time-out.reismee.nl

Over grenzen heen

En dan is er weer een week voorbij. Een fantastische week mag ik wel zeggen. Zoveel moois gezien! Zondag is er rust. In de loop van de morgen komen Peer en Angelique uit Berlicum, die ook met een campertje op de camping staan, vragen of ze Duc mogen bekijken. Ze zijn op zoek naar een iets groter model dan ze nu hebben en vragen of Duc soms toevallig te koop is. Dat is hij natuurlijk niet! We luieren de dag door en lopen alleen tegen de avond een rondje over en om de camping. Even de klim- en daalspieren tot rust laten komen. ’s Nachts vallen er een paar flinke buien, dus maar goed dat we de luifel vast hebben opgeruimd. We vertrekken, nadat alles weer schoon en vol is, naar een volgend dal. Er is, aan het eind van het dal, een mooie CP, met alles erop en eraan, voor € 10. Hij is niet eenvoudig te vinden en we moeten over een smal weggetje naar beneden, maar dan heb je ook wat. Aan de voet van een stuwdam en omringd door bergen. Het is vandaag wisselvallig weer. Er valt niet veel regen, maar het dreigt wel steeds. Als we geïnstalleerd zijn, klimmen we langs een steil pad omhoog naar de stuwdam. Je kunt er over heen lopen en dan langs het stuwmeer wandelen. Zo tippelen we toch weer anderhalf uur, genietend van mooie vergezichten over het meer en de gletsjertoppen.

 Voor dinsdag geven ze veel regen op en we besluiten de hier geplande wandeling niet te doen, maar er een reisdag van te maken. Eén van de gaspitten heeft kuren en Maarten heeft uitgezocht, dat er in Aosta een camperreparatiebedrijf zit. Omdat we toch die kant uit gaan, omdat we over de Grote Sint Bernard pas naar Zwitserland willen, gaan we op zoek naar dat bedrijf. Leve onze nieuwe telefoon, waarmee we ook de route kunnen bepalen. Dat leidt ons feilloos naar de juiste plek. Het is inmiddels half één, dus bijna siësta, en de monteur geeft aan dat we om drie uur aan de beurt zijn. Oké, dan eerst lunchen, even een boodschap doen in de nabijgelegen Conad, en rustig afwachten. Om half drie verschijnt een andere monteur die wel even kijken wil. Hij herkent het probleem, maar volgens hem moet er een nieuw onderdeel in en dat moet van de fabrikant komen. Kan wel tien dagen duren. Daar hebben wij natuurlijk geen tijd voor, dus bedanken we hem en gaat weer op pad. We tanken Duc nog even bij, gelukkig bij een pomp onder een afdak, want op dat moment barst er een wolkbreuk los. Dan op weg naar de pas. Ongeveer halverwege naar boven is een parkeerplaats waar je kunt overnachten en daar vinden we een plekje, tussen een Duitser en een Belg. Om een uur of zes komt er een helikopter, met veel lawaai, landen aan de overkant van de rivier op een open plek. Er stappen twee mensen uit en hij vertrekt weer. Dat gaat zo vier keer en we bedenken, dat dat de andere morgen waarschijnlijk zal worden herhaald.

En ja hoor, na een rustige nacht worden we om acht uur gewekt door de helikopter, die het personeel, en later nog verschillende onderdelen voor het werk, komt ophalen. Dan gaan wij ook maar hogerop. De route is mooi en niet moeilijk te rijden. Het is weer een stralende dag geworden en boven op de pas, op 2473 meter hoogte, lopen we een poos rond, gewoon in T-shirt. Het is er gezellig druk en het uitzicht is prachtig. Daarboven is ook de grens en zo rijden we dan Zwitserland binnen. Over mooie wegen kronkelen we naar beneden, door Martigny, en verder richting Lausanne. Maar voor we daar zijn, buigen we bij Aigle af om een CP te zoeken in Leysin. Een stad op een berg, waar veel sportactiviteiten te vinden zijn. De CP ligt op een parkeerplaats  bij een overdekte ijsbaan, waar ook nu geschaatst kan worden. Het uitzicht is mooi, overal hoge bergen rondom. Naar één van de hoogste toppen gaat een kabelbaan. De top ligt helaas in de wolken, dus gaan we niet omhoog vandaag. Morgen misschien? 

De volgende morgen ligt de top in de zon. Wel zien we aan de andere kant van het dal wat wolken ontstaan, maar we besluiten, met de gratis bus, naar de kabelbaan te rijden en gaan welgemoed naar boven. Wat is dat een goed plan. We hebben genoten daarboven. Het is heel helder en je kunt ver weg kijken. We zien in  het westen de Mont Blanc (50km. hemelsbreed) en in het oosten zelfs de Matterhorn. Schitterend. Maar wat het mooiste is, dat we boven het wolkendek zijn. Onder ons is een zee van witte wolken, die boven het dal hangen. Het lijkt of je in een vliegtuig boven de wolken vliegt. Zo mooi, alleen de hoge bergtoppen steken er, als eilandjes boven uit. We lopen een poos rond over de top en besluiten dan om naar beneden te gaan lopen. Als we met de kabelbaan terug gaan, zitten we straks bij Duc onder de wolken en dat is niet gezellig. De wandeling is lang, maar niet moeilijk, tot we besluiten het laatste stuk een wat kortere, maar moeilijker weg te nemen. Dat wordt nog een lastig stuk, waar zelfs kettingen langs de rots, als beveiliging, aan te pas komen. We landen echter weer heelhuids beneden, waarbij we natuurlijk een stuk door de wolkenband heen moeten. In de loop van de avond trekt de wolkenband weg en we kunnen nog lang buiten van de avondzon genieten.  Wat een dag!

