgen en willen dan van daaruit naar Monschau gaan fietsen. Eerstgaan we goedkoop tanken in Luxemburg, want dat is altijd mooi meegenomen. Dedieselprijs in Nederland ligt op ongeveer € 1,28 en wij betalen vandaag € 0,97.Leuk toch? Daar kun je mee thuiskomen. Daarna via een omweg door de Eifel naarde CP. In Schleiden lukt het ons nog een garage te vinden, die de kapottekoplamp herstelt. Ook nog voor een koopje. (€ 10.50) Op de CP kunnen we evenbijkomen met een kopje thee en lopen dan een rondje dorp. Dan is de dag vol. Erzijn inmiddels wel wat wolken verschenen en af en toe valt er een beetje regen.Maarten voelt zich, als de ruiten van de camper goed nat zijn, meteen geroepenom te gaan poetsen. Want, zegt hij, Duc doet zo goed zijn best, dan moet ik ookgoed voor hem zorgen. De temperatuur is wat gedaald, maar we kunnen nog steedslekker buiten zijn. 

Woensdag komen de fietsen echt nog een keer van stal. Het isdroog, wolkenvelden met af en toe zon en weinig wind. We hebben er zin in.Welgemoed gaan we op pad om Monschau te bekijken. Het pad is prima en stijgt deeerste 10 kilometer gestaag, maar dat is goed te doen en belooft freewheelenbij de terugtocht. De volgende 8 kilometer gaat het weer iets naar beneden.Mooie tocht door de bossen en af en toe een dorp met bijbehorend oud station.Als station Monschau in zicht komt is er een tegenvaller. Het station ligt 3kilometer van het centrum en ook nog eens 100 meter hoger dan de stad. Je kunter ook naar toe wandelen, dan is het 1,5 kilometer. Daar hebben we niet zo’nzin in, dus eten we op ons gemak onze boterhammen op en keren Duc-waarts.Lekker uitgewaaid komen we op de CP aan en na een rustmoment pakken we alles inen vertrekken naar België. Daar willen we op een CP in Herk-de-Stad nog eennacht staan, zodat we ’s morgens alles nog kunnen lozen en schoon thuiskomen.Mooie CP bij een groot park met speeltuin en dierenboerderij. Lekker rustig,alleen de drie pauwen, die er rondlopen, maken flink lawaai. Gelukkig slapendie ’s nachts. 

Donderdagmorgen op ons gemak ingepakt, opgeruimd en koffiegedronken. En dan moeten we toch echt op pad voor de laatste loodjes. Het wordtgrote weg rijden en het is behoorlijk druk. Vooral voor Antwerpen is hetfilerijden. Zijn we niet meer zo gewend. Wat is het dan rustig op de grotewegen in Frankrijk en Spanje. Kun je toch wel merken dat het hier erg dichtbevolkt is. En zo is er dan, na zes en halve week een eind gekomen aan eenmooie reis. Voor de statistieken: We hebben 6850 km. gereden door zes Europeselanden. We hebben er erg van genoten en zijn blij dat we geen ziekte of andereproblemen hebben gehad. Natuurlijk zijn er nog heel veel plannen voor nieuwereizen, maar nog niet concreet. Als het zover is, melden we ons wel weer.Bedankt voor het meereizen en tot een volgende keer.