Vrijdag is er weer volop zon. Langs een bergachtige route rijden we naar het meer van Neuchâtel. Aan de westkant van het meer ligt een CP, alweer hoog op een berg  “Creux du Van”, aan de rand van een kloof. De weg erheen is smal en kronkelig, en het is een trekpleister, dus veel tegenliggers, die het fenomeen al gezien hebben. Boven vinden we een grote parkeerplaats met voldoende plek en we installeren ons. Na de thee wandelen we naar de kloof en het is inderdaad spectaculair. Hoge kliffen en een weids uitzicht. Nog een eind hoger is een uitzichtpunt, waar je neerkijkt op het meer van Neuchâtel en de hoge bergen in de verte. Het is vandaag niet zo helder als gisteren, dus van de bergen zien we niet veel. ’s Avonds gaat de zon vlammend onder en bij de kloof hangen de wolken, net als gisteren laag in het dal. Schitterend gezicht.

En dan gaan we ook Zwitserland verlaten, een stuk bergafwaarts naar de grensovergang en Frankrijk in, gaat weer de andere kant van de berg omhoog. Via de Ballon d’Alsace rijden we naar Le Thillot, waar we het weekend gaan doorbrengen op een camping. Het is een mooie rit, het weer is prachtig, veel zon, 28 graden, veel blauwe lucht met een enkel wit wolkje.Op de camping is nog ruimschoots plek. Dus alles zit weer mee. We denken tot dinsdag hier te blijven, misschien nog een fietstocht langs de Moezel te maken en op donderdag weer thuis te zijn.

We hopen, dat jullie onze belevenissen met plezier hebben meebeleefd en wellicht tot een volgende keer.

Over grote hoogtes

Na het rustige weekend hebben we er weer zin in om verder te trekken. Vandaag eerst nog iets dieper de vallei in. Na 10 kilometer is het eind in zicht en komen we bij de CP van Breuil-Cervina. Er is een mooie plek met uitzicht op het dorp en de indrukwekkende berg Monte Cervina. De top is nog in de wolken , maar er wordt een heldere middag voorspeld, dus wie weet…  Eerst maar koffie en dan op weg naar het dorp. Daar is het een drukte van belang. De parkeerplaatsen staan overvol en in het centrum lijkt het de Kalverstraat wel, alleen wordt er geen Nederlands gesproken. We bekijken de kerk, de winkels en zien een leuk restaurant, waar we besluiten t gaan lunchen met gerechten uit het land. We bestellen raviola en polenta met worst. Het smaakt heerlijk en weer eens wat anders dan de Hollandse pot. Op de terugweg nemen we een andere route en wandelen door naar een nabijgelegen meer, Lac Bleu geheten. Het is helemaal opgeklaard en we zien de Cervina (Matterhorn) nu in volle glorie. Jaren geleden zagen we hem van de Zwitserse kant. Toen lag er veel sneeuw op de berg, nu is hij  grijs en grimmig. Het loopt in de loop van de dag helemaal vol met campers en de plaats met 100 plaatsen is bijna vol. Weer een stralende dag!

Dinsdag is de zon er al weer vroeg bij en gaan we na de koffie welgemoed op weg naar een nieuw dal. Wonderlijk, dat als je dezelfde weg terug rijdt, je toch steeds weer nieuwe dingen ontdekt. We denken in de stad aan het eind van het dal boodschappen te doen, maar kunnen in de drukte die daar heerst, geen winkel ontdekken. Verderop dan maar. We rijden door naar de hoofdstad van deze streek, Aosta. Daar aan de rand vinden we een grote supermarkt “Conad” geheten, waar we alles vinden wat we nodig hebben. We lunchen daar op de parkeerplaats met een lekkere salade, met verse spullen uit de winkel. Dan op naar het volgende dal, Val de Cogne. Net na Aosta slaan we links af en rijden 20 kilometer, slingerend en stijgend door een nauw dal, langs een snelstromende rivier. Voor we naar de geplande CP in Lillaz gaan, willen we in Cogne even naar de VVV, om informatie over wandelingen in de omgeving te halen. Er is daar een grote CP, dus we denken daar onze Duc te parkeren. Nou, dat lukt maar net. Alle 120 plekken zijn bezet, alleen langs de rand kun je nog wel even staan. Wat een drukte is dat hier. Van de CP kun je met een lift naar het hoger gelegen centrum en dan is de VVV gauw gevonden. We krijgen een uitgebreide plattegrond en een boekje met informatie, ook over de tijden waarop hier tussen de verschillende dorpjes een gratis bus rijdt. Dat is een goede service, waar we later ook dankbaar gebruik van maken. Maar eerst 3 kilometer verderop de CP zoeken. Zou die ook zo vol zijn? En ja hoor, alle 32 plaatsen zijn bezet. Gelukkig is er naast een groot grasveld, dat ook al bijna helemaal gevuld is met campers, en laat er nu net één vertrekken. Goede plek, met uitzicht op bergtoppen en al weer aan een bruisende rivier. Super. We installeren ons en wandelen naar het dorp(je). We zien een richtingwijzer naar een waterval en dat is natuurlijk goed nieuws voor Ineke. Ook hier is het vreselijk druk met wandelaars. Alle parkeerplaatsen staan bomvol en zowaar zien we ook nog enkele Nederlandse auto’s. Ook tussen de 60 campers staat één Nederlander. Dat is nog bijna niet gebeurd deze reis. We zitten buiten tot na het avondeten. Dan gaat de zon achter de bergen en wordt het te fris. We zitten tenslotte op ruim 1800 meter hoogte.

Woensdag moet er natuurlijk gewandeld worden naar de watervallen. Het is een pittige klim, maar ze zijn erg mooi. We zijn alleen niet de enigen met dat idee en we lopen dan ook in colonne. Dat zijn we niet zo gewend en op het smalle, steile en rotsige pad. Het is lastig steeds weer ruimte te maken voor andere wandelaars. Toch de moeite meer dan waard en na twee uur zijn we terug bij Duc, keurig op tijd voor de lunch. Dan worden de fietsen tevoorschijn gehaald. Er moet namelijk nodig een kaart op de bus en in Lillaz is geen brievenbus, daarvoor moet je naar Cogne. Er loopt een wandelpad, annex fietspad naar de stad en we hebben gezien dat het hoogteverschil niet al te groot is, dus we wagen het erop. Het gaat prima, al kost het soms wat moeite om de wandelaars te omzeilen. In Cogne zoeken we het postkantoor en daarna klimmen we steil naar boven naar het begin van een kabelbaan, om te informeren of en wanneer hij morgen gaat. Want dan willen we hoog op de berg een wandeling maken. Dus we blijven nog een nacht.

Dat plan wordt de volgende dag uitgevoerd. Eerst met de gratis bus naar Cogne, dan met de kabelbaan naar boven. De wandeling is, vooral in het begin heel pittig, maar het uitzicht op de verschillende uitzichtpunten is grandioos. Kleine dorpen diep beneden en prachtige gletsjers in de buurt. Ook de Mont Blanc kun je hier al zien. Na fikse klim komen we bij het hoogste punt, een ruwe steenrots met kruis erop, en dan dalen we af, langs een smal pad over de graat van de berg, tot een bergweide, waar we onze lunch, een meegenomen omelet, in alle rust verorberen. De rest van de afdaling is over brede paden, maar wel behoorlijk steil. Als we bij de kabelbaan zijn, zijn we moe, maar voldaan. De bus terug is overvol, maar we kunnen zitten. We hadden het idee om nog te vertrekken van de CP, maar besluiten na terugkomst toch nog maar een nacht te blijven.

Vrijdag breken we dan op en zoeken een nieuwe bestemming. Het wordt Rhêmes-Notre-Dames in het Val di Rhêmes. Na in een dorp onderweg de WC geloosd, water ingenomen en boodschappen te hebben gedaan, zijn we al snel in het volgende dal. Het lijkt minder druk, maar schijn bedriegt. Op de CP, die we uitgezocht hebben is het vol. Dus rijden we een stukje terug naar een andere parkeerplaats, waar we nog net een plekje vinden. Na de lunch wandelen we een rondje door de omgeving. We gaan een kerk binnen, oud met prachtig beschilderd plafond. Net als we binnen komen, begint er muziek te spelen. Het Halleluja van Händel. Zo mooi. Stil luisteren we tot het afgelopen is. Ontroerend.  Later op de middag rijden we weer naar de CP. Er zijn al heel wat wandelaars vertrokken en we vinden een mooie plaats. Tegen de tijd dat het donker wordt, zijn bijna alle auto’s vertrokken en is er één camper bijgekomen. Dat wordt een rustige nacht dus.

Op deze plek begint een wandeling naar een waterval en uitzichtpunt in de bergen. Dat klinkt aantrekkelijk en als we daar vast staan, kunnen we op tijd beginnen en is er zeker een parkeerplaats. Vanaf 8 uur beginnen de eerste enthousiastelingen al te arriveren, maar als wij uiteindelijk vertrekken is het half elf. De wandeling staat te boek als eenvoudig, maar uit ondervinding weten we dat dat niets zegt. Het valt echter mee. Er moet bijna 400 meter geklommen worden, maar dat gaat heel geleidelijk en over goede paden. Na ruim een half uur komen we de eerste waterval tegen, mooi. Later volgen er nog twee en deze zijn echt schitterend. Van heel hoog komen ze naar beneden. We hebben de tocht niet helemaal volbracht, maar zijn de laatste steile hellingen niet opgeklauterd. Op een grote steen in de zon eten we onze salade en gaan dan via een andere, hoger gelegen, maar wel makkelijker route terug naar Duc. Alles bij elkaar zijn we vijf uur onderweg geweest en hebben genoten van alles wat er groeit en bloeit op de hellingen. Zelfs edelweiss gevonden en heel veel vlinders gezien. Bij terugkomst pakken we alles in en gaan op zoek naar een camping om weer even bij te komen. In Rhêmes-Saint-Georges, 14 kilometer terug richting Aosta, is nog ruim plek en daar blijven we nu tot maandag. De verdere plannen zijn nog niet helemaal bekend, dus die komen een volgend keer.

Korte update

Vandaag is wat je noemt een rustdag. We hebben lekker geluierd en alleen vanmiddag een wandeling om het naast de camping gelegen meer gemaakt. We voelen de spieren nog wel van de vorige wandeling, dus we moeten in training blijven. Geen echt nieuws dus.