Ook Frankrijk is mooi

Na alweer een rustig weekend, dat houden we er maar in, vertrekken we op maandag richting Frankrijk. Deze keer hebben we gekozen voor de route over de Pyreneeën via de Vielhatunnel. Die route hebben we nog niet gereden en we houden van nieuwe dingen. De Zwitserse camperaar, die naast ons op de camping staat (hij kwam een praatje maken n.a.v. het visje achterop onze camper, heeft er zelf ook één) zegt, dat het heel druk is met vrachtverkeer door de tunnel. We gaan het zien. Al de wolken, die gisteren aanwezig waren en ons deden denken aan een komende onweersbui, zijn bijna weg en de zon komt er weer bij. We zijn bijtijds wakker en kunnen al vroeg gaan rijden. Het is een prachtige route door afwisselend landschap. Korenvelden met klaprozen, weiden met koeien, ruige rotsen en veel kleine tunnels, wisselen elkaar af. De grote tunnel door de bergen is 5,2 km. lang en heeft drie rijstroken. Eén aan onze kant en twee voor de tegenliggers. Dat komt, omdat de weg in de tunnel vanaf onze kant sterk daalt. Onverwacht, zo gaat het telkens anders dan je denkt. Van vrachtverkeer hebben we totaal geen last en druk is het er ook niet. Valt alles mee. Aan de andere kant van de tunnel komen we bij de stad Vielha. Een soort wintersportplaats, zoals je die ook in de Alpen zou kunnen zien. De huizen hebben daken gedekt met leisteen en breiden zich vanuit het dal uit tegen de bergen op. Even voorbij de stad vinden we een lunchplek langs een snel stromende rivier en daar besluiten we, dat we een bergweg nemen naar het dichtstbijzijnde dorp in Frankrijk: Bagneres-de-Luchon. Daar is een CP met veel plaatsen en we vinden het wel weer mooi voor vandaag. Het is broeiend warm en we willen nog een poosje buiten zijn. Het is een mooie, smalle bergweg, waar veel wielrenners hun krachten beproeven. Onderweg zien we nog een mooie waterval. In het dorp is het natuurlijk weer even zoeken, maar via een plattegrond vinden we de CP en een plek in de schaduw. Een lekker kopje thee gaat er dan wel in. Terwijl we daarvan genieten, betrekt de lucht snel en horen we het af en toe rommelen in de verte. En ja hoor, na een half uur begint het flink te regenen en te onweren. Dus toch weer binnen zitten. De bui duurt best lang en komt af en toe ook nog terug, zo lijkt het wel. Pas na het avondeten wagen we het erop nog een eind langs de rivier te lopen. We halen het niet helemaal droog over, maar zijn toch weer even uitgewaaid. De rivier stroomt wild en is helemaal bruin van de modder. Vanmiddag was hij nog schuimend wit.

Dinsdagmorgen hangen de wolken nog laag en zijn de besneeuwde toppen van de bergen niet te zien. Eerst gaan we naar de Lidl om verse voorraad te halen en dan op weg richting Toulouse. Het land wordt steeds vlakker en we komen vaker dorpen tegen. Ruim voor Toulouse gaan we de grote weg op en we ronden de stad via de grote rondweg. Wel druk, maar goed aangegeven en dus prima te doen. De route die we uitgestippeld hebben loopt via het oosten van Frankrijk, want we willen via Luxemburg terug. Na Toulouse verlaten we de grote weg weer en gaan over N-wegen verder. Dat betekent, dat we afwisselend 2- en 4-baanswegen hebben en door dorpen gaan. Als we ergens in een korte file terechtkomen, zien we in de weerspiegeling in de auto voor ons, dat ons rechter voorlicht het niet meer doet. Dat wordt op zoek naar een garage, maar dringend is het niet, we zijn niet van plan in het donker te rijden. Om een uur of vier vinden we een CP in Baraqueville. Een plek, speciaal voor campers, achter het gemeentehuis. Rustig plekje en we staan er met z’n vijven, dus niet eenzaam. Een rondje dorp levert ons nog wat ansichtkaarten op en Maarten vindt een warme bakker. Dat wordt croissants morgenochtend!

Nadat we uitgebreid van de croissants hebben genoten, rijden we vol goede moed het dorp uit. Ook vandaag moeten er wat kilometers gemaakt worden, maar wel via mooie wegen. Deze keer door bergachtig gebied bij Mende en dan langs de stad Puy en Velays, waarna we op zoek gaan naar een CP. Het is weer behoorlijk warm en we willen niet al te lang in de auto zitten. De stad Mende is een drukke stad, maar we komen er vrij soepel doorheen. Dat is in Puy en Velays wel anders. Vóór de stad is er al file en ook in de stad wordt stapvoets gereden. Er wordt gewerkt aan een rondweg en dat is volgens ons geen overbodige luxe. Wat een verkeer! Al snel na de stad zoeken we dan ook maar een kleine weg op naar het dorp Tence. Daar is een CP met tien plaatsen, dus dat moet lukken. Door een omleiding komen we op een andere weg uit en daardoor ook in een andere plaats met CP. Er is plek en we besluiten hier te blijven. Raucoules heet het dorp. Klein en rustig. Er staat al een camper en er komen er nog twee bij en daarmee is het vol. Naast de CP is een ambachtelijke slager, waar Maarten ham en een soort verse worst koopt. Dat is voor morgen, vandaag is er salade met omelet. We doen nog een rondje dorp, genietend van de stilte en het mooie weer. Het is jammer, dat er nogal veel wind is, want daardoor kunnen we niet lang buiten zitten.