De eigenlijke reden waarom ik dit bericht stuur is, dat het foto's versturen gisteren niet lukte en ik dus vanmorgen nog de rest van de foto's erbij heb gezet. Waarom het de ene keer wel lukt en de volgende niet, is mij een raadsel, maar vooruit. Dus als jullie nog plaatjes willen kijken, dan kan dat.

Veel plezier ermee en tot later.




Van heel nat en heel heet

Wat vliegt zo’n week in ons tweede huis voorbij. Voor een rustig weekend hebben we een plek gevonden op een camping en daar is ook internet, dus kunnen we jullie bijpraten.

Vorige week zondag was een echte rustdag. Luieren, een hapje en drankje en ’s middags een korte wandeling naar een uitzichtpunt in de buurt. Daarvandaan kunnen we de bergtoppen van Oostenrijk en Zwitserland zien. Ons voorland voor de komende dagen. Met veel zin gaan we maandag aan de volgende etappe beginnen. Het wordt een mooie tocht over smalle bergwegen door Oostenrijk met als hoogste punt een pas van 1620 meter. In Landeck kopen we voor een paar dagen eten in en om een uur of vier zijn we op de CP in Pfunds. Een plek voor de camping en ook lang niet vol. De camping is wel aardig bezet. Als we een beetje bijgekomen zijn maken we nog een wandeling van twee uur. Eerst een stukje bergop over een bospad, dan door het dorp Pfunds en langs de rivier de Inn terug. In het bos komen we nog langs een leuke tentoonstelling. Vier gepensioneerde inwoners van het dorp hebben hier vele huizen uit het dorp in miniatuur nagebouwd. Heel  knap gedaan. Na een laat diner, dat we lekker buiten kunnen eten, is de dag weer vol.

Voor  dinsdag staat de rit naar Zwitserland op het program. Was het de dag ervoor stralend weer, nu is er een dicht wolkendek en als we de berichten mogen geloven, komt er heel slecht weer aan. Het plan was om op een bergpas te overnachten op 2200 meter hoogte, maar dat lijkt ons met onweer op komst geen goed idee. Maar goed, eerst op pad. Bij de douane mogen we zo verder rijden en de eerste grote plaats waar we langs komen, Scuol, rijden we in om geld te pinnen en de stad te bekijken. Een pinautomaat is snel gevonden en dan op naar de koffie. Lekker bakkie, maar wel aan de prijzige kant. Maar ja, moet af en toe kunnen. Als we weer buiten staan begint het te druppelen. We hebben geen jas mee, dus besluiten snel naar Duc terug te gaan. Helaas komt er een wolkbreuk en zijn we totaal doorweekt als we bij de camper zijn. Geen nood, droge kleren genoeg en we kunnen er wel om lachen. De rest van de dag genieten we van het Zwitserse landschap op weg naar het zuiden. Door St. Moritz, waar het een drukte van belang is naar Maloja, waar we onverwachts via een pas met veel haarspelbochten afdalen naar lagere regionen. Dan zijn we bijna bij de CP in Stampa aangekomen. Jammer, wegens werkzaamheden is deze gesloten. Geen andere in de buurt in Zwitserland, dan wordt het een versnelde aankomst in Italië. Net over de grens, waar we ook nu niet worden gecontroleerd, belanden we op een CP in Chiavenna. Plek zat en lekker rustig. ’s Nachts staan we er met zijn twaalven.

Na ’s morgens alles weer schoongemaakt en gevuld te hebben, gaan we op weg naar de Italiaanse meren. Eerst komen we bij het Comomeer. Wat is het hier vreselijk druk!!! Na een half uur komen we in een file terecht en dat is niet fijn als het zo warm is. Pfff. We gooien onze plannen om en laten Como links liggen en gaan via Lugano, weer langs een meer, maar veel rustiger. We lunchen bij een supermarkt, want parkeerplaatsen zijn dun gezaaid langs deze wegen. Daar krijgen we een enorme wolkbreuk op ons dak. Fijn, dat we even stilstaan. Maar het geluk is ons niet altijd goed gezind. Als we in Lugano aankomen, barst er weer een hevige bui  los. Hele watervallen spoelen over de straten en we zien puntdeksels zweven op de watermassa. Als we het drukke Lugano achter ons hebben rijden we rustig naar een CP in Angera, gelegen aan het Lago Maggiore. Daar is het heel stil en we staan er de nacht alleen. Een rondje dorp maakt ook deze dag weer vol. Het is weer droog en we zitten nog lang buiten.

Na een stille nacht is er een drukke morgen. De geheel lege parkeerplaats stroomt vanaf een uur of acht helemaal vol. Wat blijkt, er is markt vandaag en daar komt veel volk op af. Het is prachtig weer en we besluiten die markt ook maar met een bezoek te vereren. We kopen er groente en twee broekriemen voor Maarten en een luchtig broekje en hemdje voor Ineke. Daarna verlaten we snel de CP om plaats te maken voor meer kooplustige lieden. Deze donderdag willen we de Aostavallei bereiken, ons uiteindelijke reisdoel. Dat lukt, na af en toe even zoeken bij een omleiding, prima. Bij Pont St. Martin rijden we het eerste diepe dal de bergen in naar Gressonay-La-Trinité. Helemaal aan het eind van een 32 km. lange weg, met veel bochten, leuke dorpjes, smalle doorgangen en een flink hoogteverschil, vinden we een CP op 1825 meter hoogte. Hij ligt bij twee kabelbanen en heeft alle service die we nodig hebben. Hoog boven ons torent de gletsjer. Prachtig uitzicht. Tot zonsondergang genieten we van het natuurschoon.

Vrijdag zakken we  vier kilometer af naar een grote parkeerplaats waar we ook mogen overnachten. Dan zijn we dicht bij het vertrekpunt van de wandeling, die we graag willen gaan maken. Volgens ons wandelboek een eenvoudige wandeling over weiden en door bos. Het weer is goed en we gaan welgemoed op pad. Het blijkt nogal een rooskleurige inschatting te zijn van de moeilijkheidsgraad, althans voor ons. Het begint al gauw flink te stijgen en dat gaat heel lang door. Als we eenmaal op hoogte zijn, wordt het wat vlakker en kunnen we van het mooie uitzicht genieten. De afdaling is echter ook nogal pittig. Steil en rotsig pad, een aanslag op onze knieën. We zijn blij als we beneden zijn, en best een beetje trots, dat we dat nog kunnen. Nog een vlakke kilometer naar het dorp waar we net de bus, terug naar het beginpunt, missen en een uur uitrusten, winkeltjes bekijken en van een ijsje smullen. Al met al een hele belevenis die vijfeneenhalf uur duurde.

Zaterdag gaan we dit dal verlaten op zoek naar nieuwe avonturen. De terugreis gaat natuurlijk een stuk makkelijker bergafwaarts en we zijn zo weer op de hoofdroute. Daar gaan we op zoek naar een winkel om de voorraad aan te vullen. Na dertig kilometer gaan we een volgend dal in. Daar is bij een meertje in Valtournenche een camping, waar we nu verblijven. Het is weer heerlijk weer geworden en we leven lekker buiten. Vanmiddag de bedden verschoond, de luifel schoongemaakt, uitgebreid gedoucht en een verslag geschreven. We denken ook vanavond nog lang buiten te kunnen zijn. De zon is al achter de berg verdwenen, maar het is nog lekker genoeg om in korte broek buiten te zitten. Ook morgen blijven we hier en maandag hopen we de Matterhorn, die hier Monte Cervina heet, te gaan bewonderen. Of dat lukt, horen jullie volgende keer.

Van vlak naar heuvels

Dinsdagmorgen, om elf uur, vertrekken we, uitgezwaaid door diverse buren, voor de eerste etappe van onze reis. Over de grote weg rijden we via Breda, Eindhoven en Maastricht naar onze pleisterplaats in Blègny in België, net over de grens, maar in ieder geval in het buitenland. Hier zijn we onze vorige reis geëindigd en we vonden het er leuk. Dus in de herkansing. Op een groot parkeerterrein bij een voormalige mijn, die ook te bezoeken is, mogen twaalf campers overnachten. Er wordt goed gebruik van gemaakt door een gemengd internationaal gezelschap. Het weer is heerlijk, dus we zitten tot laat buiten. Slapen doen we ook goed en dus kunnen we de volgende dag uitgerust beginnen aan de volgende etappe. Vandaag rijden we eerst naar Martelange, een plaats op de grens van België en Luxemburg. Altijd weer een fenomeen om te zien: langs de linkerkant van de weg een lange rij tankstations, wel twaalf op een rij, met allemaal dezelfde goedkope (Luxemburgse) prijzen. Ook wij vullen hier met plezier onze tank. Het scheelt ruim 20 cwnt per liter met de pomp thuis, dus hebben we zo weer € 15 verdiend en kunnen we met een gerust hart Duitsland doorkruisen. Het is weer een warme dag en we puffen wat af, maar ja, we willen zomer, toch?

In Saarlouis is een grote CP, waar wel 20 campers met gemak een plaats kunnen vinden. Omdat het hoogseizoen is weten we niet of er overal plaats is, dus zoeken we de wat grotere CP’s uit. Wat blijkt: er is overal tot nog toe plaats zat. Boffen wij even. Na de thee wandelen we ruim een uur door de stad. Oude stad met nog resten oude stadsmuur en kazematten. Leuk. We genieten van een lekker ijsje op een terras. Dat kan er wel af nu we flink op de diesel hebben bespaard. Ook hier alles rustig  ’s nachts, dus goed geslapen.

De donderdag begint wat somber, maar als we een tijdje op weg zijn komt de zon er weer bij. Het eerste stuk is grote weg, maar vanaf Pirmasens gaan we binnendoor en die weg is prachtig. Tussen met naaldbomen begroeide bergen kronkelt de weg zich langs af en toe een klein dorp. Echt in het buitenland nu! Bij Landau komen we weer op de rijksweg en rijden richting Karlsruhe en Stuttgart. Hier krijgen we regelmatig met druk verkeer en files te maken, dus bij Pforzheim gaan we er tussenuit en rijden verder over kleinere wegen. Dat blijkt een prima plan te zijn, want de weg is schitterend. Tussen begroeide heuvels en door leuke dorpen slingeren we ons naar de geplande CP in Pfullingen. Leuke plek met volop ruimte. Heerlijk weer, dus wat wil een mens nog meer. Om de benen te strekken wandelen we nog een stuk door de stad, maar we verdwalen en kunnen het oude centrum niet direct vinden. Dan toch maar terug, want het is mooi geweest voor vandaag.