Dan is het al weer donderdag. Hemelvaartsdag, dus alle winkels dicht, bijna geen vrachtverkeer, maar dubbel zoveel toeristische drukte. Vandaag gaan we eerst richting St. Etiene en dan nemen de rondweg om Lyon. Daarvan horen we altijd dat het er erg druk is, dus we zijn benieuwd. Voorlopig rijden we dus grote weg. Pas na Lyon gaan we weer over op de kleinere variant. We vinden de uitgestippelde route makkelijk en met de drukte valt het erg mee. Veel drukte zien we pas als we langs een vogelpark komen. Een overvolle parkeerplaats en voor de kassa een rij van minstens zestig mensen. Poeh, waar je zin in hebt met die warmte. Het is inmiddels wel weer ruim 25 graden en we zijn blij, dat we niet al te ver hoeven. Een smalle weg voert ons door landelijk gebied, met ineens als verrassing een kloof met snelstromende rivier en ruige rotsen. Leuk, die onverwachte mooie plekken. De CP die we uitgezocht hebben ligt in het dorp Orgelet en volgens zeggen onder de bomen.Dat komt ons goed van pas. Een klein dorp op een heuvel moet het zijn. Op de rotonde kun je vier verschillende kanten op en natuurlijk kiezen we de goede als laatste, dus het duurt even voor we de plek gevonden hebben. We zijn niet de enigen op deze plaats, maar er is een mooie plek onder de bomen. Op de plaats rust.

Ook de vrijdag belooft een warme dag te worden, dus vroeg vertrekken en niet te veel kilometers maken. De vorige dag hebben we een garage gezien aan de rand van het dorp en daar gaat Maarten proberen onze voorlamp te laten repareren. Dat willen ze niet doen, dus verder maar. We zien, dat ook vandaag nog veel winkels en andere bedrijven gesloten zijn. De reparatie is geen noodzaak, dus laat maar even zitten. We gaan vandaag richting Vogezen. Daar hebben we in Plombieres-les-Bains een kleine camping uitgezocht. Met zwembad, want het zal meer dan dertig graden worden…. Camping ligt mooi, hoog boven de stad, er is ruimte genoeg, er is schaduw, maar het zwembad is nog leeg. Dat is pech. Dan maar een extra douche af en toe. We blijven hier tot maandag is het plan. Vanmorgen, zaterdag dus, zijn we via een wandelroute door het bos naar de stad gewandeld. Een oude stad, bekend om zijn thermen, maar wel vergane glorie. Veel oude panden zijn dichtgetimmerd en alles ziet er een beetje verlopen uit. Jammer, want het moet vroeger een mooie stad zijn geweest. Hij ligt in een heel smal dal, tegen de heuvels gebouwd en het is dus constant klimmen en dalen. We waren van plan om een rondwandeling te maken, maar aangezien de route voor een groot deel door open terrein gaat, en we dat veel te heet vinden, gaan we over het bospad weer terug. Toch weer drie uur weg getippeld. Vanmiddag is het te heet om veel te doen, maar een verhaal schrijven kan nog wel. Bij deze dus. Morgen pas op de plaats en maandag weer op pad. Waarheen staat nog niet helemaal vast. We zien wel of we Luxemburg al halen of nog een tussenstop maken. We schieten al aardig op naar huis, maar maken geen haast. Als we op honk zijn, horen jullie de rest wel.