Vrijdag weer op pad, want we willen een aardig rondje maken en inde eerste dagen flink doorrijden, zodat we veel tijd over hebben voor de bergen. Vandaag hoeven we niet zo ver meer en we rijden dan ook alleen maar kleine wegen. Heerlijk rustig. Onderweg zien we zo hier en daar mooie kastelen op de heuvels staan en af en toe moeten we ineens over zo’n heuvel heen met verrassende haarspeldbochten. Vindt Maarten helemaal niet erg, hij is dan in zijn element. Onderweg in Bad Saulgau vinden we een Lidl, waar we de weekendboodschappen vast in huis halen. Dat is een goed idee, want de CP die we vinden ligt bijna twee kilometer buiten het dorp. Dat dorp is Scheidegg en ligt naast de Bodensee op de grens met Oostenrijk. Flinke plek op 800 meter hoogte met plaats voor 22 campers en ’s avonds staat  hij helemaal vol. Je kunt hier ook douchen en er is internet, dus we besluiten hier te blijven voor het weekend. Genoeg gereisd voorlopig. Pas op de plaats, rust!

Het weer is hier goed. Wat wisselend bewolkt en af en toe een frisse wind en ’s nachts een buitje voor het stof. We komen hier voor de rust en we doen dan ook niet veel. ’s Middags maken we een wandeling van ongeveer 5 kilometer. Begin is flink bergop en dat is nog even wennen, maar als we boven zijn is het uitzicht prachtig. Jammer, dat het behoorlijk nevelig is, maar we kunnen wel de Bodensee zien liggen en veel dorpen in de omgeving. Na terugkomst lekker gedoucht en een maaltijd gekookt. Nu wordt het te fris buiten en ga ik jullie met een verslag verblijden. Morgen blijven we hier ook nog en maandag gaan we weer vrolijk verder.

Plannen

We hebben ze eigenlijk altijd wel, plannen! 

Komende dinsdag 30 juli willen we er één gaan verwezenlijken. We vertrekken dan voor een week of vier naar het Zuiden. Via Luxemburg (goedkoop de tank vullen), Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland hopen we in Italië aan te komen en daar een tijd rond te zwerven door het Aostadal. 

Als het lukt met het internet brengen we jullie onderweg op de hoogte van onze belevenissen.

Ik zal proberen de verhalen niet te lang te maken en wat leuke plaatjes mee te sturen. Tot gauw.

't Is weer mooi geweest

De terugreis door Frankrijk verloopt voorspoedig. 

De plaatsen, waar we een CP vinden, hebben prachtige namen, maar zijn meestal maar kleine dorpen, waar niet veel te beleven is, hartje winter. Op zaterdag rijden we met zonnig weer richting de Dordogne. Midden in deze mooie streek ligt het dorp Les Eyzies du Tayac. Klinkt goed, toch? Het is een dorp in een gebied met hoge rotsen, waarin veel grotwoningen zijn gevonden. In het dorp is ook een museum daaraan gewijd. Er is een mooie, grote CP aan de rivier La Vézère, waar in een hoekje één camper staat. Door de vele regen van de afgelopen dagen is het er modderig en alle voorzieningen zijn buiten gebruik vanwege de winter. We besluiten toch te blijven en vinden een beschutte plek. Laat op de avond komen er nog twee campers bij. Het plan is om de volgende dag een wandeling in de buurt te maken, maar dat valt in het water. Zondag is een verregende dag. ’s Morgens volgen we op de computer een vooraf opgenomen kerkdienst en ’s middags gaan we gewapend met paraplu een rondje dorp doen. Verder is er rust! 

Maandagmorgen is het nevelig, maar droog en welgemoed vertrekken we naar nieuwe streken. Vandaag gaan we een stuk grote weg rijden, want dat schiet lekker op. Het eerste stuk voert ons nog door de Dordogne met kleine wegen, leuke dorpen, hier en daar een kasteel en veel bochten. Bij Brive-la-Gaillarde komen we dan op de rijksweg en tuffen met een lekker gangetje verder. Voorbij Limoges hebben we een dorp gevonden met de klinkende naam: Saint Benoit-du-Sault. Daar is op het dorpsplein een CP. Dat lijkt ons prima, temeer daar er bij staat, dat er om de hoek een bakker zit. Maarten wil nog graag een keer verse croissants als ontbijt. CP is snel gevonden, leuk met uitzicht over de omgeving. Het weer is niet zo geweldig, miezerig en winderig, maar we gaan het dorp verkennen. Heel oud, met veel smalle straten en een grote kerk, die heel eenvoudig is ingericht. Er is één minpunt hier, de bakker is gesloten vanwege vakantie. Dat is nou jammer. Dan maar gewoon een lekker bord warme havermout. 

En verder gaat het weer. Eerst rijksweg en vanaf Chateauroux kleinere wegen. We rijden vandaag tot net onder Parijs en weten daar een CP in Souppes-sur-Loing. Hier stonden we al eerder en er is verder niet zoveel keus in de buurt van Parijs. Ook daar plaats genoeg en alle rust om goed te slapen. We kunnen wel merken dat we noordelijker komen, want de nachten worden flink kouder. De warme pyjama’s komen weer goed van pas en ’s morgens moet de kachel goed zijn best doen, voor we uit bed komen. De zon is er wel weer bij en dat maakt het rijden een stuk gezelliger. Hier en daar komt ook hier het voorjaar in zicht, sneeuwklokjes en narcissen komen we al tegen. Woensdag ronden we op een simpele manier Parijs en gaan op ons gemak Noord Frankrijk door. Het is voor ons nog te ver om door te rijden, want dan komen we heel laat aan en dat willen we niet, dus we slapen nog een laatste nacht op een CP in Bapaume. Mooie plek bij een grote kerk. Er is wel wat verkeerslawaai, maar ’s nachts is het stil. En, groot pluspunt, er is een bakker om de hoek! Jawel, dat wordt op donderdag dus genieten van croissants. En laten ze nou ook nog in de aanbieding zijn. 3 halen, de 4e gratis. We hebben er goed van gegeten. Ook nog wat lekkers voor onderweg, zo maken we de laatste reisdag tot een feestje. 

Via Lille, Gent, de Oosterscheldetunnel en Goes, komen we via de A4 in Barendrecht terug. Om half vijf zijn we weer op honk. We vinden alles in goede orde en het zonnetje heeft de kamer al verwarmd tot 18?, dus de thuiskomst is verwarmend. We kijken terug op een heel fijne reis, waarin we veel nieuwe dingen hebben ontdekt, maar ook oude bekende plekken hebben teruggezien. We hebben veel zonuren gehad en af en toe wat druppels, dus we hebben kunnen genieten van de prachtige ruige natuur, wilde golven, bloeiende bomen en nog veel meer. We zijn heel dankbaar, dat we dit konden meemaken. Een volgende reis is nog niet gepland, maar als het zover is, melden we ons. Bedankt voor het meereizen.

De weg terug

Nu, echt op weg naar huis, vinden we onderweg de tijd om een verslag te schrijven. De maandagmorgen begint nevelig, maar als we eenmaal op weg zijn, komt de zon erdoor. Vandaag rijden we naar de stad Viseu. Daar is een CP aan de rand van de stad, waar een fietspad begint over een oude spoorlijn. In Portugal noemen ze dat een Ecopista. De route voert ons over een nationale weg door veel dorpen. Dus echt doorrijden is er niet bij en het is steeds opletten geblazen. We drinken koffie en lunchen later op een dorpsplein bij een kerk. De laatste is open en we gaan naar binnen voor een rustmoment. Hij is modern en rijkelijk voorzien van tegelwerk. Mooi, dat hier bijna alle kerken open zijn voor wie binnen wil lopen. Kunnen wij nog wat van leren. Na de grote stad Coimbra kiezen we voor een binnendoortje. Een weg naar Maartens hart. Smal, kronkelig en heuvelig. Het is een onherbergzaam gebied, waar weinig mensen wonen. Hij komt uit bij het dorp Caramulo, waar je een prachtig uitzicht hebt over de vlakte. Als we afdalen, zien we dat hier de bosbrand, die enige tijd geleden Portugal trof, zijn verwoestende werk heeft gedaan. Ook later zullen we nog stukken geblakerd bos tegenkomen. Ziet er heel treurig uit. Ik had van tevoren op de computer uitgezocht waar we de CP in Viseu konden vinden en gelukkig rijden we er snel naar toe. Ruime plaatsen op een grote parkeerplaats. En zo waar, er staat een Nederlandse camper. In tijden niet gezien. Er is niemand thuis en later blijkt, dat ze de fietsroute hebben uitgeprobeerd. Mooie route, smaakt naar meer. Voor ons is het nu te laat, misschien morgen. Wij lopen nog even de stad in en ontdekken een leuke tram, die naar het oude centrum gaat, zo’n 500 meter hoger. Hij is gratis en rijdt ieder half uur. We moeten een kwartier wachten, dan boven een half uur zoet brengen voor we terug kunnen. Het is half zes, de zon gaat onder, dus ook dat bewaren we voor een andere keer. De nacht is er heel rustig en als we af en toe wakker worden, horen we zacht getik op de auto. Regen… Dat fietsen is er niet meer bij

Dinsdagmorgen is het grijs en guur. Inpakken en op weg is de boodschap. Van Viseu rijden we naar de grens. Er loopt een rechtstreekse weg heen, maar dat is tolweg en daar houden we niet van. We nemen de N 16, die er naast loopt en omheen kronkelt. Dat is nog niet zo eenvoudig, want de bewegwijzering laat nogal eens te wensen over. Vooral in de grote stad Guarda raken we het spoor bijster. Maar we vinden het ook weer terug! Ieder dorp heeft aan de ingang, uitgang en ook tussendoor “sobre elevados”. Dat zijn verhoogde voetgangersoversteekplaatsen, waar Duc heel zacht over heen moet, anders ligt de inhoud van onze kastjes helemaal door elkaar. Het is een vermoeiende reis, maar we zien weer veel moois. De CP, die we hebben uitgezocht ligt aan de ingang van een piepklein dorp, Castelo Mendo. Een ruim plein voor de toegangspoort met uitzicht over de heuvels. Er staat gelukkig niet al te veel wind, want het is er nogal open. We zitten net aan de thee als er een mevrouw uit het dorp komt en ons aanspreekt. “Of we mee willen naar haar winkel om te proeven van de dingen die ze heeft gemaakt”. Wij drinken eerst de thee op en lopen dan met haar mee. Het is niet echt een winkel, meer een werkplaats. Ze heeft er geitenkaas, jam, wijn en fruit in de aanbieding. Van alles kunnen we wat proeven en ze is een goede verkoopster. We nemen peren jam, een halve geitenkaas en een grote fles rode wijn mee. Zij gelukkig en wij hebben weer iets echt Portugees om van te genieten. We bergen alles op voor we een rondje dorp gaan doen. Dan komt er net een oudere vrouw met een grote tak sprokkelhout aansjouwen. Maarten pakt het andere eind van de tak en samen brengen ze het naar haar huis in het dorp. Veel dank natuurlijk, maar was een kleine moeite. Het is een heel oud dorp, maar heel goed onderhouden. Aan het eind is de ruïne van een slot met ook daar een mooi uitzicht. De wind maakt het koud, dus we zoeken snel onze warme Duc weer op. Dat is een mooi eind van onze trektocht door Portugal, morgen komt Spanje weer aan de beurt.

 Het plan is om in ongeveer twee dagen door Spanje te trekken over grote wegen. De mooiere binnenwegen houden we tegoed, we moeten nu zachtjesaan naar het Noorden. De snelwegen in Spanje zijn prima en heel rustig. Het komt voor, dat je zowel voor als achter je, geen auto ziet. Heel bijzonder. Alleen in de buurt van grote steden is het drukker. Het landschap is in deze tijd van het jaar nogal grauw. Veel bruin, soms rode grond en maar weinig groen. Uitgestrekte landerijen, waarvan we eigenlijk zelden een boerderij kunnen ontdekken. Af en toe zien we ooievaars en roofvogels, maar verder is er niet veel te beleven. Het is een sombere dag met veel bewolking, dat maakt het er ook niet vrolijker op. Voor de nacht hebben een CP bedacht net voor de stad Palensia in Dueñas. Het blijkt een mooie plek te zijn, maar heel open en dus koud en vlak bij de rijksweg. Dat doen we dus niet, we rijden verder naar de CP in Torquemada, waar we ook op de heenreis hebben overnacht. Prima plan. Er staan al twee Fransen als wij er aankomen en later volgen er nog drie. Volle bak dus weer. Heerlijk rustige nacht, zelfs de honden slapen. 

Nog steeds veel wolken en af en toe wat miezer als we donderdag op weg gaan. Naast een kleine omleiding, omdat er een vrachtwagen gekanteld is op de weg, wordt het een voorspoedige reis. Ook vandaag weinig echt interessants te zien. Pas als we de grote weg na Burgos verlaten en de N 120 gaan rijden, valt er meer te beleven. Dit is een gedeelte van de Camino de Santiago, de pelgrimsweg naar Santiago de Compostela. Overal staan waarschuwingsborden langs de weg voor overstekende wandelaars en jawel, ondanks het winterseizoen zien we meerdere dapperen aan de wandel. We moeten ook nog een pas over op 1150 meter hoogte en daar zien we nog aardig wat sneeuw liggen. Als we afdalen is dat weer verdwenen. Lunchen doen we op een parkeerplaats in de stad St Domingo de la Calzada. We bakken pannenkoeken van boekweitmeel met spek en kaas. Smullen. Dan is het niet ver meer naar de camping in Estella, die we hebben uitgezocht. Helaas, ondanks dat in ons camperboek staat dat hij open is in de winter, is hij gesloten. Maar ongeveer 20 kilometer verder moet er nog één zijn die open is. Nou, we mogen er staan, maar open is hij niet. We krijgen een plek net binnen de poort, er is een warme douche en verder is er niemand. Wij staan goed voor een nacht en denken morgen, van alle gemakken voorzien en schoon, Frankrijk binnen te rijden. De zon komt heel af en toe tevoorschijn en er is geen wind, dus we drinken buiten thee en lopen een rondje camping. Dan is het mooi geweest en heb ik tijd voor dit verhaal, dat ik de volgende dag afmaak. 

Stille nacht en een grijs ontwaken. We rijden weg in de mist en de stad bij de camping, die we gisteren mooi op de heuvel zagen liggen, is in het niets verdwenen. Al gauw trekt de mist op en vervolgen wij de route naar Pamplona. Ik heb heel goed opgelet, maar toch raken we daar het spoor weer bijster. We keren om en proberen het opnieuw en deze keer lukt het wel. We landen aan bij een grote supermarkt op de laatste weekendboodschappen te doen en gaan de weg naar de Pyreneeën op. Het is prachtig weer geworden en we genieten van de tocht over bochtige wegen en steeds hoger. We hebben gekozen om de route via Roncesvalles en Saint-Jean-de Pied-Port te nemen. Er is daar al een paar dagen een temperatuur ruim boven nul, dus de weg zal goed te rijden zijn. Dat blijkt ook zo te zijn, maar boven op de pas (1057 meter) ligt nog veel sneeuw en ook in de dorpen onderweg is te zien dat het recent nog flink gesneeuwd heeft. Afdalend aan de noordkant lijkt het wel voorjaar. Veel groen en vee in de wei. Een heel verschil en dat binnen een uur. Alweer hebben we een land achter ons gelaten en rijden Frankrijk binnen. In Sauveterre-de-Bearn vinden we een goede CP. Het is nu 20 graden en we zetten de stoelen neer en genieten in T-shirt van de zon. Straks gaan we op zoek naar WIFI om dit bericht wereldkundig te maken. Gelukt! In het dorp was geen internet te vinden, maar aan de overkant van de CP zijn tennisbanen en van de beheerder mogen we daar de WIFI gebruiken. Dus vanaf het terras bij de tennisbaan: Gegroet! Morgen rijden we verder en zoeken een CP voor de zondag. Even op de plaats rust. We denken eind volgende week weer thuis aan te komen. Dat laten we wel horen als het zo ver is.